Afhankelijk van de bron produceert TV On The Radio 'soulpunk', 'dark whop' en/of 'Motown noise', maar van ons mag u ook aan een zwarte versie van Sonic Youth denken. Het zwart-witte vijftal uit Williamsburg, New York, doet allerlei hoogst ontroerende dingen met gospelstemmen en overstuurde gitaren, en heeft met David Sitek de alom gevierde producer van de Yeah Yeah Yeahs en Celebration in de rangen. Zanger/schilder/acteur Tunde Adebimpe en drummer Jaleel Bunton hebben er net een lange transatlantische vlucht opzitten als we hen die middag onze recorder onder de neus duwen. 'Maar', geeuwen ze nadrukkelijk: 'It's great to be back in Belgium.'

Jullie menen het.

Tunde Adebimpe: Absoluut, uit de grond van ons hart. We houden enorm van dit land, jullie Belgen zijn ongelooflijk hartelijk. Twee jaar geleden speelden we hier vlakbij, in de Ancienne Belgique, en gooide een meisje een brood op het podium. Er was een boodschap in gekrast: 'Love you, guys.' En na het optreden gaf ze ons nog een potje huisgemaakte confituur. Heerlijk.

Maar wel vreemd.

Adebimpe: Vind je? Als je anderhalf jaar op tournee bent, maak je best wel vreemdere dingen mee, hoor. In Glasgow werd er om vier uur 's ochtends heel luid op het raam van mijn hotelkamer gebonsd. Op de negende verdieping, nota bene. Een verwarde puber die langs een stelling naar boven was geklauterd, en vroeg of ik geen sigaret voor hem had. Het gesprek dat volgde, kon zo in een film. Hij: 'Ik durf wedden dat je niks om me geeft, net als de rest van de wereld.' Ik, stomdronken: 'O, toch wel. Ik heb geen flauw idee wie je bent, maar ik weet zeker dat ik je ontzettend graag zou kunnen zien. Zou je niet even binnenkomen? Dat praat gemakkelijker.' Uiteindelijk is hij op de sofa blijven slapen.

Jaleel Bunton: In IJsland ontmoetten we vorig jaar een ongelooflijke weirdo in een bar, helemaal naakt. Hij zei dat kleren de aandacht alleen maar van de essentie afleiden. 's Anderendaags droegen we tijdens ons concert een song aan hem op, en achteraf kregen we een heel lief mailtje: 'You guys rock my universe. Thank you so much. Naked Guy.' (lacht) Soms heb ik de indruk dat we echte freakmagneten zijn. Gelijkgestemde zielen trekken elkaar aan, zeker?

De titel van jullie nieuwe plaat luidt 'Return To Cookie Mountain'. Naar het gelijknamige level in 'Super Mario Bros'?

Bunton: Toch niet, nee. Net als iedereen hebben we Super Mario Bros wel gespeeld als kind, maar zo'n diepe indruk heeft dat niet nagelaten. De koekjesberg is gewoon een metafoor voor alles wat je zou kunnen hebben, maar niet noodzakelijk wil krijgen.

Adebimpe: Na onze eerste plaat werd onze deur platgelopen door mensen die ons gouden bergen beloofden. 'Ik heb die-en-die groepen groot gemaakt, en ik heb contacten met die-en-die topproducer, en voor het artwork ken ik een geweldig team in Los Angeles dat...' En zo ging het maar door, weken en maanden aan een stuk. Misschien waren sommige van die mensen wel te goeder trouw en hadden ze ons écht verder kunnen helpen. Maar we willen niets uit handen geven. Als iemand onze carrière dan toch moet verneuken, doen we het liefst van al zélf.

David Bowie vroeg jullie naar verluidt heel beleefd om een gastrolletje op de plaat. Vereerd, zeker?

Adebimpe: En geen beetje. We hadden gehoord dat hij een fan was van onze muziek, en dat vonden we op zich al een gigantisch compliment. Maar dat hij ons zélf zou vragen of hij eens mocht langskomen in de studio... Dat hadden we niet eens durven te dromen. Toen hij belde, wilde ik eerst ook niet geloven dat hij het echt was. Ik dacht dat het één of andere vriend was die een flauwe grap uithaalde. 'Hé, jongens, ik heb hier een of andere grapjas aan de lijn die beweert dat hij David Bowie is. Of nee, wacht: het is David Bowie.' (lacht)

Doe je iets speciaals als iemand als Bowie op bezoek komt? Opruimen? Afstoffen? De koffiezet ontkalken? De boel herschilderen?

Adebimpe: Je neemt je wel voor om dat allemaal te doen, maar uiteindelijk komt daar niks van in huis. Als het eenmaal zover is, denk je zelfs: 'Shit, zou iemand eraan gedacht hebben om het toilet nog even na te zien?' (lacht) Maar hij is één van de grootste gentlemen die ik ooit heb ontmoet. Ontstellend charmant, en vooral: ongelooflijk bescheiden en genereus. He made us feel stars, en daar is véél voor nodig.

Jullie studio ligt in de kunstenaarswijk Williamsburg in New York, waar ook de Yeah Yeah Yeahs, Liars en Radio 4 wonen. Is de sfeer er echt zo anarchistisch als in SoHo in de jaren 70, zoals we overal lezen?

Adebimpe: Toen ik er lang geleden ging wonen nog wel. Toen kwam ik echt de ene interessante gek na de andere tegen, en hoorde ik niks dan de meest surrealistiche levensverhalen. Maar de voorbije jaren zijn de huurprijzen verveelvoudigd, en is het een cleane, veilige buurt geworden. Er wonen bijna alleen nog maar saaie gekken - neuroten met designbrillen en zo.

Bunton: Tot voor kort was Williamsburg het laatste stukje ongerepte wilde Westen in New York. Alles mocht en alles kon, niemand die zich van wat dan ook iets aantrok. Ik herinner me nog een day job in een muzikantenbar, waar ik achter de toog hele dagen gitaar kon zitten spelen. Als iemand iets bestelde, zei ik gewoon: 'Momentje, ik begin eraan zodra mijn song klaar is.' Het is ongelooflijk jammer dat zulke dingen nu niet meer kunnen. Een grote stad heeft dat soort vrijplaatsen echt nodig.

Van day jobs gesproken: Tunde, klopt het dat jij nog voor 'Celebrity Deathmatch' hebt gewerkt, het programma op MTV waarin beroemde poppetjes elkaar op de meest gruwelijke manieren tot moes herleidden?

Adebimpe:Guilty as charged. (lacht) Ik zat in de cel animatie, het was mijn job om de poppetjes te doen bewegen. Maar op een bepaald moment werd het me toch iets te gortig, en heb ik ermee gekapt. Mijn laatste opdracht was er één waarbij Tommy Lee moest vechten tegen pornoacteur Ron Jeremy. In de laatste scène liet hij zijn broek zakken en stak hij zijn lid in zijn schedel, door één van zijn oogkassen. Toen heb ik aan mijn bazen gezegd: er kijken honderdduizenden kinderen naar ons programma, this is where I draw the line. Zelfs aan wansmaak zijn grenzen.

Door Wouter Van Driessche