Het groteske ‘Nonkels’ katapulteert ons naar toen een zwarte man nog een bezienswaardigheid was

1 / 5
1 / 5

Programma - Nonkels

Wanneer en waar uitgezonden - Nu op Streamz, en elke dinsdag om 20.35 op Play4

Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Het moet zo’n twintig jaar geleden zijn dat in F.C. De Kampioenen een zwarte man opdook die een kamer huurde bij Pascalleke. De aflevering is enkel nog te bekijken op de schroothoop van het internet. Na langdurig beraad besliste de VRT dat de racistische clichés toch wat de spuigaten uit liepen, dat mensen al lang niet meer raar opkijken als er een zwarte man voor de deur staat, en dat de tijd waarin die man dan ‘niet bang zijn voor zwarte man’ zei toch wel echt voorbij was. Dat zou je toch denken. Vermoeden. Hopen. Maar kijk, daar is Nonkels en alle clichés waarvan we dachten dat ze achter ons lagen worden op groteske wijze weer opgewarmd.

‘Grotesk’ is het woord dat de lading van deze reeks het beste dekt. De personages die Jelle De Beule, Koen De Poorter en Rik Verheye samen bedachten en op papier zetten, zijn stuk voor stuk potsierlijke karikaturen, eendimensionaal in handelen en denken, met evenveel diepgang als een regenwaterput tijdens aanhoudende droogte.

Het moet van de afterparty van Aalst Carnaval geleden zijn dat ik zoveel plaksnorren, valse bierbuiken, tandprothesen, opgespoten kaken en geplamuurde hangborsten bij elkaar zag.

Drie broers, Luc, Pol en Willy, delen een lap grond in West-Vlaanderen. Ze wonen elk in een huis dat bij hun maatschappelijke status past, of beter: bij de mate waarin ze de fiscus om de tuin weten te leiden. Luc (Jelle De Beule), de sloef van de familie, betrekt met zijn pinnige vrouw Carine (Isabelle Van Hecke) een fermette, Pol (Wim Willaert), alleenstaand en sociaal onhandig, nam het huis van de ouders over en Willy (Rik Verheye), dealer in kunstgras en een geboren verkoper, torent samen met zijn trophy wife boven de familie uit in een moderne villa. Al jaren correspondeert Luc via SOS Kinderdorpen met een jongen uit Kameroen, Innocent (Blaise Afonso), en op het verrassingsfeestje van Carine staat Innocent voor de deur om bij zijn familie in België te komen wonen. Je bent welkom, zal er gehakkeld, geaarzeld, in slecht Frans uitgelegd worden, maar in België betekent dat: ‘Het moet ook een beetje passen.’

Je zou willen dat wat volgt niet zo makkelijk te raden is, dat de scenaristen die toch al bewezen dat ze enig humoristisch talent bezitten u zouden verbazen. Maar ik moet u teleurstellen: het omgekeerde is waar. Deze reeks is een inventaris van clichés en domme grappen. Terwijl de ene Innocent beschouwt als een exotische pop van wie ze een voetballerke kan maken, schuift de ander met lange tanden de bakbananen in haar mond die Innocent bij wijze van dank klaarmaakte. Ondertussen stapelen de misverstanden zich op – F.C. De Kampioenen is er niets bij – en lijken we teruggekatapulteerd naar een Vlaanderen waarin een zwarte man nog een bezienswaardigheid was. Om eerlijk te zijn: al haat ik het woord ‘tenenkrullend’, hier is het op zijn plaats.

Minstens zo tenenkrullend zijn de attributen die de middelbare leeftijd van de drie nonkels geloofwaardig moeten maken. Nu ja, geloofwaardig. Even waande ik me op de afterparty van Aalst Carnaval, want het moet van toen geleden zijn dat ik zoveel plaksnorren, valse bierbuiken, tandprothesen, opgespoten kaken en geplamuurde hangborsten bij elkaar zag.

Ik weet niet wat er tijdens het bedenken van deze reeks gebeurd is. Ooit waren Koen De Poorter en Jelle De Beule deel van Neveneffecten. De humor die ze verzonnen, was straf, bijzonder en vaak ongemakkelijk. Maar nu begrijp ik dat er verschillende vormen van ongemak zijn. Een ongemak dat je confronteert met je eigen kleine kanten en een ongemak dat voortvloeit uit plaatsvervangende schaamte. Dát gevoel bekroop me tijdens het kijken naar Nonkels.

Partner Content