Bono is een werkwoord, zoals blijkt uit zijn essaybundel ‘Surrender – 40 songs, één verhaal’

4 / 5
© National

Bono, Vip

Surrender – 40 songs, één verhaal

Oorspronkelijke titel: Surrender – 40 Songs, One Story, 616 blz, 24,00 euro

4 / 5

De zeshonderd bladzijden tellende autobiografie van Bono heet Surrender. Omdat hij die overgave steeds van zichzelf eist, en nu beleefd van u vraagt.

Misschien heeft het tussen U2 en u nooit geboterd. Uiteraard behoort Achtung Baby tot uw huisraad, maar verder stond de zendelingendrang die de vier Ieren in hun muziek aankleefden u al tegen nog vóór de zanger rond de millenniumwende als activist op de schoot kroop bij wereldleiders en mediamagnaten.

Nu is die Bono (echte naam Paul Hewson) wel zo schrander dat hij de gevolgen van zijn bemoeienissen met de wereldpolitiek op voorhand kon voorspellen. ‘Ik moest vriendschappen sluiten met mensen die ik altijd voor vijanden had aangezien. Ik zou conflicten krijgen met mensen van wie ik dacht dat ze vrienden waren.’ En zelfs met wie hij getrouwd is, kunnen we uit Surrender opmaken.

In zijn verheven katholieke drang om zich op alle mogelijke manieren nuttig te maken, liep Bono als tiener al over van ijver en urgentie. Voor de eerste lp van U2 (Boy uit 1980) overwoog deze onbeduidende Dublinse snaak om John Lennon als producer te vragen. Aan geloof – van religieuze dan wel artistieke aard – ontbrak het Bono en zijn kompanen The Edge, Adam Clayton en Larry Mullen Jr. nooit in de eighties, het decennium van U2’s steile opgang.

Surrender is bevlogen en kost moeite, maar ontwapent ook dankzij Bono’s openheid en zelfkritiek.

Surrender is beslist geen keurig chronologisch vertelde levenswandel. In veertig essays gecentreerd rond evenveel U2-songs legt Bono een onderhoudende, conversationele flair aan de dag waarin het heilige vuur doorlopend brandt. Je krabt je wel eens in het haar bij achtereenvolgende uitweidingen over Frank Sinatra of Luciano Pavarotti en fronst bij het laatste hoofdstuk Breathe, waarin hij in poëtisch proza zijn eigen geboorte schildert.

Het maakt die zeshonderd kantjes bij momenten taai, al hoeft Bono zich niet altijd te wijden aan U2 of aan analyses van de spirituele macht van muziek om te boeien. Hoe hij zich als volslagen noviet een houding van professionele lobbyist moest aanmeten in het Witte Huis, in de zomerresidentie van de paus of tegenover een Republikeinse afgevaardigde die hem onverschillig Bonio noemt: het vindt op begenadigde wijze zijn weg naar het papier. Mede door Bono’s inzet vielen de armste landen ongeveer twintig jaar geleden een historische schuldkwijtschelding te beurt. Het streelde zijn ego maar overlaadde hem ook met schuldgevoel: was hij – zoals bij elke maandenlange U2-tournee – geen egoïst die zijn vrouw Ali in haar uppie voor de opvoeding van hun kinderen liet opdraaien?

Surrender is bevlogen en kost moeite, maar ontwapent ook dankzij Bono’s openheid en zelfkritiek. Die omstandige zelfanalyse moet tegenstanders (enigszins) overtuigen van de diepgewortelde oprechtheid van al wat hij onderneemt, en van de onvoorwaardelijke liefde voor zijn band en zijn vrouw. Over hun prille huwelijk in 1982 schrijft hij mooi: ‘We vielen niet voor elkaar, we klauterden naar elkaar toe. Dat doen we nog altijd.’ Liefde is een werkwoord. Bono ook.

Partner Content