Ook dit jaar steunt Jazz Middelheim in ruime mate op binnenlands talent. Geen zwaktebod, want de New Wave of Belgian Jazz stelt het dezer dagen méér dan uitstekend, dank u. Dat bevestigde ook de passage van John Ghost (***), een Gents sextet dat wordt aangevoerd door (en zijn naam ontleent aan) gitarist Jo De Geest. Uitwisseling en kruisbestuiving zijn in de muziekscene van de Arteveldestad sleutelbegrippen, wat meteen verklaart waarom je in de line-up van John Ghost ook leden van Compro Oro, HAST, Nordmann en De Beren Gieren aantreft.
...

Ook dit jaar steunt Jazz Middelheim in ruime mate op binnenlands talent. Geen zwaktebod, want de New Wave of Belgian Jazz stelt het dezer dagen méér dan uitstekend, dank u. Dat bevestigde ook de passage van John Ghost (***), een Gents sextet dat wordt aangevoerd door (en zijn naam ontleent aan) gitarist Jo De Geest. Uitwisseling en kruisbestuiving zijn in de muziekscene van de Arteveldestad sleutelbegrippen, wat meteen verklaart waarom je in de line-up van John Ghost ook leden van Compro Oro, HAST, Nordmann en De Beren Gieren aantreft. Het gezelschap, dat in Antwerpen hoofdzakelijk putte uit zijn jongste plaat Airships Are Organisms, grossiert in filmische composities die omschrijvingen als 'psychedelisch' en 'nostalgisch' uitlokken. De Geest mag als componist dan de kapitein op het schip zijn, hij trekt slechts zelden nadrukkelijk de aandacht naar zich toe en laat het soleren doorgaans over aan sax, piano of vibrafoon. John Ghost hanteert weliswaar de vertelstructuren van de jazz, maar is verre van eenkennig. Zo hoorde je in Deconstructing Hymns bijvoorbeeld echo's uit de repetitieve muziek van Steve Reich doorschemeren. De groep koppelde aanstekelijke, soms stotterende grooves aan dromerige, naar ambient neigende passages. Af en toe dreigden de nummers een beetje te gaan kabbelen, maar al bij al was John Ghost een waardige opener. Wie bij de vorige groep al spoken meende te zien, schrok zich al helemaal een hoedje tijdens het concert van Reservoir Ghosts (***), één van de vier combo's waarmee de Brusselse topdrummer Samuel Ber dit jaar het verhoogje van Jazz Middelheim besteeg. Samen met muzikale polyglotten als de Deense saxofoniste Lotte Anker, de Amerikaanse cellist Daniel Levin en de Belgische contrabassist Soet Kempeneer bracht Ber een ode aan de vrije vorm. Dat deed hij met de E van Experimenteel. Ieder stuk dat het kwartet uit zijn mouw schudde had iets van een labyrint of een spiegelpaleis. Je moest al van goeden huize komen om op Bers parcours vol valkuilen ongeschonden overeind te blijven.De gesprekken tussen de muzikanten bestonden uit goedmoedige kibbelpartijen. Er werd achteloos buiten de lijntjes gekleurd: de strijkers schraapten een eind weg en Anker liet haar toeter steunen en gorgelen. Kortom, dit waren jazzarchitecten die iedere constructie bij voorkeur met het dak begonnen. Spannend of irritant? Noem het maar een kwestie van smaak of referentiekader. Zeker was dat de drumsolo's van Samuel Per het veeleer van inventiviteit dan van power moesten hebben, ook tijdens zijn tweede set met klavierspeler Jozef Dumoulin en de Amerikaanse tenorsaxofonist Tony Malaby (***). De drie heren speelden nerveuze grootstadsjazz die een beetje claustrofobisch aandeed. Ze beschikten onmiskenbaar over een eigen vocabulaire, alleen verwekten ze zoveel turbulente en verstikkende golven dat je na een poosje aan een portie frisse lucht toe was. Zuurstof kreeg je wél voldoende bij pianist en componist Kris Defoort (****), een man die van vele markten thuis is. Hij houdt er een eigen trio op na, maakt muziektheater met Josse De Pauw en schrijft zelfs opera's. Zijn magnum opus, The Time of Our Singing, gaat volgende maand in première in De Munt. Van de organisatoren van Jazz Middelheim kreeg Defoort dit keer carte blanche, waarna hij besloot twee meester-improvisatoren uit Micha Mengelbergs ICP orkest uit te nodigen: drummer Han Bennink en trombonist Wolter Wierbos. Die twee zijn eeuwige kwajongens die niet om een grap verlegen zitten. Zo bewerkte Bennink zijn drums (en Defoorts klavier) met een bezem, en goot Wierbos een flesje water leeg over het hoofd van zijn gelegenheidswerkgever. Ha, die Hollanders: altijd een beetje Jiskefet! De muziek klonk afwisselend abstract en swingend. Nu eens dienden de gasten de compositie, dan weer hoorde je de verschillende speelstijlen treiterig tegen elkaar opbotsen. Wierbos en Bennink kuierden door de jungle zonder kompas, maar waren wél uitgerust met een goed stel oren. Dat er al eens een valse noot weerklonk, kon de pret niet drukken. Wie improviseert, maakt muziek voor het moment, niet voor de eeuwigheid. Het speelplezier was in ieder geval manifest en Kris Defoort toonde zich zichtbaar in zijn nopjes. Soms moet je als muzikant gewoon de teugels vieren en op je instincten vertrouwen. Dit was muzikaal bungeejumpen voor gevorderden. Bij MiXMONK (****) is bewondering de motor van alles. Het trio, met pianist Bram De Looze, de van TaxiWars bekende saxofonist Robin Verheyen en de met Masada en Naked City geassocieerde drummer Joey Baron, speelt muziek geschreven door of in de geest van Thelonious Monk. De drie heren zijn, qua muzikale behendigheid, aan elkaar gewaagd en brengen binnenkort hun tweede langspeler, Do Me A Favour, T. uit. Daaruit brachten ze in Park Den Brandt alvast enkele pittige voorsmaakjes. Tijdens zijn bebopjaren werd Monk vaak verguisd om zijn weinig orthodoxe pianospel, maar vandaag is hij, na Duke Ellington, zowat de meest uitgevoerde en hoogst gewaardeerde jazzcomponist. De nummers van De Looze en Verheyen waren echter allesbehalve slaafse hommages: de affiniteit was vooral spiritueel. Dat bleek onder meer uit de schitterende MiXMONK-versie van de standard You Go To My Head. En dan was het tijd voor een gelegenheidsensemble van enkele levende legendes. De New Yorkse altsaxofonist John Zorn (67) behoort tot de productiefste, veelzijdigste en ongrijpbaarste muzikanten van dit tijdsgewricht. Freejazz, hardcore punk, metal, surfrock, geactualiseerde klezmer, strijkwartetten: het staat allemaal op zijn palmares. Ook performance-, spoken word- en multimedia-artieste Laurie Anderson (74) is al vele jaren een begrip bij lieden die hun muziek niet bij de top dertig betrekken. Beide veteranen zouden oorspronkelijk de degens kruisen met bassist-producer Bill Laswell, maar die diende op het laatste moment te worden vervangen door punkdrumster Laura Cromwell (**) die haar metier leerde in de Riot Grrrl-beweging. Het trio stapte onvoorbereid op het podium. Het kon dus alle kanten uit. Improvisatie vereist dat de deelnemers aandachtig naar elkaar luisteren, maar Zorn toonde zich, met zijn krakende en piepende sax, algauw dominant, terwijl Anderson, afwisselend op keyboards en haar elektronisch vervormde viool aanvankelijk een beetje onwennig en behoedzaam op het podium stond. Eén en ander resulteerde in een concert waar je eerder het adjectief 'interessant' dan 'goed' op zou kleven. Er werden denkbeeldige bergen beklommen, er werd olijk uit bochten gegierd, er werd tegen elkaar op gespeeld, maar zelden groeiden de freejazz van Zorn en het neoklassieke geschraap van Anderson naar elkaar toe. Een echte dialoog hoorde je amper. Het leek vooral een wedstrijdje in elkaar overstemmen met zoveel mogelijk lawaai. De grote verdienste van Cromwell was dat ze zich tussen die twee om aandacht vechtende ego's prima overeind wist te houden. Sommige stukken eindigden zo bruusk dat de muzikanten er al even verbaasd over waren als het publiek. De verteerbaarste momenten waren die waarop Laurie Anderson één van haar teksten over sterfelijkheid declameerde. Zeker, af en toe hoorde je wel eens een mooie of prikkelende passage, maar het bleef allemaal erg fragmentarisch en richtingloos. Zet deze artiesten een week samen om te repeteren en te redigeren en je krijgt zeker en vast iets waardevols. Maar op Jazz Middelheim ontbrak het hen aan subtiliteit en nuance. Dat je er soms beter aan doet even níet te spelen, was een les die tot Zorn en Anderson nog niet was doorgedrongen. De toeschouwers dropen dan ook in dichte drommen voortijdig af. Bovendien speelde het trio de kortste set van de dag: bis inbegrepen, met drummer Joey Baron als toegevoegde gast, duurde hun improvisatie minder dan een uur. Beetje magertjes voor een headliner van deze allure. 'Exclusief voor het festival', kraaiden de organisatoren vooraf. Wat vrij vertaald zoveel betekende als: opportunistische poenpakkerij.