Elvis Peeters geeft een originele draai aan de vluchtelingencrisis

Elvis Peeters. © Stephan Vanfleteren/GF

Elvis Peeters brengt met ‘Brood’ een nieuwe roman uit. ‘Deze is ontstaan vanuit onze verbeelding, ons inlevingsvermogen’.

‘Hoe moeilijk was het om een originele twist te geven aan iets wat zo vaak in het nieuws komt als de vluchtelingencrisis?

Jos Verlooy: We hebben geprobeerd om heel erg vanuit de taal te schrijven. Hoe formuleert zo’n jongen die zijn land moet verlaten en naar Europa vlucht? We wilden de taal eenvoudig houden omdat ze van een opgroeiend kind moest zijn, maar tezelfdertijd moest er ook verwondering en poëzie in doorklinken. En dan is er de gefnuikte seksuele ontwikkeling, natuurlijk. Wat zijn de gevolgen van een abnormale jeugd? Wanneer je niet op een gezonde manier met het andere geslacht hebt leren omgaan, heeft dat gevolgen.

Laat ons de veerkracht van een mens niet onderschatten

‘Zijn jullie ook met vluchtelingen gaan praten?

Verlooy: Neen. Deze roman is ontstaan vanuit onze verbeelding, ons inlevingsvermogen. Dat neemt niet weg dat ik bijvoorbeeld een jaar of dertig geleden samen met een vriend een maand in Syrië heb rondgereisd. Vader Assad was toen nog aan de macht en van opstanden en rellen was geen sprake. Ik trof daar een heel fijne samenleving aan. Anderzijds hebben Nicole en ik ten tijde van De ontelbaren een tijdje een Nigeriaanse vluchteling opgevangen. We hebben toen gemerkt dat er wel degelijk sprake is van een cultuurclash. Zo dacht die jongen carrière te kunnen maken als profvoetballer, terwijl men hier natuurlijk niet op hem zat te wachten. Hij redeneerde ook anders dan wij. Wij vertrekken vanuit het individu dat initiatief moet nemen. Hij had een veel afwachtender houding, wachtte tot de groep, de familie hem zei wat hij moest doen. Aangezien hij hier alleen was, gebeurde er weinig tot niets.

‘Komt het wel goed met zo’n jongen, vraag je je als lezer af. Is de menselijke geest wel flexibel genoeg?

Verlooy: Ik denk het wel. Laat ons de veerkracht van een mens niet onderschatten. Die mensen komen hier niet als toerist of expat, zoals wij naar hun landen trekken. De jongen uit Brood wil hier echt wel een leven opbouwen. We kunnen ons niet voorstellen dat na alles wat hij heeft meegemaakt om tot hier te komen hij het nu zal laten schieten. Maar het vergt veel, deze maatschappij doorgronden en je persoonlijke verhaal verwerken in zo’n nieuwe onbekende context. Dat leerden we afgelopen weekend ook nog uit de tentoonstelling Be.Land, een project van Vluchtelingennetwerk Vlaanderen, dat we in Ukkel hebben gezien.

‘Brood’ ***

Eerste zin: De nachthemel, daar moest ik aan wennen.

Twaalf jaar geleden verscheen van Elvis Peeters, de nom de plume van het koppel Jos Verlooy en Nicole Van Bael, De ontelbaren. In die dystopische roman wordt Europa overspoeld door miljoenen vluchtelingen. Weggetrokken vanwege oorlog en honger, of gewoon omdat ze een betere toekomst willen, ontwrichten ze het oude continent. Mensen voelen zich bedreigd, er wordt gehamsterd en geplunderd en uiteindelijk breekt de totale anarchie uit. Nu er echt sprake is van een ‘vluchtelingencrisis’ (al neemt die niet de proporties aan die ze in hun zwartste dromen zagen) keren de twee schrijvers naar dat gegeven terug.

In Brood volgen we een jongen die opgroeit in een land in burgeroorlog. Het zou Syrië kunnen zijn, maar dat wordt nergens geëxpliciteerd, en dat doet er ook niet toe. Zijn moeder en jongere zusjes zijn het land al uit, terwijl hij met zijn vader, broer en oudere zus is achtergebleven. Hij werkt in een kleine supermarkt, ziet hoe de voorraden slinken en de blokkades toenemen en heeft naast overleven slechts één grote bekommernis: zijn ontluikende seksualiteit en zijn onmogelijkheid om die een zinvolle plaats te geven in zijn bestaan. Veel meisjes zijn er immers niet meer en ook wanneer hij samen met de rest van het gezin naar Europa vlucht, blijft het vooral bij dromen en in de eigen broek tasten. Tot hij onder de rok van een onwillige vrouw tast. ‘Aan mijn vingers kleefde de illusie van een vrouw’, lezen we dan.

Deze naamloze jongen vertelt zelf zijn verhaal, in de ik-vorm, in korte zinnetjes, zoals je dat van een opgroeiend kind mag verwachten. Voor wie het vroegere werk van Peeters kent, geschreven in zinnen die zelfs gezongen zouden kunnen worden, betekent dat een heuse stijlbreuk. En misschien wel niet de gelukkigste omdat Brood daardoor toch een ietwat schrale leeservaring wordt.

Veel positiever is dat Elvis Peeters van de jongen een agnost heeft gemaakt. De knaap weet wel dat sommigen in een god geloven, maar hem laat dat helemaal koud. Daardoor slaagt het boek erin de valkuilen van de religieuze reductie te ontwijken, waarbij de persoon teruggebracht wordt tot zijn religie. Dat hebben we zo stilaan al genoeg gehoord, is de redenering wellicht geweest, en het schrijverskoppel richtte zich – terecht – op de veel interessantere psychologische ontwikkeling van de jongen.

Partner Content