Zelfs toen het een trend was, leek de houdbaarheid van postpunk met spreekzang beperkt. Maar dat was buiten Dry Cleaning gerekend.
Ja, Florence Shaw manifesteert zich op deze derde lp van Dry Cleaning nog altijd als anti-zangeres en schijnbaar verveelde frontdame in haar absurde, dadaïstische observaties van het moderne leven. Maar haar ironische scherpzinnigheid kreeg nog nooit zo’n sprankelende weerklank als in de soundscapes die gitarist Tom Dowse, bassist Lewis Maynard en drummer Nick Buxton er deze keer bij voorzien.
Een parcours langs drie studio’s – bij Wilco in Chicago, Gilla Band in Dublin en met producer Cate Le Bon op een landelijke plek in Frankrijk – rekte het referentiekader van Dry Cleaning danig uit. Vanaf de speelse, arty punkfunk van entree Hit My Head All Day (Talking Heads ontmoet Chaz Jenkel) verslapt de aandacht nauwelijks. Niet moeilijk, met Stones-riffs hier, triphopsfeer daar en een metalige Gang Of Four-gitaarsneer ginds, en algemeen veel melodieuze kapstokjes en ritmische stuwkracht.

Shaw steekt intussen lustig de draak met ingeslepen rolpatronen (My Soul/Half Pint), obsessie met beroemdheid (Secret Love) en de bespottelijkheid van moderne communicatie (Let Me Grow and You’ll See the Fruit). Maar luister voorbij de geinigheid en je vindt aandoenlijke schetsen van lieden die naar betekenis, liefde of troost snakken. Een plaat waarop het zowel hoofdschudden als meeknikken is.