1929. Lee Miller heeft het gehad met haar modellencarrière in New York. Ze heeft meer in haar mars dan glimlachen en mooi zijn. Ze wil kunstenares worden en emigreert naar Parijs, op dat moment een broeihaard van nieuwe kunststromingen. Een strak plan heeft ze niet.

Terwijl haar geldvoorraad slinkt, flaneert ze langs de Seine en nipt ze zuinig rode wijn in pittoreske bistro's. Maar het toeval steekt de schoonheid een handje toe: ze mag aan de slag als assistente van fotograaf en schilder Man Ray, dan al een beroemde kunstenaar die de rijke Parijse beau monde tot zijn clientèle mag rekenen.

Alleen gaat dat rekenen hem niet zo goed af: geld dient om over de balk te gooien, want wat stelt het leven voor zonder dagelijkse oesters en champagne? Dus ordent Miller zijn boekhouding en werft ze nieuwe klanten. Tussendoor doorkruist ze met haar camera de lichtstad en al snel belandt ze samen met Man Ray in zijn donkere kamer en nog later tussen zijn lakens. Et voilà, een kunstenaarskoppel is geboren.

Het glooiende grasland is frisgroen van de regen die de afgelopen week is gevallen en verheft zich als een bemoste boezem naar de hemel.

Centrale zin

De Amerikaanse schrijfster Whitney Scharer probeert in haar debuut Lee Miller te rehabiliteren. Miller leefde lang in de schaduw van Man Ray, waardoor haar eigen pionierswerk in de fotografie onderbelicht bleef. Man Ray had daar zelf ook schuld aan: hij schroomde niet om Millers werk als het zijne te promoten en met het prijzengeld te gaan lopen.

Scharer kwijt zich echter maar half van haar taak. Haar focus ligt op de turbulente liefdesrelatie en het artistieke decor waarin het koppel figureerde. Al te gemakkelijk kleurt ze de gedachten van de twee naar believen in en na een tijdje vraag je je af of Scharer niet gewoon een liefdesromannetje heeft geschreven waarin de protagonisten toevallig beroemd zijn.

Scharer laat bitter weinig ruimte voor Millers werk als oorlogsfotografe. Zo bezocht ze vlak na de bevrijding Dachau en ze kwam met onthutsend sterk beeldmateriaal terug. Bij Scharer krijgt die periode amper een dun hoofdstukje toebedeeld. Liever zoomt ze in op de roaring twenties en strooit ze met cameo's van Picasso en Duchamp.

Het gouden uur wordt als een 'good read' in de markt gezet, een gruwelterm waarmee de uitgever een breed publiek probeert te paaien. Zeker, het leest vlot en het boek zal menige reiskoffer bevolken maar met literatuur als kunstvorm heeft dit weinig te maken. Jammer, want Lee Miller verdiende beter.

Het gouden uur

Whitney Scharer, Nieuw Amsterdam (oorspronkelijke titel: The Age of Light), 335 blz., 22,99 euro.

Whitney Scharer

Whitney Scharer studeerde creative writing aan de University of Washington. Voor wie in de buurt van Boston woont: Scharer geeft workshops fictie schrijven en wie hulp nodig heeft bij het schrijven mag haar ook contacteren, aldus haar website.