Hoewel Christian Osters ‘Odile’ amper over een plot beschikt, blijf je hongeren naar elk volgend hoofdstuk

4 / 5
Christian Oster. © Getty

Christian Oster, Uitgeverij Vleugels

Odile

Oorspronkelijke titel: Loin d'Odile, 104 blz, 23,95 euro

4 / 5
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

De liefde is vluchtig, maar in de vrolijke romans van Christian Oster schuilt achter elk romantisch drama wel een monkellach.

Musca domestica: dat is de officiële naam van de indringer. Ergens begrijpt Lucien het wel: het is eind november hier in Parijs en buiten is het 5 graden. Je zou voor minder een warm stekje opzoeken. De infiltrant stoort vooralsnog niet. Hij – of zij, daar is Lucien nog niet uit – houdt zich vooral op in de keuken, tevreden met wat broodkruimels. Meestal zit hij gewoon bij het raam, en de zeldzame keren dat hij op bezoek komt in Luciens werkkamer, kijkt de ongenode gast braaf toe hoe Lucien zijn dagboek volkrabbelt.

De eenzelvige notulist kan wel wat gezelschap gebruiken. Al drie jaar heeft hij zich teruggetrokken uit het publieke leven. Misschien kampt hij op zijn vijfenveertigste met een midlifecrisis, of misschien heeft hij de relatiebreuk met Odile nog steeds niet verteerd. Daar probeert hij al schrijvend achter te komen. En terwijl we over zijn schouder meelezen, moeten we vaststellen dat Odile weinig schuld treft: de geliefden hebben elkaar slechts een paar keer ontmoet en om de afwijzing voor te zijn heeft Lucien haar eerst gedumpt. Toch blijft hij haar missen. En ondertussen begint zijn nieuwe huisgenoot ook op zijn zenuwen te werken.

Centrale zinnen: Toch nog even over mijn kamer. Het was een kinderkamer.

In Luciens troebele hoofd vormt zich een vaag moordplan: ‘Als ik Odile ergens uit wilde verjagen, moest het uit mijn leven zijn. Ik besloot haar te doden.’ Dat blijkt echter niet zo makkelijk als gedacht en na de eerste halfslachtige poging krijgt hij telefoon van zijn vriend André: of Lucien meewil op skireis, gezellig met z’n drietjes – Andrés vriendin Jeanne is ook van de partij. Daar heeft Lucien wel oren naar, temeer omdat hij een oogje heeft op Jeanne, toch een ravissante blondine. De buitenlucht zal hem bovendien deugd doen, want als heremiet begon hij toch rare gedachten te ontwikkelen. Zat hij al de hele tijd tegen een vlieg te praten, een huisvlieg die zomaar kwam aanwaaien en die hij uit eenzaamheid Odile had gedoopt.

Wie het humoristisch oeuvre van de Franse schrijver Christian Oster een beetje kent, weet dat ook die skireis niet van een leien dakje zal lopen. Oster heeft een zwak voor tragikomische hoofdpersonages die verstrikt raken in onmogelijke liefdes en absurde situaties. Hoewel Odile amper over een plot beschikt, blijf je hongeren naar elk volgend hoofdstuk, en dat is louter aan zijn briljante stijl te danken – het vergt belachelijk veel talent om een kafkaëske jacht op een vlieg pagina’s lang boeiend te houden.

Vorig jaar verkozen we Osters roman Drie mannen en een stoel hier nog tot boek van het jaar. Met dit Odile, overigens puik vertaald door Kiki Coumans, mag hij opnieuw dromen van een lauwerkrans.

Partner Content