Kristen Stewarts regiedebuut The Chronology of Water is ongetemd opgroeidrama over een jonge vrouw die zich niet laat verdrinken door haar verleden.
Wanneer bekende acteurs plots de filmauteur in zichzelf voelen opwellen, durft dat al eens lelijk mis te gaan, nietwaar Ryan Gosling, Johnny Depp en co? Veel te vaak krijg je dan bloedeloze prestigeprojecten die ruiken naar egotripperij en nodeloos veel esthetische make-up. Maar Kristen Stewart – de hartendief uit de Twilight-saga die zich met verve in films als Personal Shopper, Spencer en Love Lies Bleeding ontpopte tot arthouse-muze – gaat met haar eerste langspeler allerminst kopje onder. Haar adaptatie van The Chronology of Water, de gelijknamige cultmemoires van Lidia Yuknavitch uit 2011, is een woest, onhandelbaar en verrassend vitaal statement, een film die niet netjes wil zijn en daar precies zijn feminiene kracht uit haalt.
Stewart vertelt Yuknavitch’ levensverhaal niet chronologisch maar associatief, alsof herinneringen elkaar verdringen zonder ooit echt te bezinken. We volgen Lidia van een gewelddadige, toxische jeugd – ze wordt misbruikt door haar vader (Michael Epp) – naar een vlucht in competitief zwemmen, seks, alcohol en drugs, langs mislukte relaties en een ondraaglijk verlies, tot ze via schrijven voorzichtig een vorm van zelfredding vindt. Dat alles ontvouwt zich in flarden, scènes die opduiken en weer verdwijnen als ademteugen onder water. Plot is hier geen rechte lijn, maar een stroming.
Ook visueel is de film rauw en instinctief. De korrelige 16mm-beelden, vaak in verstikkende close-ups, maken van huid, water en licht tastbare elementen. Cinematograaf Corey C. Waters filmt lichamen alsof ze zwemmende archieven van trauma zijn, terwijl de montage van Olivia Neergaard-Holm hakt, schuurt en opnieuw assembleert. Het is een cinema van indrukken, van snapshots, niet van verklaringen, dichter bij pakweg John Cassavetes, Nan Goldin en Claire Denis dan bij het meeste hedendaags festivalrealisme.

Imogen Poots draagt de film intiem en intens tegelijk, maar Stewart weet ook haar bijrollen scherp te casten. Thora Birch geeft de zus een stille zwaarte, Kim Gordon verschijnt als mentor met gevaarlijke randjes, en Jim Belushi is onvoorspelbaar als Ken Kesey, auteur van One Flew over the Cuckoo’s Nest en Lidia’s driftige, literaire docent. Niemand wordt gered; hoogstens verplaatst de pijn zich.
The Chronology of Water – dat in Cannes vertoond werd in de sectie Un Certain Regard – voelt soms chaotisch, alsof je Stewart ook zelf achter de camera voelt spartelen en tasten naar houvast. Sommige scènes lijken meer gevoeld dan gedacht, andere ideeën verzuipen in de chaos. Maar precies die rommeligheid genereert de rauwe, grungy energie van de film. Dit is géén gladde coming of age, maar cinema die bloedt, beeft en weigert te kalmeren.
Onvolmaakt, soms uitputtend, maar ook levendig en energiek, een debuut dat niet om goedkeuring vraagt, maar om in te duiken met de kop vooruit.