Hij heeft de levensloop van de ware blueszanger. De kop, dat ook - wat zit er toch in het water in het diepe West-Vlaanderen? Feit is dat Tiny Legs Tim, né Tim De Graeve, zich geen persona aanmeet wanneer hij zingt. Het is een levenskeuze geweest, zo zal blijken. En zo komt het dat een man uit Westouter, na een omweg via New Orleans, nu vrijdag in de AB Club staat, met een negenkoppige band.
...

Hij heeft de levensloop van de ware blueszanger. De kop, dat ook - wat zit er toch in het water in het diepe West-Vlaanderen? Feit is dat Tiny Legs Tim, né Tim De Graeve, zich geen persona aanmeet wanneer hij zingt. Het is een levenskeuze geweest, zo zal blijken. En zo komt het dat een man uit Westouter, na een omweg via New Orleans, nu vrijdag in de AB Club staat, met een negenkoppige band. TIM DE GRAEVE: Ik speelde al even met het idee, en dat is alleen maar versterkt door een reis naar New Orleans, begin 2017. Het kan me niet schelen dat sommige mensen het een toeristenbestemming vinden, of dat het niet meer hetzelfde is sinds Orkaan Katrina in 2005. Als je het goed uitpluist, is het nog altijd een muziekbad waarin je je kunt onderdompelen. Op sommige dagen ging ik naar zeven concerten. Ik vóélde de muziek. Een ontmoeting met saxofonist Tom Callens was heel belangrijk voor me (bekend van o.a. Lady Linn en Lester's Blues, nvdr). Hij heeft de blazersarrangementen voor de plaat geschreven, die ze haar New Orleansvibe hebben gegeven. DE GRAEVE: Klopt, maar het komt ook van elders. Sinds een jaar of drie ben ik in de ban van Mali-blues en Toeareg-blues - de link met Hooker is daarin heel duidelijk. De trance ervan trekt me erg aan. En daar heb ik dan nog de 'North Mississippi hill country blues' bovenop gelegd, in de stijl van RL Burnside. Kijk, ik hoef echt geen Malibluesplaat te maken, maar als je daar hele dagen naar luistert, verandert het je gitaarspel, daar komt het op neer. DE GRAEVE: Precies. Tegenwoordig kun je met de hulp van YouTube behoorlijk nauwkeurig in de stijl van Robert Johnson of BB King leren spelen. Dat heb ik nooit gedaan. Ik kán dat niet. Telkens als ik probeer om iets letterlijk te coveren, word ik halfweg afgeleid en maak ik met dat halve stukje iets van mezelf. DE GRAEVE: Mijn pa had er een paar. Mississippi John Hurt, Blind Lemon Jefferson, Lightnin' Hopkins, en Sonny Terry met Brownie McGhee. Maar mijn eerste cd'tje, op mijn elfde, was John Lee Hooker, en ik kreeg er een sampler van Chess Records bovenop (het label van grootheden als Muddy Waters en Howlin' Wolf, nvdr). Meteen het goeie spul. Als ik terugkijk naar mijn eerste plaat, was mijn kennis van de blues vrij beperkt. Gaandeweg reikten mensen me referenties aan: 'Jij speelt Piedmont-blues, Tim.' Wist ik veel. Het opzoekingswerk versterkte zichzelf.Wat dat zelf schrijven betreft: ik heb mezelf altijd als een singer-songwriter beschouwd. Als kind was ik groot fan van Bob Dylan, en zijn Nederlandse volgelingen Boudewijn de Groot en Armand. Ik wilde protestliedjes schrijven, net als zij. Toen ik 11 of 12 was, schreef ik een nummer tegen de bouw van een grote varkenskwekerij naast ons huis, samen tegen de industriële landbouw! (glimlacht) En later eentje tegen de jacht. Ik was nogal een groene jongen. De blues was er wel, maar ik miste ambitie. Er moest een diploma behaald worden, bijvoorbeeld. En toen werd ik ziek. Op een dag wist ik: als ik hier doorkom, zet ik alles op de muziek.DE GRAEVE: Toen ik 18 was, bleek ik een aangeboren leveraandoening te hebben. Daar zijn twee transplantaties van gekomen, en het was bijna met me gedaan. Tot er alsnog een lichtpuntje kwam. De ziekte heeft natuurlijk wel sporen nagelaten. Mijn naam, Tiny Legs Tim, is natuurlijk een knipoog naar namen als Blind Willie Johnson en Big Bill Broonzy, maar verwijst eigenlijk naar mijn tengere lichaamsbouw. Door dat hele gedoe heb ik flink wat jaren verloren. Pas op mijn 30e verjaardag heb ik mijn eerste concert gespeeld als Tiny Legs Tim. Ik was een onemanband, wat me toeliet om heel veel op te treden. Ik ben DIY begonnen, en dat ben ik nog altijd. Het is iets meer gestructureerd, dat wel. Ik heb mijn eigen label, waardoor ik mijn eigen werk en dat van vrienden kan uitbrengen. Het geeft me de vrijheid om te doen wat ik wil, om te blijven leren. Ik had nooit verwacht dat het zou blijven duren. Ik ben net 40 geworden, en ik voel dat er nog altijd marge is. DE GRAEVE:(lacht) Ik drink al 18 jaar geen alcohol. Probeer dat maar eens te rijmen met een bluesbestaan. Maar goed, dáár moet je het niet van hebben. Die problemen hebben in mij een noodzaak doen ontstaan, een drang om de verloren jaren goed te maken. DE GRAEVE: In de jaren vijftig hoorde blues thuis in de jazzclubs. Maar in de jaren tachtig kreeg je de bluesrock van mensen als Stevie Ray Vaughan en George Thorogood, en werd de blues gekaapt door de bikers. Je kreeg de ene 'guitar slinger' na de andere. Ik heb het daar wat mee gehad, maar dat publiek bestaat en koopt tickets. Dan snap ik dat organisatoren niet snel risico's nemen door muziek te programmeren waarvoor ze een nieuw publiek moeten opbouwen. Maar je ziet positieve signalen. Zoals de Missy Sippy in Gent: een bluesbar met veel live muziek, een opvallend jong publiek en jonge muzikanten - sommige bandjes zijn door de jamsessies ontstaan. Dat stemt mij hoopvol. DE GRAEVE: Nee, merci.