Day & Age **
...

Day & Age ** kitschpop Island Je kunt veel over The Killers zeggen, maar niet dat ze grijze muizen zijn. Op Hot Fuss, de debuutplaat uit 2004, trok het gezelschap uit Las Vegas een muur van glitz en synthpop op die zonder de minste gêne naar een verfoeide band uit de eighties als Duran Duran was gemodelleerd. Op Sam's Town lieten zanger Brandon Flowers en de zijnen die retrowave lijn afbuigen naar het land waar Bruce Springsteen en U2 prins en koning zijn: dat van de larger than life popmuziek vol grote gebaren. Het was de plaat die de zwakte van The Killers blootlegde, want ze veronderstelde dat als glamwave discopop maar pompeus en overtrokken genoeg klinkt, ze als vanzelfsprekend authentiek en belangrijk zal worden bevonden. Nochtans leert men in het eerste jaar op de popacademie nog vóór de kerstvakantie al het tegendeel. Nu is er derde worp Day & Age, en daaruit blijkt dat het viertal niet langer Amerikaanse FM-rock aan de borst drukt, maar wel opnieuw het glossy, bij uitstek Britse popgeluid dat hen in één klap groot heeft gemaakt. Geen betere producer om hen in die demarche bij te staan dan Stuart Price (31), fan van de eighties in hart en nieren en de man die eerder al Madonna en Gwen Stefani van een parmantige, maar doeltreffende make-uplaag voorzag. Samen legt dit vijfspan het er hier zó dik op dat je soms nauwelijks gelooft wat je allemaal hoort. Het begint goed: Losing Touch, de vooruitgeschoven eurodiscosingle Human en ook Spaceman zijn potige, wervende en - uiteraard - kitscherige deunen waartegen geen popliefhebber veel verzet kan aantekenen. Helaas gaat het daarna terribly, terribly wrong. Op een faux funkritme sleept Joy Ride er de saxofoon bij, het instrument dat haast in zijn eentje gestalte geeft aan alles wat zo slecht is aan de jaren 80. In A Dustland Fairytale zingt Flowers over Assepoester en de duivel en belaagde koninkrijken. This Is Your Life poogt The Lion Sleeps Tonight aan Road To Nowhere van Talking Heads vast te naaien, maar creëert een auditief monstertje van Frankenstein. Het verontrustende is dat die staaltjes van wansmaak nooit minder dan onderhoudend klinken. Meer nog: het is moeilijk om genoeg te krijgen van iets zo compleet bij de haren getrokken als I Can't Stay, waarin Flowers zijn mooiste, door Morrissey beademde zanglijn met plastic steeldrums en een bordkartonnen Burt Bacharach-achtig ritme omfloerst. Eerst is het te veel, daarna blijft het trop, maar op een bizarre manier wordt het gaandeweg ook een beetje top. Er moet al een bijna zeven minuten durend opus als Goodnight, Travel Well - één naam: Meat Loaf - aan te pas komen voor wij de grens durven te trekken. Iedereen heeft recht op een guilty pleasure, en The Killers hebben het recht om dat te leveren. U ziet: het leven hoeft echt niet zo moeilijk te zijn. KURT BLONDEEL