Voordat de boom valt: jammer dat Roanne Van Voorst zo programmatisch schrijft

3 / 5
Roanne van Voorst, auteur van ‘Het Zuchten van Bomen’ © Roeltje van de Sande Backhuijzen

Roanne van Voorst, Nijgh & Van Ditmar

Het Zuchten van Bomen

144 blz, 17,00 euro

3 / 5

Het  moderne leven vervreemdt ons van de natuur, aldus Roanne van Voorst, terwijl we pas tot ons recht komen als deel van de grote cyclus van het leven.

Een oude boom hoef je niet te verplanten, wil het spreekwoord, maar dat is wat men in Roanne van Voorsts Het zuchten van bomen nochtans wel wil doen. Het gaat dan ook over een prijswinnende boom, een honderdjarige beuk, de mooiste van Nederland, die ooit deel uitmaakte van een bos dat moest wijken voor nieuwe woningen. Hij werd als enige niet gekapt, maar overgebracht naar een arboretum, waar hij stilletjes wegkwijnde en men hem uiteindelijk toch omlegde. Net zoals oude mensen zijn oude bomen vergroeid met hun omgeving, en daar haal je hen niet ongestraft uit weg.

Centrale zin: Alles bloeit. Alles barst. Alles sterft, en dan begint het hele spektakel weer opnieuw.

De roman van Van Voorst is niet alleen opgehangen aan het leven van de boom, van barstende beukennoot tot houtpulp, maar vertelt ook het verhaal van een vrouw – van klein meisje, schommelend aan een tak van de boom, tot moeder van drie – die kampt met gevoelens van verlating en vervreemding. Ooit betekenden de beuk en het bos eromheen alles voor haar, een beetje zoals Poeh en het Honderd Bunderbos dat voor Christopher Robin deden. Tot ook zij, net als die jongen, de wijde wereld introk om een eigen leven uit te bouwen. Ze verhuisde naar de grote stad, studeerde psychologie, trouwde met een arts en kreeg twee zonen. Maar het was pas bij het derde kind, een dochter, dat ze besefte dat ze iets miste en terug naar huis wilde. Haar kinderen verdienen beter dan de schrale en artificiële stad.

Roanne van Voorst is een Nederlandse antropologe met een fascinatie voor maatschappelijke veranderingen, hoe gemeenschappen evolueren en of het leven van concrete mensen daarbij aangenamer of net moeilijker wordt. Ze schreef eerder onder meer Ooit aten we dieren, over de onafwendbare veganistische toekomst van de mensheid en Met z’n zessen in bed, waarin ze nadacht over de vele gedaanten die de liefde dan zal aannemen. Het werden internationale bestsellers. Die wetenschappelijke interesse zit ook in Het zuchten van bomen, dat duidelijke verwantschappen vertoont met het werk van Suzanne Simard, Valerie Trouet en Peter Wohlleben, waarin getoond wordt dat bomen geen individuen zijn, maar deel uitmaken van een groot ecosysteem waartoe ook bacteriën en schimmels behoren. Hetzelfde geldt voor mensen, suggereert Van Voorst, alleen doet ze dat wat te direct, waardoor haar roman zijn spontaniteit verliest en al te programmatisch wordt. En dat is doodjammer, want Van Voorst weet de natuur in haar boek een eigen stem te geven, jongleert op onnavolgbare wijze met flashbacks en flashforwards en schrijft als geen ander over het gemis veroorzaakt door de dood van zowel bomen als mensen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise