Met ‘Passage Parijs’ slaagt Dirk Leyman iets origineels te zeggen over de Franse hoofdstad

4,5 / 5
Dirk Leyman schrijft met Passage Parijs een letterkundig parcours door de lichtstad © Getty

Dirk Leyman, Pelckmans

Passage Parijs. In het Spoor van de Schrijvers

720 blz, 39,00 euro

4,5 / 5

Parijs en zijn schrijvers, valt er nog iets nieuws over te zeggen? Zeer zeker, toont Dirk Leyman in Passage Parijs, zijn letterkundige parcours door de lichtstad.

Parijs, meldde de francofiele Brit Julian Barnes ooit in The London Review of Books, is niet te vatten in één boek. Daarvoor heeft de stad een te ongelijk groeipatroon gekend. In zijn flink uit de kluiten gewassen Passage Parijs, roemt Dirk Leyman de Franse hoofdstad precies om die reden. Parijs verandert soms elke honderd meter, aldus de literaire journalist van De Morgen, en dat maakt de stad net zo fascinerend. Guy Debord zei erover dat het leven van een armeluis er interessanter is dan dat van een rijkaard elders. Dat kan tellen.

Maar omdat Barnes wel een punt heeft, beperkt Leyman zich tot het literaire Parijs van de twintigste eeuw, al doet hij een paar uitstapjes naar de negentiende en de eenentwintigste. Hij begint met een lange wandeling in de voetsporen van de Nobelprijswinnaar Patrick Modiano, die steeds weer terugkeert naar datzelfde, raadselachtige Parijs vol herinneringen en verwijzingen. Het is via diens romans, bekent Leyman, dat hij de stad heeft leren kennen en interpreteren. Maar Passage Parijs is meer dan een opsomming van namen en adressen, ook al wordt elk van de dertig hoofdstukken afgesloten met een ‘carnet d’adresses’.

Centrale zin: ‘Dromen was gratis, vooral in Parijs.’

Het spreekt voor zich dat er heel wat Fransen aan bod komen in het boek, maar bijna evenveel aandacht gaat naar de buitenlanders die er al dan niet carrière maakten. Naar F. Scott Fitzgerald en Gertrude Stein bijvoorbeeld, maar ook naar de volstrekt flippende August Strindberg en naar Samuel Beckett, die zonder een paar messteken van een Parijse zwerver misschien nooit het absurdisme had ontdekt.

Leyman is niet de eerste die een boek schrijft over het literaire leven in de lichtstad, dat blijkt eens te meer uit de bibliografie, en het kwam er dus op aan origineel uit de hoek te komen. En dus maakte Leyman een abecedarium over Marcel Proust en Georges Simenon, en gaat hij uitgebreid in op een paar literaire monumenten, zoals het beroemde kamertje L’enfer. Dat is gelegen in François Mitterrands Très Grande Bibliothèque, en herbergt de wellicht op een na grootste collectie pornografische en libertijnse literatuur. Alleen het Vaticaan zou er een grotere hebben, al zul je geen enkele kardinaal vinden die dat wil toegeven.

In zijn voorwoord beschrijft Leyman hoe hij als prille twintiger naar Parijs trok en er met een vriend zat te dromen over de boeken die ze later zouden schrijven: ‘Dromen was gratis, vooral in Parijs.’ Passage Parijs is alvast een bijzonder mooie droom die werkelijkheid is geworden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise