Het kan verkeren' wist Bredero al, en die stelling kan Andrej Zvjagintsev, de grootste Russische regisseur van zijn generatie, alleen maar beamen. Zijn vierde langspeler Leviathan werd dit jaar in Cannes nog laaiend enthousiast onthaald en bekroond met de prijs voor het beste scenario, maar het Russische ministerie van Cultuur, dat een derde van het budget had opgehoest, toonde zich na de première heel wat minder enthousiast. 'We houden niet van cynische, uitzichtloze films', morde de bevoegde minister, waarop Zvjagintsevs producent ontmoedigd liet weten 'dat de kans dat we ooit nog subsidie krijgen zo goed als nihil is'.
...

Het kan verkeren' wist Bredero al, en die stelling kan Andrej Zvjagintsev, de grootste Russische regisseur van zijn generatie, alleen maar beamen. Zijn vierde langspeler Leviathan werd dit jaar in Cannes nog laaiend enthousiast onthaald en bekroond met de prijs voor het beste scenario, maar het Russische ministerie van Cultuur, dat een derde van het budget had opgehoest, toonde zich na de première heel wat minder enthousiast. 'We houden niet van cynische, uitzichtloze films', morde de bevoegde minister, waarop Zvjagintsevs producent ontmoedigd liet weten 'dat de kans dat we ooit nog subsidie krijgen zo goed als nihil is'. Bovendien kreeg Leviathan - een episch, met liters wodka en nog meer zwarte humor besprenkeld drama over een huisvader die het in een akelig desolaat stadje opneemt tegen een maffiose burgemeester die zijn grond wil inpikken - nog altijd geen licentie in eigen land. De officiële reden? De film zou in strijd zijn met een recente, door de regering-Poetin ingevoerde wet die films verbiedt waarin te veel gevloekt wordt. De échte reden, toch volgens de meeste waarnemers: Leviathan toont een hopeloos door corruptie en cliëntelisme verkankerd Rusland en kan, hoewel het losjes op het Bijbelboek Job is gebaseerd, makkelijk worden gelezen als een sarcastisch j'accuse ten aanzien van Poetin en de zijnen. Verbazing alom dus toen Zvjagintsev, als in een heus hollywoodiaans coup de théâtre, vorige maand plots te horen kreeg dat uitgerekend zijn gewraakte en controversiële filmfresco dit jaar Ruslands Oscarinzending wordt. Waren de gezagsdragers in Moskou dan toch tot inkeer gekomen? Hadden ze toevallig op de verkeerde knop gedrukt na een stevig avondje wodkazuipen? Of hopen Poetin en zijn kornuiten hun imago in Hollywood op te vijzelen door op die manier de indruk te wekken dat ze best tegen een stootje kritiek en dissidentie kunnen? Zvjagintsev, die eerder scoorde met The Return (2003), The Banishment (2007) en Elena (2011), heeft zijn eloquente antwoord ongetwijfeld klaar. Alleen heeft de vijftigjarige Moskoviet ondertussen duidelijk geleerd hoe men zich, in tijden van Vadertje Poetin, maar beter als een diplomaat kan gedragen wanneer journalisten je een microfoon onder de neus stoppen. ANDREJ ZVJAGINTSEV: Beide. Zowel het monster als de staat inspireerde me bij het schrijven. Op de een of andere magische manier gaan de twee samen. Het ene beeld versterkt het andere. ZVJAGINTSEV: Het is geen echt walviskarkas. We hebben het volledig zelf gebouwd. Het is tweeëntwintig meter lang en het weegt drie ton. Een van mijn producenten zei: 'Als we het op het land bouwen kost het vijfhonderdduizend roebel (tienduizend euro, nvdr). Als je wilt dat het in het water ligt, kost het een miljoen roebel.' Ik zei meteen: in het water met dat kreng. Voor de film was het belangrijk dat het deels in het water lag, ergens half verzopen tussen zee en land. Tweeënhalve maand hebben we trouwens gezocht naar die plek, naar het dorp waar we uiteindelijk hebben gefilmd. In Moskou zijn we in een auto gestapt en zijn we in alle windrichtingen beginnen rond te rijden. Nergens had ik het gevoel: 'Wauw, dit is het.' Alle dorpen en steden leken op elkaar. Tot we uiteindelijk aankwamen in Kirovsk, nabij Moermansk. Het is een klein stadje aan de Barentszzee dat er sociaal en economisch vreselijk aan toe is. Het is echt aan het uitsterven. ZVJAGINTSEV: Een beangstigende vraag. Toen ik Elena maakte, voelde het inderdaad alsof er in Rusland iets aan het veranderen was. Ik denk dat vele Russen dat voelden. Ik had het niet over politieke veranderingen, maar eerder over een veranderde mentaliteit waarmee Russen naar de wereld kijken. De overgang van het communisme naar het kapitalisme verliep erg lastig. Het heeft iets in de ziel van de Russen kapotgemaakt. Ik wil het verleden niet romantiseren, maar in mijn herinnering waren Russen hartelijk en genereus. Ik herinner me dat elk huis openstond voor gasten. Dat is voorgoed verdwenen. We zijn van elkaar geïsoleerd geraakt. De dagen dat je bij een Rus kon binnenlopen en hij je drank en eten gaf, zijn voorbij. Men ziet elkaar vandaag meer als concurrenten en niet langer als kameraden. Dat is het gevolg van de kapitalistische logica. ZVJAGINTSEV:(knikt) Ik kan me moeilijk voorstellen dat democratie zou werken in Rusland. We hebben nog steeds die hardnekkige gewoonte om de maatschappij verticaal in te delen. Dat was vroeger zo, onder de tsaren en onder Stalin, en die neiging is er nog steeds. Daarin lijken we meer op de Aziaten dan op de Europeanen. Sowieso is het lastig om de Russische geschiedenis te begrijpen. Voor buitenstaanders, maar ook voor Russen. Eigenlijk past de vrije, autonome mens er niet in. ZVJAGINTSEV: Die vraag is me al vaak gesteld en verrast me toch een beetje, want ik zie het niet als een probleem. De Finnen drinken trouwens nog veel meer dan de Russen. En als je naar de Russische geschiedenis kijkt dan zie je dat alcohol altijd al een prominente rol heeft gespeeld. Ik bedoelde er dus niks mee, nee. Het is zeker geen verbeelding van een grote, Russische tragedie. ZVJAGINTSEV:(grijnst) Een van de personages vraagt in die scène waarom er niemand van de huidige leiders bij zit, waarop een ander antwoordt: 'hun tijd komt nog wel'. Het laat de houding van veel Russen ten aanzien van de macht zien. Onder Stalin was dat anders, maar onder Brezjnev werden al veel grappen gemaakt. ZVJAGINTSEV: Nee, maar misschien hebben de overheden wel spijt van hun beslissing als ze de film zien. Ik weet het niet. Ik vind het de plicht van het ministerie van Cultuur om cultuur te bevorderen, ook als die kritisch is en niet het halleluja zingt van de heersende macht. Geldschieters lijken vaak te denken dat steun krijgen betekent dat een kunstenaar loyaal moet zijn of vrolijke dingen moet laten zien. Die redenering slaat natuurlijk nergens op. ZVJAGINTSEV: Absoluut niet. Vanaf het ogenblik dat de staat besloot om geld in de film te stoppen, hield elke dialoog tussen mij en hen op. Over de inhoud hadden ze niks te zeggen. ZVJAGINTSEV: Dat was een heel dure film. De staat had meer bijgedragen, er stond dus meer op het spel. En ik vermoed dat Sokoerov en Poetin elkaar wel sympathiek vinden. Zo'n telefoontje zal ik dus wellicht niet krijgen. (lacht) LEVIATHAN Vanaf 22/10 in de bioscoop. DOOR DAVE MESTDACHAndrej Zvjagintsev 'ALS IK EEN OSCAR WIN, VERWACHT IK NIET METEEN EEN TELEFOONTJE VAN POETIN.'