'Cru gezegd is dit het restproduct van de oorlog.' In Mosul kijkt Rudi Vranckx samen met zijn reisgenoten Joris Hessels en Dominique Van Malderen naar een berg brokstukken waarop jongens rondscharrelen, op zoek naar oud ijzer. Het zijn kinderen zonder vaders en moeders. Ze waren baby's toen hun geboortestad in 2014 in handen viel van IS. Nu zijn ze vaak de enige kostwinners van uiteengevallen gezinnen. 'Hoe oud ben je?' vragen de heren aan een jongen met stralende ogen en een glimlach over zijn hele gezicht. Hij haalt de schouders op en zegt dat hij dat niet weet. Hij telt geen jaren, hij telt kilo's ijzer.
...

'Cru gezegd is dit het restproduct van de oorlog.' In Mosul kijkt Rudi Vranckx samen met zijn reisgenoten Joris Hessels en Dominique Van Malderen naar een berg brokstukken waarop jongens rondscharrelen, op zoek naar oud ijzer. Het zijn kinderen zonder vaders en moeders. Ze waren baby's toen hun geboortestad in 2014 in handen viel van IS. Nu zijn ze vaak de enige kostwinners van uiteengevallen gezinnen. 'Hoe oud ben je?' vragen de heren aan een jongen met stralende ogen en een glimlach over zijn hele gezicht. Hij haalt de schouders op en zegt dat hij dat niet weet. Hij telt geen jaren, hij telt kilo's ijzer. Je vraagt je af of dit kind ooit al een verjaardag heeft gevierd, wat hij anders kent dan wroeten tussen de brokstukken van een oorlog en welke toekomst hem wacht. Zeshonderdduizend oorlogswezen zijn er volgens Unicef in Irak. 'Je wilt iets kunnen doen. Iets', mompelt Van Malderen. Omdat er niet onmiddellijk iets groots mogelijk is, kopen ze de jongen zonder leeftijd een falafel. Zijn glimlach schiet nu van oor tot oor en zijn ogen twinkelen als een sterrenhemel op een ijskoude winternacht. Aanvankelijk wringt het een beetje, deze georganiseerde reis naar de bijna dagelijkse kost van Vranckx. Er wordt net iets te veel moeite gedaan om uit te leggen waarom Vranckx als verslaggever over verre en vaak gruwelijke gebieden bekende koppen met enig empathisch vermogen wil meenemen naar precies die gebieden. Buiten beeld, op weg naar een appartement in Sint-Amandsberg waar hij Hessels en Van Malderen ontmoet, heeft Vranckx het over zijn eigen twijfels, over de vragen die hem na al die jaren blijven achtervolgen: doe ik het goed? Raak ik de juiste snaar? Vind ik voldoende de weg naar het hart om in het hoofd van mensen te kruipen? Terwijl hij op Canvas alleen terugkeert naar de oorlogen die hij heeft meegemaakt, neemt hij op Eén telkens twee getuigen mee, twee paar extra ogen om anders, misschien beter te kijken. Klauterend over de restanten van het kapotgebombardeerde hart van Mosul dwingen Van Malderen en Hessels zichzelf te kijken naar wat ze niet willen zien of ruiken. Daar steekt een mensenbot uit het verbrokkelde beton, hier waait de geur van verval en verderf, van verbrande mensenlichamen hen in het gezicht. Een man komt uit een kelder gekropen en toont hen wat rest van zijn huis en zijn leven. In een hoek staat een allegaartje aan roestige elektronica, aan het plafond hangt een schamel peertje, de kleren aan zijn lijf zijn de enige kleren die hij heeft. Er wordt geknikt, getroost, gezwegen en dan wil Van Malderen van de oude man weten wat hem doet glimlachen. Het is een simpele vraag. Maar plots valt het hele opzet van het programma op zijn plaats. Dit gaat niet langer over een journalist en twee toevallige reisgenoten op een plek waar niemand wil zijn, maar over de mensen die bleven leven en wat hen in leven houdt. 'We can rise again', zegt de man die na zijn vlucht naar België terugkeerde om mee te helpen met de wederopbouw. 'Als wij het niet doen, wie dan wel?' Ooit verbleef hij in het asielcentrum van Wingene, precies daar waar Van Malderen en Hessels een keer Radio Gaga maakten, nu werkt hij voor Radio Mosul. Het lijkt te toevallig om niet geregisseerd te zijn. Maar op zich doet het er niet toe. Het werkt, deze reis naar mensen die zich oprichten na de gruwel die ze hebben meegemaakt. Ze moeten gehoord worden. De vraag is: wie wil luisteren? Net voor Van Malderen en Hessels hun leven wagen in een gammel reuzenrad op de kermis op de andere oever van Mosul, beschrijft Vranckx wat hem het meeste kwetst. 'Het cynisme in België over wie goed wil doen.' Het is waarschijnlijk zijn meest persoonlijke en zwaarste oorlog: die met een deel van de geest van de tijd.