EuroSonic ’26, dag 1: in de ban van muzikale waaghalzerij, licht ontvlambare punk en onweerstaanbare pop

Man/Woman/Chainsaw maakte het meeste indruk op dag 1 van Eurosonic 2026.

Geen enkel festival draagt de Europese Gedachte zo expliciet uit als EuroSonic in Groningen. De formule -350 beloftevolle bands of artiesten uit alle hoeken van het continent een plek geven op een veertigtal podia- tikt duidelijk aan: de driedaagse in Groningen is dit jaar al aan zijn veertigste editie toe. Met als eerste onbetwiste revelatie: het Britse Man/Woman/ Chainsaw.

Wie worden de muzikale helden van morgen? Het is een vraag die niet alleen het publiek bezighoudt, maar ook journalisten, radiomensen, festivalorganisatoren en boekingsagenten. Allemaal zakken ze jaarlijks in dichte drommen en met gespitste oren af naar de gezellige Nederlandse universiteitsstad en het gevolg laat zich raden. Iedere zomer tref je op het programma van, pakweg, Rock Werchter of Pukkelpop, artiesten aan die zich enkele maanden eerder, tijdens EuroSonic, in de kijker hebben gepeeld. Arlo Parks, Dua Lipa, Fontaines DC, Stromae of Joy Crookes, allemaal schreven ze de eerste pagina’s van hun Europese verhaal in Groningen. 

Deze namen trokken tijdens de openingsavond van de jubileumeditie alvast onze aandacht.

Dove Ellis zong alle sterren van de hemel

Aan zijn komst was al een serieuze buzz voorafgegaan. Dat verklaart waarom zelfs de Nederlandse koningin Máxima zich tussen de toeschouwers bevond. De 22-jarige Ierse singer-songwriter Dove Ellis is namelijk in het bezit van een opvallende, uiterst wendbare stem waar weinigen aan kunen weerstaan. Men denke aan Thom Yorke, maar met iets minder pathos. Aan Jeff Buckley, maar met minder memorabele songs. Aan Tamino, maar met iets minder exotiek. Aan Rufus Wainwright, maar zonder de campy trekjes. 

In december bracht de uit Galway afkomstige Dove Ellis zijn langspeeldebuut Blizzard uit. Die kwam weliswaar net iets te laat voor de jaarlijstjes, maar Pitchfork of The Economist waren zeker niet spaarzaam met superlatieven. En sinds kort heeft bij ons ook Radio 1 Ellis opgepikt.

In Groningen liet de artiest, die afwisselend gitaar en piano speelde, zich bijstaan door een drummer en een saxofonist en zong hij in emotioneel intense nummers als To the Sandals en het van Gillian Welch geleende April the 14th de sterren van de hemel. Goed, net als Jacob Alon, die andere jonge songwriter die vorig jaar kwam bovendrijven, bezondigde Dove Ellis zich occasioneel aan overacting, en niet al zijn liedjes waren even onontkoombaar. Maar over één ding kunnen we het alvast eens zijn: dit is een talent om in de gaten te houden.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

O’o twijfelde tussen onschuldig en ondeugend

Dit duo uit het Franse dorpje Mézin ontleent zijn naam aan een inmiddels uitgestorven vogelsoort uit Hawaii, die bekend stond om haar melodieuze gezang. Maar het hedendaagse O’o is al net zo bijzonder. Victoria Suter, die vaak klonk als een klassieke sopraanzangeres, en Mathieu Daubigné, die er met zijn scheve synths en hoekige beats de vaart in hield, sloegen een brug tussen experimentele pop, elektronica en chanson. Hun liedjes, afwisselend in het Frans en het Engels, klonken tegelijk speels en inventief, onschuldig en ondeugend. Ze handelden onder meer over schorpioenen of over een octopus met een gebroken hart, en waren dus nooit gespeend van humor of luchtigheid. O’o schrok er zelfs niet voor terug een iconische song als O Superman van Laurie Anderson onder handen te nemen en kwam er, dank zij zijn onweerstaanbare uitstraling, moeiteloos mee weg.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Yana Couto hield het bij rustgevend minimalime

Eigenlijk was het mijn bedoeling naar het Belgische Lézard te gaan kijken, maar de zaal was al zo vol dat er helaas geen doorkomen aan meer was. Dan maar naar de Poolse Yana Couto, een minimalistisch georiënteerde klavierspeelster wier werk het midden hield tussen dat van Nils Frahm en Wim Mertens. Haar rustgevende composities, waarin ook bewerkte stemmen, laptopgeluiden en field recordings opdoken, hielden het midden tussen neoklassiek, ambient en filmsoundtracks. Mooi? Gevoelig? Romantisch? Drie keer ja. Maar echt uniek kon je haar aanpak nauwelijks noemen. In Couto’s plaats hadden we dan ook liever de Brusselse Paulette Verlée op EuroSonic zien staan.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Les Imprimés brachten smaakvolle retro die iets teveel kabbelde

Centraal bij Les Imprimés staat Morten Martens, een Noor uit Kristiansand die op platen als Rêverie en Fading Forward zo goed als alle instrumenten zelf bespeelt. Op het podium bracht de zanger, die zich vooral leek te spiegelen aan de soul en doo-wop uit de sixties en seventies, vier extra muzikanten mee. Die stonden garant voor fluwelen gitaren, een krols orgeltje en meerstemmige zangpartijen die afwisselend deden denken aan het oeuvre van The Stylistics of, recenter, Thee Sacred Souls. Het resultaat was smaakvolle maar rustig voortkabbelende retro. Op zich niets mis mee, maar te vaak had je de indruk dat Les Imprimés in hun eigen bubbel stonden te spelen. Wat meer bevlogenheid had dus ongetwijfeld wonderen kunnen doen.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Man/Woman/Chainsaw vermomde zijn songs als handgranaten

Met bands als Squid, Caroline, Black Midi of het vroege Black Country, New Road was er de jongste jaren aan zinnenprikkelende bands uit Groot-Brittannië beslist geen gebrek. Mogen vanaf nu mee in het rijtje: het experimentele Zuid-Londense artpunksextet Man/Woman/Chainsaw. 

De groep (twee mannen en vier vrouwen), die al het nodige opzien baarde met haar ep Eazy Peazy, maakt vooral live een verpletterende indruk. Songs als Boss, Adam and Steve of Mad Dog klonken energiek, overrompelend, vindingrijk en explosief . Ze werden zowaar de zaal in geslingerd alsof het handgranaten waren.

Man/Woman/Chainsaw beschikt niet over één maar drie blikvangers: bassiste Vera Leppänen, keyboardspeelster Emmie-Mae Avery en gitarist Billy Ward wisselen elkaar af achter de microfoon, terwijl snarengeselaar Billy Doyle met zijn verschroeiende riffs onder iedere compositie een bommetje legt. En dan hebben we het nog niet over het hondsdolle, schrapende vioolspel van Clio Harwood of het stormachtige drumwerk van Lola Cherry gehad. Man/Woman/Chainsaw bestaat uitsluitend uit jonge twintigers die van muzikale waaghalzerij hun missie hebben gemaakt.

‘A young band in the process of inventing someting ecstatically new’ noteerde een journalist na het zien van één van hun concerten. Na zijn passage op EuroSonic kunnen we dat alleen maar onderschrijven.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Gans serveerde licht ontvlambare punk met een boodschap

Méér tyfusherie, maar dan van het rechttoe rechtaan-type, viel te oogsten bij Gans: een (post)punkduo met working class roots uit Birmingham. Drummer (Euan Woodman) en bassist (Tom Rhodes) houden niet van moeilijkdoenerij. Zoals ze al aangaven met hun debuut-lp Good for the Soul zweren ze vooral bij ‘luid’ en ‘licht ontvlambaar’. In Groningen wisten ze hun songs over mentale gezondheid, ‘racist twats’ en het Britse klassensysteem op te leuken (nu ja!) met schurende synths en industriële invloeden, en maakten ze er vooral een bandeloos feestje van. Gans wordt al op handen gedragen door Pete Doherty, die de twee heren meenam op een tournee van The Libertines, en ook het EuroSonic-publiek raakte tijdens de set van deze Gansworsten in een mum van tijd door het dolle heen. Na afloop stonden we er vooral van te kijken dat hun instrumenten deze muzikale guerilla-aanval had overleefd. En onze eustachiusbuizen? Die hoefden na de passage van Gans niet langer ontkalkt te worden.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise