16 TRACKS, WAARVAN ZEVEN VOOR HET EERST OFFICIEEL UITGEGEVEN WORDEN
...

16 TRACKS, WAARVAN ZEVEN VOOR HET EERST OFFICIEEL UITGEGEVEN WORDEN 'REMASTERED EN REMIXED' VERSIE VAN HET ALBUM UIT 1975, MET VIER BONUS TRACKS EN EEN NIEUWE SELECTIE ZWART-WITFOTO'S UIT OP 2/11 BIJ EMI De mythes rond de jeugd van John Winston Lennon zijn hardnekkig, niet het minst omdat Lennon ze op latere leeftijd zelf uitvergrootte. Geboren in een Liverpools arbeidersklassemilieu op 9 oktober 1940, verhuist Lennon op vijfjarige leeftijd naar het middenklassegezin van zijn nieuwe voogden Mimi en George - moeder Julia is te frivool voor een degelijke opvoeding en vader Alfred zit voortdurend op zee. Zijn kinderjaren zijn naar eigen zeggen moeilijk en ongelukkig, maar volgens surrogaatmoeder Mimi is dat larie: 'Zijn moeder en vader waren er inderdaad niet, maar mijn man en ik hebben hem een heerlijke thuis gegeven. We zagen John als onze eigen zoon.' De enige moeilijkheden die Lennon in zijn overigens weinig working-class-like jeugd ondervindt, hebben te maken met een hopeloos grillige schoolcarrière. Na haar echtscheiding draagt Julia Stanley, Lennons moeder, Johns voogdij over aan haar zus Mimi Smith. Moeder en zoon leven jarenlang gescheiden, maar in zijn tienerjaren groeit er een innige vriendschap tussen de twee - Julia deelt zijn gevoel voor humor en wakkert zijn muzikale ambities aan - die brutaal wordt afgebroken door een dodelijke aanrijding voor Mimi's deur. De zeventienjarige John Lennon is getuige van het ongeval van Julia en heeft de rest van zijn leven nodig om het te verwerken. De tragedie cementeert echter wel de vriendschap met ene Paul McCartney die op zijn zestiende zijn moeder verliest aan borstkanker. Haar naam jaagt koude rillingen over de rug van elke rechtgeaarde Beatle-fan en de controle die ze over John Lennon had, grenst aan het despotische. Maar als er één ding komt bovendrijven uit alle modder die ze in de loop der jaren over zich heen kreeg, is het wel dat Lennon zielsveel hield van Yoko Ono. Na haar studies compositie en filosofie maakt deze dochter van een steenrijke bankier in Tokio furore als beeldend kunstenares in de avant-gardewereld van Fluxus, maar wordt later even snel weer uitgespuwd als ze het huwelijk van Lennon met zijn jeugdliefde Cynthia Powell op losse schroeven zet. Het zal Ono worst wezen; voortaan kan ze de wereldmedia gebruiken om zichzelf en haar kunst te propageren. Haar hele leven wordt een mediagenieke happening. Haar tweede huwelijk draait zelfs uit op een weekje 'Bed Peace' in het Amsterdamse Hilton. Ono 'verruimt' ook Lennons muzikale horizonten: ze maken samen experimentele collageplaten als Two Virgins, Life With the Lions en The Wedding Album en ze krijgt het tijdens zijn solocarrière, tot grote wanhoop van zijn fans, voor elkaar dat ze aanzienlijke stukken van zijn albums mag opvrolijken met artistiek verantwoord gekrijs. De wegen van het Japanse mysterie zijn ondoorgrondelijk, want als John en Yoko midden jaren zeventig voor een tijdje uit elkaar gaan, schuift ze eigenhandig zijn secretaresse May Pang voor als concubine. Op latere leeftijd ontfermt Ono zich niet alleen over een depressieve Lennon, maar ook over zijn financiële toestand - een job die ze tot op vandaag met ijzeren hand blijft uitoefenen. 1969. Apple (de platenmaatschappij van The Beatles) kreunt onder financieel wanbeheer, de Beatles desintegreren, Lennon wil opstappen maar kan niet vanwege zijn contract, en Yoko Ono herstelt van haar eerste miskraam uit vele. Lennon, die naar eigen zeggen sinds zijn zeventiende drugsconnaisseur is en in zijn Beatle-jaren gretig marihuana, LSD en cocaïne verslond, vlucht in een heroïneflirt. Hij beschrijft zijn ontwenning in het rauwe Cold Turkey dat hij meeneemt naar een Beatle-sessie, maar Paul en George vinden het nummer te radicaal voor het Abbey Road-album. Lennon schrapt McCartney uit de credit, vormt de Plastic Ono Band - met Eric Clapton, die andere notoire gebruiker - en brengt het nummer als een eerste solosingle op de markt. Zijn moeizaam verworven onthouding is helaas van korte duur. Tijdens zijn beruchte lost weekend in het midden van de jaren zeventig (een 'weekend'dat een periode van bijna anderhalf jaar omspande, de duur van zijn scheiding van Ono, waarin Lennon het beest uithangt) neemt hij zijn heroïnegewoonte voorgoed weer op, combineert hij ze met drankzucht en slaat zo na middelmatige albums als Walls and Bridges en Rock 'n Roll een k(r)ater in zijn ooit zo veelbelovende solocarrière. Lennon beschouwde zichzelf als een artiest in de breedste zin van het woord. In de hoogdagen van Beatlemania publiceert hij In His Own Write, een verzameling kortverhalen, gedichten en woordspelletjes die meteen een sensatie wordt. Met A Spaniard in the Works maakt de speelsheid van zijn debuut plaats voor donkere politieke satire, religieuze wartaal en zinloze literaire parodieën. In zijn LSD-dagen van 1965 profileert Lennon zich ook als experimenteel filmmaker. Hij filmt statische objecten en personen met een highspeed camera, speelt het resultaat af tegen normale snelheid en plakt er Stockhausen, Stravinsky of zijn eigen elektronische geluidscollages onder. Yoko Ono zorgt later voor een intellectuele omkadering van zijn kunstenaarschap en met zijn door haar aangeleerde life-as-art-attitude ontpopt John zich nadien ook als een avant-gardist. Bagism wordt een verzamelnaam voor de creatieve output van het concept John en Yoko: Bed-Ins, het verkopen van vrede, tentoonstellingen, experimentele geluidscollages, films over achterwerken en Lennons halferecte penis en documentaires. In de late jaren zestig kunnen de Lennons geen ontbijt maken of er zit een filmploeg bij (de documentaire Imagine, ook wel eens de duurste home movie aller tijden genoemd, moet eveneens in dat licht begrepen worden). Met zijn herbronning in New York in de vroege jaren zeventig ruilt Lennon zijn artistieke avontuur voor een korte carrière als links radicaal. Na zijn vaarwel aan de muziekwereld in 1975, zet hij zich terug aan het tekenen en schrijven. Skywriting By Word of Mouth is een magere herneming van zijn vroegere nonsensproza, The Ballad of John and Yoko - een verzameling autobiografische teksten die een nooit gecomponeerde musical moeten begeleiden - verdwijnt ergens in een lade. In het voorjaar van 1970 vindt John Lennon in de primal scream van Dr. Arthur Janov een nieuwe manier om zijn emotionele wonden te helen. Volwassen disfuncties zijn volgens Janov te herleiden tot onverwerkte jeugdtrauma's en Lennon is daar het levende bewijs van: de recente breuk met de Beatles, de turbulente start van zijn relatie met Yoko en de rivaliteit met Paul McCartney zijn allemaal uitlopers van verdrongen kindertrauma's. Na een korte persoonlijke behandeling van Janov op hun Britse landgoed verhuizen de Lennons kort daarna naar LA voor een intensieve primal therapy van achttien maanden. Maar vijf maanden later moet het herbeleven van kindertrauma's onderbroken worden omdat Johns visum vervallen is. Hij zet de therapie dan maar op eigen houtje verder in de opnamestudio. De behandeling heeft niet alleen een onmiddellijk effect op de patiënt (de eeuwige cynicus werd naar verluidt zeer kwetsbaar en emotioneel), maar vooral op zijn muzikale output. Het pijnlijk rauwe debuutalbum John Lennon - uitgebracht met Yoko's 'complementaire' Plastic Ono Band - focust haast integraal op Lennons primal thema's: het dramatische overlijden van zijn moeder, het afzweren van religie, aliënatie en zichzelf verliezen. Amper een jaar later herhaalt Lennon dezelfde introspectieve boodschap, maar dit keer giet hij er een suikerlaag over; de popklassieker Imagine wordt zijn meest succesvolle soloalbum aller tijden. God is het eerste nummer dat rechtstreeks voortkomt uit de therapieconversaties met Dr. Janov. Het is een hele karwei om Lennons fortuin te becijferen uit het onmetelijke spinnenweb van aandelen en percentages in de diverse Beatle-gerelateerde vennootschappen. Laten we het erop houden dat Lennon bij leven en welzijn een veelvoudige rockmiljonair was, hoewel de Beatles toch een schoolvoorbeeld zijn van hoe vooral buitenstaanders fabelachtig rijk worden door de artistieke prestaties van een band. Lennon en McCartney zien in 1969 de royalty's op hun composities gehalveerd worden door een uitkoopmanoeuvre van zakenhaai Lew Grade (en dat is meteen ook de reden waarom de rechten vandaag in handen zijn van Michael Jackson en Sony: als Grade in 1984 zijn hele catalogus verkoopt, overtreft Jacksons bod van 47,5 miljoen dollar dat van McCartney en Ono samen). Eerlijk is eerlijk: dat Lennon in de jaren zeventig een groot deel van zijn Beatle-vermogen ziet terugvloeien en kan ontsnappen uit de klauwen van manager Allen Klein, heeft hij uitsluitend te danken aan Yoko Ono. Ze stuurt Lennons advocaten wandelen en gaat zelf rond de onderhandelingstafel zitten. Ono jaagt weliswaar iedereen de gordijnen in met haar onorthodoxe onderhandelingsmethoden, maar ze sticht wel een zakenimperium dat tot op vandaag duizelingwekkende omzetten genereert. Het economische tijdschrift Forbes plaatst Lennon vierde op de lijst van bestverdienende dode entertainers. Zijn politiek activisme zal wellicht voor eeuwig overschaduwd worden door zijn ontzagwekkend talent als songsmid, maar wanneer John Lennon in 1971 naar New York verhuist, verbleekt het pacifisme van de War is Over-billboards en de knusse Bed-Ins bij zijn vers aangeboord links radicalisme. John en Yoko engageren zich onder meer voor de Onondaga-indianen, de Black Panthers, de White Panthers, vermoedelijk het IRA, zeker de anti-Vietnam-beweging, vrouwenrechten, burgerrechten, gevangenenrechten en een versoepeling van de drugswetgeving. Lennons politieke escapades genereren een vuistdik dossier bij het FBI en onnoemelijk veel problemen met zijn visum. Wanneer president Nixon de Republikeinse Conventie van 1972 in gevaar ziet komen door een reeks protestconcerten, is Lennon plots een bedreiging voor de nationale veiligheid en wordt hij het land uitgezet. De juridische strijd over een permanente verblijfsvergunning woedt nog jaren; uiteindelijk krijgt hij pas in 1976 zijn felbegeerde green card. Lennon gebruikt in die periode zijn muziek ook als strijdmiddel, maar de protestsongs op Sometime in New York City (waarvan The Luck of The Irish overigens ook in een akoestische versie te horen is op het nieuwe album) kunnen het publiek en de critici maar matig bekoren. 'Mijn politiek activisme was tijdverlies', zegt Lennon in 1975. En erger: 'Ik deed alleen dingen die ik hartsgrondig verachtte.' Wanneer hij twee jaar later als kersvers vastgoedspeculant het presidentiële gala van de democraat Jimmy Carter bijwoont, trekken zijn vroegere kameraden hun haren uit om zoveel opportunisme. John Sinclair, in een ver verleden manager van de MC5 en oprichter van de radicale White Panthers, wordt in 1969 veroordeeld tot tien jaar gevangenis omdat hij twee joints had aangeboden aan een undercoveragente. Na zijn arrestatie gonst het in linkse kringen over een samenzwering tegen de tegencultuur (een gerucht dat later ook bevestigd wordt door documenten van de Senaatscommissie voor Veiligheid). Sinclairs onrechtvaardige lot trekt in 1971 een protestcampagne op gang die zich richt tegen de scherpe drugwetten van Michigan State en ijvert voor Sinclairs vrijlating. Met namen als Commander Cody, Phil Ochs en Booby Seale is de affiche van de Ten For Two Rally niet echt aantrekkelijk voor de bezoekers van de benefiet. Maar dan verneemt Sinclair via zijn advocaten dat John Lennon komt optreden en zelfs een nummer voor hem heeft geschreven. Als Lennon het podium opwandelt, vreest hij massale verzoeknummers van de Beatles, maar hij houdt toch vast aan zijn nieuwe radicale repertoire. Een paar dagen na de benefiet komt John Sinclair terug vrij. Na een anderhalf jaar van decadentie dat zo uit het handboek van rock-'n-rollexcessen komt, met als hoogtepunt de desastreuze opnamesessies voor het coveralbum Rock 'n Roll, keert Lennon in 1975 terug naar een zwangere Yoko. De jaren die daarop volgen, zijn wellicht de meest ongrijpbare uit Lennons leven. Niemand weet wat er aan de hand is als hij na de geboorte van Sean volledig uit de publieke belangstelling verdwijnt om vader en huisman te spelen. Hij zegt de muziekbusiness voor onbepaalde tijd vaarwel en trekt zich terug in zijn Dakota-appartement. John en Yoko lijken in stilte te genieten van hun nieuw gevonden huiselijk geluk, maar insiders slaan dat wollige beeld later aan diggelen: Lennon zou afgegleden zijn in een zelfdestructieve lethargie met druggebruik, televisiekijken en astrologie als enige reddingsboeien. Hij brengt maanden aan een stuk in bed door, is emotioneel afgestompt en kent slechts sporadisch creatieve opflakkeringen die meestal meteen de kop worden ingedrukt door persoonlijke drama's: de dood van The Beatles' roadmanager en vertrouweling Mal Evans, van Johns vader Freddie en van zijn grote held Elvis Presley. Lennon zet in die periode geen voet meer in een opnamestudio, want 'zij (Yoko) wil dat ik weer opneem zodat ze haar eigen ding kan doen. Ze kan het niet alleen en gunt me niets voor mezelf.' Begin jaren tachtig kan Lennon de depressie keren. Opgehitst door het Top-40-succes van Paul McCartney begint Lennon aan een comeback. Double Fantasy doorbreekt de vijfjarige stilte en moet een nieuw creatief tijdvak inluiden, maar twee maanden na de release en de hernieuwde mediastorm beslist het lot daar anders over. 'Vijf kogels in de rug. Lennon heeft het nooit zien aankomen', zegt Mark Chapman over de meest beruchte moord uit de rockgeschiedenis. Terwijl Lennon minutenlang tevergeefs voor zijn leven vecht op de stoep van de Dakota, staat zijn moordenaar wat verderop The Catcher in the Rye te lezen. Chapman heeft zich na tientallen obsessieve leesbeurten compleet vereenzelvigd met J.D. Salingers hoofdpersonage: net zoals Holden Caulfield dwaalt hij door een New Yorkse winteravond en walgt hij van phonies - een decadente, superrijke rockster is nu eenmaal geen working class hero. De schizofrene Chapman krijgt van overal signalen dat Lennon moet sterven, niet het minst van Lennon zelf: zijn albums verbergen volgens hem immers gecodeerde boodschappen. Waar de meeste mensen Watching the Wheels begrijpen als een ode aan de relatieve rust van zijn vijfjarige burn-out, draait Chapmans 'Double Fantasy' overuren: Lennon zingt letterlijk dat hij de carrouselrit in Salingers boek beu is. Aangevuurd door een koor van do it's in zijn hoofd, schiet Mark David Chapman zijn idool in koelen bloede neer op 8 december 1980. De poplegende wordt een martelaar, en de gevangenislegende kan drie keer op rij fluiten naar een voorwaardelijke vrijlating. Voor de commissie blijft zijn pathologische drang naar aandacht een moreel verwerpelijk motief. 'In some ways I'm a bigger nobody than I was before,' zei Chapman na zijn laatste poging tot een voortijdige vrijlating medio oktober, 'because... people hate me now.''ACOUSTIC''ROCK 'N ROLL'EXTRA OP WWW.FOCUSKNACK.BE : De carrière van de beatles in een notendop Bram Van Moorhem