Ondanks al het leed is ‘Niets gaat over’ een beklijvende ode aan het leven geworden

4 / 5
4 / 5

Programma - Niets Gaat Over

Wanneer en waar uitgezonden - 16/02 op Eén

Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Op 14 maart 2012 verongelukte een bus met Belgische kinderen en hun begeleiders in een tunnel op weg van hun skiklassen in Zwitserland naar hun huizen in Heverlee en Lommel. 22 kinderen en zes volwassenen stierven.

Zes weken lang keren Lieven Van Gils en Katrien De Ruysscher terug in de tijd. Van Gils maakte het leed van toen van nabij mee: zijn fietsvriend, meester Frank, kwam om bij het ongeval. De Ruysscher verhuisde dan weer enkele jaren geleden naar Lommel Kolonie en voelde naar eigen zeggen de rouw die nog over de huizen hing.

Iedereen die tien jaar geleden bewust meemaakte, herinnert zich waarschijnlijk de beelden – niet zozeer van de samengevouwen bus tegen de tunnelwand, maar van die veel te kleine witte kisten vooraan in de kerk en van de mensen die er met het hoofd gebogen achter liepen. Kinderen waren er in die rouwstoet amper bij, behalve een, in een rolstoel. De anderen lagen nog in het ziekenhuis, te helen van de vele breuken die ze opliepen.

In deze derde aflevering kwamen zij aan het woord, de overlevenden. Alsof het een boodschappenlijstje was, somden ze de kwetsuren op waarmee ze naar het ziekenhuis waren gebracht. Gebroken oogkassen, kaakbeenderen, scheenbenen, knieën. Bij Britt moesten ze een stuk van de schedel weghalen, bij Janne waren ‘ook de organen wel een beetje geraakt’.

Alsof het een boodschappenlijstje was, somden ze de kwetsuren op waarmee ze naar het ziekenhuis waren gebracht.

Lichamelijk herstelden ze verrassend snel – in augustus van dat jaar vertrok Britt al op basketbalkamp – maar wat na tien jaar nog schrijnt en wat niet zomaar verdwijnt, is de mentale afdruk van het ongeval. Meestal lachen ze die weg, duwen ze die weg, of weten ze de angst in bedwang te houden, maar soms neemt de paniek van de herinnering het over. Toen er een glazen lamp omviel in de woonkamer was Janne weer daar, in die nacht. Ze was doodsbang, gewoon door het geluid van gebroken glas, zegt ze terwijl ze haar hond Peanuts over de kop aait. Haar hond is haar houvast, ze kreeg hem in de dagen na het ongeval en noemde hem naar een woord dat haar meester die overleed vaak gebruikte. ‘Als iets makkelijk was, zei hij: dat is peanuts. Ik vond dat een grappig woord.’

Elize zakte diep weg in de jaren na het ongeval, ze ging gebukt onder wat omschreven staat als overleversschuld. Waarom bleef zij wel leven en haar vrienden niet? Ik hoorde het woord nog niet zo lang geleden voor het eerst, in de documentaire Torn die de zoon van de in 1999 overleden Amerikaanse klimmer Alex Lowe over zijn vader draaide. Al wie niet omkwam tijdens de lawine in de Himalaya die Lowe en de cameraman het leven kostte, worstelde met overleversschuld.

Ondertussen studeert Elize geneeskunde en krijgt ze les van de man die haar botten weer aan elkaar zette. Ooit wil zij voor anderen doen wat hij voor haar deed. Of dat zonder het ongeluk ook haar droom zou geweest zijn? Moeilijk te zeggen.

Maar als je zo dicht bij de dood bent geweest, is de drang groot om iets van je leven te maken. Dat ervaart ook Kamil. Humor is zijn manier om met moeilijke zaken om te gaan, maar door het ongeval beseft hij des te meer dat leven niet vanzelfsprekend is. Hij is vastbesloten iets te betekenen.

Het zijn tere verhalen die hier verteld worden. Jongeren die leerden met een masker te leven omdat ze niet steeds weer die pijn konden oprakelen, laten een glimp zien van de mens die ze geworden zijn. Het klopt dat het soms wat te traag gaat en dat niet alles wat gezegd wordt even diep snijdt. Toch is Niets gaat over een beklijvende ode aan het leven geworden.

Niets gaat over

Woensdag 16/2, 20.43, Eén

Partner Content