The Play = De herder en de garagist
...

Tom Jansen - gekleed in een wit hemd en donkere broek - wacht zijn publiek op in een donker zaaltje. Hij zit achter een eenvoudige tafel waarover een wit tafelkleedje ligt. Op de tafel: een tekstbrochure, een bril, een balpen, een smartphone. Wat verder op de scène staat nog een tafeltje met een klein computerscherm, naar Jansen gericht. Achter Jansen en de tafeltjes stelde scenograaf Jacqueline Steijlen enkele witte 'balken' op. Het lijken kleine witte muurtjes waarop Steijlen abstracte versies van christelijke symbolen aanbracht. Op dit kleurloze scènebeeld worden vage filmbeelden geprojecteerd - van lichtpuntjes (bloedvlekjes, misschien?) tot een blauwe hemel - die het geheel een sacrale sfeer geven. Jansen speelt dan ook een priester. Correctie: een ex-priester. De man, die vijf Brusselse parochies runde, vertelt vanachter zijn tafel waarom hij niet langer in God gelooft. Het heeft te maken met twee ontmoetingen die zijn leven overhoop gooiden: een nieuwe huishoudhulp en een vluchteling die hij onderdak verleent. Elvis Peeters, nom de plume voor het schrijversduo Jos Verlooy en Nicole Van Bael, bouwt zijn verhaal zorgvuldig op, stoeiend met simpele maar sterke zinnen. Hij laat de pastoor meteen zeggen waar het op staat - 'Ik geloof niet meer in God' - en laat hem ons vervolgens rondleiden in zijn huis, zijn parochies en de biechtstoel om vervolgens dat huis, dat Brussel én die biechtstoel tot cruciale plekken te maken waar enkele ontmoetingen het leven van de pastoor voorgoed veranderen. Tom Jansen vertrouwt op zijn jarenlang gerijpt talent. Met vaak halfgesloten ogen, net alsof hij twijfelt tussen bidden en vertellen, doet hij het relaas. Hij vertelt rustig, helder en gidst je gezwind door het verhaal. Maar zijn vlak spel raakt nauwelijks. Het ontbeert vooralsnog scherpte, drift en inspiratie. Zonde.