De Nederswamp van Kaai Man in première: ‘In je eigen taal kom je jezelf keihard tegen’

© GF
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

In 1999 sloeg een van de wildste bands van de Belgische scene op de klippen: Mambo Chillum ging prematuur de belpopgeschiedenis in. 23 jaar later keert frontman Fred Verhaegen terug. Swamp blues in het Nederlands: hij doet het met verve.

Hoe groot was Mambo Chillum nu écht? Misschien vat dit het nog wel het best samen: de allereerste aflevering van het belpopprogramma De Dikke Delvaux op Radio 1 was volledig gewijd aan de Gents-Antwerpse bluesband. Mambo Chillum was live op het dierlijke af. Ja, ze speelden klassiekers van Howlin’ Wolf, maar net zo goed surfversies van Thelonious Monk – en ze keken daarbij even verwonderd als hun publiek: moest je nu zien wat er uit die gitaar was gekomen?

Die gitaar, moet u weten, werd bespeeld door Bruno De Groote. In die tijd was hij op het Gentse conservatorium bekend als Super Bruno. Vandaag is hij bekend als de gitarist die het nieuwe album van dEUS inspeelt. Drummer Frederik Van den Berghe dook later op in de bands van Arno en Admiral Freebee, speelt nu exoticajazz bij Compro Oro en werd een A-lister in de Belgische muziekwereld.

En frontman Fred Verhaegen? Die nam een doorstart met Durango, maar toen werd het stil. Goed twee decennia later keert hij terug. Dat doet hij in stijl, én in het Nederlands. Onder de naam Kaai Man presenteert hij vandaag Samen, de eerste single uit het album Overkant, dat op 13 mei verschijnt.

Overkant is een intrigerend werkstuk. Een bluesalbum kun je het niet noemen. Kaai Man is bovenal een singer-songwriter met literaire gravitas, die zich bijna toevallig uitdrukt in swamp blues – de muzikale tongval waarmee hij opgroeide in de streek waar de Schelde in de Mississippi vloeit. Maar daarover later meer. Eerst: het feest en de crash.

Even een retrotrip. Mambo Chillum maakte één mythische demo, één album met Geoffrey Burton als producer, en toen was het uit. Kort voor de albumpresentatie zijn jullie gesplit. Waarom toch?

Fred Verhaegen: Het was een wilde tijd. Overal hebben we gespeeld, van trouwfeesten tot festivals. We waren jong en dachten dat we het voor elkaar hadden. En toen knalde het. Bruno en Frederik vertelden me dat ze ermee wilden ophouden, en daar heb ik niet bepaald diplomatisch op gereageerd. Als we toen rustig de geboekte concerten hadden afgemaakt – we zouden ons album voorstellen op Blues Peer – hadden we vast een tweede adem gevonden. Wellicht wilden Bruno en Frederik andere horizonten opzoeken. Dat zie je ook aan waar ze nu staan.

Twintig jaar later klink je als Kaai Man heel introspectief. Is je leven dan zo ingrijpend veranderd?

Verhaegen: Na de crash van Mambo Chillum heb ik een tijd afgezien. Ik had, welja, de blues en heb een gitaar gekocht. Richtte Durango op – óók wild, alweer. En dat begon me parten te spelen. Ik was obsessief met muziek bezig, en daar kwamen drank en drugs bovenop. Zo raak je het spoor bijster. Op een dag besefte ik dat ik ermee moest stoppen. Ik kon de muziek en de drugs niet van elkaar scheiden, dus legde ik alles stil. Ik wilde clean worden, me ontplooien, mezelf tegenkomen. Dat heeft tijd gekost. Ik moest mijn identiteit loslaten, snap je? En ik werd vader.

Na de crash van Mambo Chillum heb ik een tijd afgezien. Ik had, welja, de blues en heb een gitaar gekocht.

In die tijd bleef ik teksten schrijven, maar als ik er vandaag naar luister, kan ik het niet aanhoren. Ik was niet clean, én ik was niet bij machte om in het Engels te vertellen wat ik te vertellen had. Toen kwam het inzicht: als ik herbegin, zal het in het Nederlands zijn. Stilaan vloeiden de tekstflarden eruit.

Bluesteksten komen zelden verder dan tenenkrullende seksmetaforen. Daar blijf jij mijlenver van weg. Mag ik je in naam van het vaderland bedanken dat je ons hiermee verlost van Big Bills Ene mee hesp of ene mee kees, tot hiertoe de enige Nederlandstalige bluesstandard?

Verhaegen: Dat doet me plezier. Het moest méér zijn dan wat woorden op muziek geplakt. De vraag was: met welke stem wilde ik dat doen. In het Antwerps? Nee, dat is alweer een manier om je te verstoppen. In noordelijk Nederlands? Ik klonk ineens als Herman van Veen, dat hoefde nu ook weer niet. Het werd iets anders. Weet je nog, dat je als tiener voor het eerst op bezoek ging bij je lief, en je wilde een goeie indruk maken op haar pa? Zoiets. Verstaanbaar, en toch jezelf zijn. Zo wil ik klinken. Als ik in het Nederlands ga zingen, en dan nog over persoonlijke onderwerpen, wil ik eerlijk zijn. Want in je eigen taal kom je jezelf keihard tegen.

Je trok weg uit Antwerpen. Je nieuwe omgeving past in elk geval bij de swampy muziek die je speelt. Voedt ze de muziek?

Verhaegen: Zeker. Ik moest weg uit de stad. Ik zocht de natuur op, de vergezichten. En die vind je in het Scheldeland rond Temse. De vlakte, het slijk, de stroom: de Schelde is mijn Mississippi. Mijn swamp. Dankzij haar ben ik clean geworden, door de lange wandelingen langs de rivier met mijn hond. Uiteindelijk gaat De overkant dáárover. Dat ik aan de overkant ben geraakt, op die periode kan terugkijken en niet meer in de verleiding kom. Al moet ik waakzaam blijven.

Instrumentaal koos je voor schaarse arrangementen.

Verhaegen: Ik wilde mijn eerste plaat heel simpel houden. Ik heb mijn liedjes, een paar gitaren, en mijn mondharmonica in een rack. Zo doe ik het ook live, solo. Zitten, ogen dicht en mijn verhaal vertellen. Als ik op het einde van een nummer mijn ogen weer open, schrik ik me soms rot. Zitten er plots allemaal mensen naar me te kijken. Maar wat me opvalt: tijdens het spelen zwijgen ze. Ze luisteren naar de verhalen, dankzij het Nederlands.

De Schelde is mijn Mississippi. Mijn swamp. Dankzij haar ben ik clean geworden, door de lange wandelingen langs de rivier met mijn hond.

Rustig moest het zijn, een zondagnamiddagplaat. Ook al hakken de thema’s er soms stevig in. (op dreef) Weet je wat een eyeopener was? Het concert van (gospellegende) Mavis Staples in het Rivierenhof. Ik was totaal van mijn sokken geblazen. Die gospelboodschap van hoop en vereniging – je hoeft er niet eens gelovig voor te zijn. (blaast) Maar om dát te doen in het Nederlands, zonder klef te worden?

Ik snak er wel naar om eens iets feestelijks te schrijven, maar ook dat ligt niet voor de hand. Je wordt al snel Sam Gooris. Voor de volgende plaat ga ik een band zoeken. Om alles ook even te kunnen loslaten, mijn harp te pakken en voluit te gaan. Vooruit met de geit! In mijn hoofd heb ik al zeven groepen samengesteld, maar zover zijn we dus nog niet.

Tot slot: bij Samen hoort een mooie clip van regisseur Steven Perceval. Begraaf je daarin je oude zelf?

Verhaegen: Zo zou je het kunnen zien. Ik was al een paar keer in Wissant geweest, aan Cap Blanc Nez. Daar, aan zee, werd ik overvallen door het besef dat we maar speldenkopjes zijn in een groter geheel. Garnalen in de oceaan. Dat idee bleef hangen. En voor je het weet, sta je in een garnalenpak in een supermarkt. (grijnst)

Overkant van Kaai Man verschijnt op 13 mei bij Sing My Title.

Partner Content