Toute une nuit ****

© National

‘Ik kom.’ ‘Ik hou van je.’ ‘Laten we gaan dansen in de stad.’ Meer wordt er niet gezegd in Chantal Akermans sensuele stadssymfonie uit 1982, waarin een dubbel dozijn personages tijdens een zwoele zomernacht de straat opgaat of de kroeg induikt, op zoek naar of op de vlucht voor de liefde. Een verhaal is er niet, conform de luimen van de liefde, al ontstaat een verhaal sowieso wanneer je beelden kadreert en achter elkaar kleeft. Al dan niet op de tonen van een Italiaanse schlager die via een zomerbries komt binnen gewaaid. Dat gegeven trekt Akerman, de matrone van de Belgische avant-gardecinema, radicaal en op een speelse manier door waardoor deze ‘film’ een jukebox aan gestileerde soapscènes lijkt – of aan geanimeerde platenhoezen van Roxy Music zo je wil. Eén waarin de vluchtige personages – een vrouw die gespannen bij de telefoon zit, een koppel vreemden dat op café een pint drinkt – plots overmeesterd worden door hun emoties, maar waarbij Akerman alles wat aan die extatische opwelling voorafging heeft geskipt. Alsof je zelf mag en moet invullen wie ze zijn, en wat hen in of uit elkaars armen drijft. Een trip door een nachtelijk Brussel die indertijd geruisloos voorbij gleed, maar nu, veertig jaar en vele desillusies later, in gerestaureerde glorie te herontdekken valt.

Chantal Akerman

Partner Content