Georgia bracht haar eigen drumlaboratorium mee en brouwde er bangers met body (****)

Het was amper 13 uur en uw dansbenen werden al een eerste keer op de proef gesteld aan The Slope. Mocht u daarvoor verantwoordelijk stellen: Georgia Barnes of kortweg Georgia, ooit een aspirant-voetbalster die nog bij de vrouwenploeg van Arsenal heeft gespeeld, nu een aspirant-popvedette die zowel met house als met hiphop uit de voeten kan.

Als dochter van Leftfield-bezieler Neil Barnes heeft de Britse multi-instrumentaliste de elektronica natuurlijk met de paplepel ingegoten gekregen - haar slaapkamer was destijds ook haar vaders studio - maar ze staat dus evengoed met één been in de rap. Haar grote voorbeeld is Missy Elliott, haar voormalige werkgeefster slam poet par excellence Kate Tempest. Al die invloeden maken van haar eigen werk - haar titelloze debuut verscheen in 2015, de opvolger wordt volgend voorjaar verwacht - een eclectische melting pot van elektropop à la Oneohtrix Point Never en Hudson Mohawke, punkfunk genre LCD Soundsystem en UK garage en grime.

En dat weet ze nog aardig naar een podium te vertalen ook. Op Rock Werchter trad de Londense helemaal solo aan, opererend vanuit een soort drumlaboratorium waarin ze zelf al het slagwerk bediende en bij momenten ook nog een koppel synths aanstuurde. Over al die broeierige beats drapeerde ze haar kloeke stem, die in Mellow wat aan Fever Ray deed denken. Nothing Solutions was dan weer pure Robyn, eurodance op z'n meest euforisch. Eindigen deed ze met nog zo'n banger met body: haar recentste single About work the dancefloor, aan de Werchterse respons te zien een clubklassieker in wording.

Schrijf maar op: Georgia wordt een ding in 2020.

Georgia © Wouter Van Vaerenbergh

Maribou State spreekt hart en heupen aan(***)

Chris Davids en Liam Ivory, samen de kern van het Britse Maribou State, zijn als producers en remixers al een poosje actief in het dance-milieu. Tegelijk maken ze tintelende, groove-georiënteerde muziek, waarin ze field recordings verwerken, gemaakt in exotische steden waar ze de voorbije jaren hun anker hebben uitgegooid.

Sinds 2015 brachten ze twee uitstekende langspelers uit, Portraits en Kingdoms of Colour, die opvielen door hun klankrijkdom en caleidoscopische opbouw. In Werchter verschenen de heren op het podium van Klub C met een live-band, waarin het accent lag op drums, percussie, bas, gitaar en elektronisch toetsenwerk. Dat leidde tot fijne, bezwerende instrumentals, zoals opener Feel Good (dit keer zonder de gastbijdrage van Khruangbin), met gesamplede en geloopte stemmen en echo's uit dub en house. Tijdens de meeste andere nummers, zoals Steal, Midas en The Clown, mocht sirene Holly Walker er een emotionele component aan toevoegen. Dank zij haar vocale bijdragen sprak Maribou State zowel het hart als de heupen aan.

Maribou State © Wouter Van Vaerenbergh

Ólafur Arnalds is te ongrijpbaar voor het grote publiek (***)

Neoklassiek in een tent ter grootte van een bescheiden Sportpaleis? Vanzelfsprekend was het niet, want Ólafur Arnalds speelde de jongste jaren uitsluitend in mooie theaters waar je ieder detail van zijn composities perfect kon onderscheiden. De IJslander, die een brug slaat tussen elektronica en kamermuziek, laat normaal ook stiltes spreken, maar die werden in Werchter genadeloos overstemd door het geroezemoes van de toeschouwers.

Toegegeven, Arnalds, die tot wel vier klavieren tegelijk beroerde en zich in de rug liet dekken door een strijkkwartet en een drummer, bewandelde niet bepaald de gemakkelijkste weg. Hij koos voor verstilde, minimalistische stukken die pas zeer geleidelijk contouren kregen. De noten uit zijn vleugelpiano dwarrelden als sneeuwvlokjes of klaterden als bergriviertjes The Barn binnen. Vooraan werd devoot geluisterd en wisten de toehoorders zijn lyrische melodieën best te smaken, maar voor een onvergetelijke concertervaring droegen de klanken van Ólafur Arnalds en zijn begeleiders niet ver genoeg. De strijkers dreven af en aan zoals wolken bij een heldere hemel. Sierlijk? Zeker. Ongrijpbaar? Dat helaas ook.

Olafur Arnalds © Wouter Van Vaerenbergh

Dat de artiest ondanks alles de uitdaging aannam, siert hem. Tenslotte is hij zijn carrière ooit als punkdrummer begonnen en nu hij de voetsporen van zijn landgenoot Jóhann Jóhannsson drukt, wil hij dat zijn werk door zoveel mogelijk mensen gehoord wordt. Alleen: niet alle muziek is gebaat bij een bigger than life-context. En wellicht is dat iets dat Arnalds nu tot zijn schade en schande zélf heeft ondervonden.

Miss Angel is nog maar een jaar aan het rappen, en toch stónd ze er op Rock Werchter al (***)

Vanavond met het vaderlandse rapcollectief Niveau4 XXL op Couleur Café, gisteren al solo op Rock Werchter: Miss Angel, de zelfverklaarde ghetto supahstar van 't Stad.

Het is amper een jaar geleden dat de voormalige danseres Angela Agyei, zoals Miss Angel echt heet, aan het rappen sloeg, maar dat was er op het kleine maar uitgelezen podium van The Slope niet aan te merken. Bijgestaan door dj Black Mamba, bekend van StuBru en zichzelf, en een collega-mc baande ze zich met swagger door haar debuut-ep Ghetto Mami, Vol. 1 (2019), een hybride van ninetieshiphop en grime. En het ging nog vooruit ook: in een klein halfuur joeg het drietal er negen songs door. Songs over de survival of the fittest die het leven voor haar en haar niet al te welvarende familie is geweest, en hoe die te overleven.

Miss Angel © Wouter Van Vaerenbergh

Miss Angel - muntgroene deux-pièce, knalgele nagels, dreads tot aan haar derrière - rhymet op plaat niet altijd even foutloos, maar live staat ze er toch maar mooi. 'I am here to stay', rapt ze zelf in Ghetto Supahstar. Als ze erin slaagt een hit naar het voorbeeld van Coely te scoren, zijn we er zeker van dat de dagen die ze in een niet zo ver verleden achter de kassa van het Kruidvat en de Urban Outfitters sleet voorgoed achter haar zullen liggen.

Richard Ashcroft teert nog steeds op zijn verleden (***)

Zijn jongste langspeler, Natural Rebel,werd zowat overal lauwtjes ontvangen. Het belet niet dat de naam Richard Ashcroft nog altijd met respect wordt uitgesproken. Noel Gallagher noemt de zanger liefdevol Captain Rock en schreef als ode aan hem de Oasis-song Cast No Shadow. Maar Ashcroft dankt zijn reputatie toch vooral aan zijn periode bij The Verve, met wie hij 22 jaar geleden de Britpopclassic Urban Hymns inblikte. Dat de versheidsdatum van dat werkstuk nog steeds niet is overschreden, bleek uit het feit dat de zanger er in Werchter vier nummers uit plukte: Sonnet, het grotendeels solo-akoestisch gebrachte The Drugs Don't Work, het aan zijn vrouw Kate Radley -u kent haar misschien als ex-lid van Spiritualized- opgedragen Lucky Man en, als afsluiter, de onsterfelijke hymne Bitter Sweet Symphony. Dat laatste met dank aan de heren Jagger en Richards.

Tussendoor speelde Ashcroft met zijn oerdegelijke band enkele nummers uit zijn -wisselvallige- solocarrière. Business as usual dus, al zal niemand zich aan het romantische A Song For the Lovers of het veerkrachtige Hold On een buil hebben gevallen. Music Is Power werd voortgestuwd door een bas die aangenaam tegen je middenrif aanbotste. Alleen had Richard Ashcroft de neiging zijn nummers net iets te lang uit te spinnen. En wie het elastiek te lang uitrekt, dreigt zijn broek vroeg of laat op zijn enkels aan te treffen. Britpopsterren: ze leven gevaarlijk, meneer.

Richard Ashcroft © Wouter Van Vaerenbergh

Charlotte Gainsbourg liet haar tristesse baden in technicolor (****)

'Rhóudenavent' en 'Bedánkdt', had Charlotte Gainsbourg op haar papiertje geschreven. Woorden die ze voorzichtig uitsprak, in een poging het Vlaamse publiek naar haar hand te zetten. Maar dat was haar ook zónder die pseudo-Nederlandse stokwoordjes gelukt. Ze sprak op Rock Werchter namelijk met songs.

Charlotte Gainsbourg - behalve de dochter van Serge Gainsbourg en Jane Birkin ook de fetisjactrice van Lars Von Trier en de zangeres die iedereen van Beck tot Daft Punk tot samenwerkingen weet te verleiden - had in Klub C vooral oog voor Rest, de plaat waarop ze in 2017 het verlies van haar halfzus van zich af zong. Én danste, want Rest is qua inhoud down maar qua sound opvallend up.

Op de bijbehorende tour, die vorig jaar al eens langs de Brusselse Botanique passeerde, lijkt la Gainsbourg bovendien haar eeuwenoude plankenvrees overwonnen te hebben, want op Werchter toonde ze zich een verrassend fiere frontvrouw. Zingen doet ze nog altijd overwegend op fluistertoon, maar in Klub C durfde ze al eens vanachter haar keyboard vandaan te komen, een glimlach met haar band uit te wisselen en haar publiek recht in de ogen te kijken.

De podiumopstelling hielp daarbij. Alle muzikanten - vijf stuks, Gainsbourg niet meegerekend - stonden in een door tl-buizen omringde kooi te spelen, Soulwax achterna. Af en toe werden er zelfs strobo-effecten de tent in gekatapulteerd. Charlotte Gainsbourg op Rock Werchter was tristesse in technicolor, met als uitschieters het pompende Deadly Valentine, het funky Paradisco en het immer meeslepende Heaven Can Wait. En als afsluiter het tot een dancetrack vertimmerde Lemon Incest, de controversiële song waarmee de toen twaalfjarige Charlotte aan de zijde van haar vader een hele natie tegen zich in het harnas joeg. Ach, je bent een Gainsbourg of je bent er geen.

Charlotte Gainsbourg © Wouter Van Vaerenbergh

Brockhampton is stilaan toe aan een break (***)

Was het de angst voor de processierups die The Barn en omstreken eerder op de dag teisterde, of had u écht nog nooit gehoord van 'the best boyband since One Direction', zoals Brockhampton zichzelf graag noemt? Feit is dat de tent maar met moeite half gevuld raakte voor de groep rond queer icon Kevin Abstract. Er viel de jongste jaren nochtans niet te ontkomen aan het hiphopcollectief waarvan de leden elkaar op een Kanye West-fanforum leerden kennen. Sinds 2016 boksten ze, in hun DIY-clubhuis in LA, vier albums en een mixtape in elkaar. En die zijn nog allemaal góéd ook.

Het is in zilveren ruimtepakjes dat de zes man sterke live-unit van Brockhampton het podium betrad, terwijl op het scherm achter hen een wolkendek voorbij kwam gewaaid, dat wat later een oranje-blauwe avondgloed meekreeg en helemaal op het einde overging in een volle maan. Aan visuele concepten heeft het Abstract en de zijnen, een creatieve kliek in de breedste zin van het woord, nooit ontbroken.

Maar ondanks het nieuwe decor en de kakelverse songs - met name J'ouvert uit hun jongste plaat Iridescence (2018) was een hoogtepunt - ging het er muzikaal toch net iets minder vurig aan toe dan vorig jaar op Pukkelpop. Te veel ongecontroleerd in-het-rond-gespring, zoals we het Tyler, the Creators oude Odd Future-bende ook vaak hebben zien doen. Te veel overbodige autotune, ook. En zelfs sommige bindteksten - 'You are now watching the greatest boyband in the motherfucking world' - waren krek dezelfde als in Kiewit. Er dient zich stilaan een break op voor Brockhampton. En dan weer een goeie, nieuwe plaat.

Brockhampton © Wouter Van Vaerenbergh

Bastille was de verbindende schakel tussen Ed Sheeran en Coldplay (***)

Omdat wij begaan zijn met uw opvoeding, even een geschiedenisles. Toen in 1781 de Bastille in Parijs werd bestormd, luidde dat het begin van de Franse revolutie en het einde van de monarchie in. Een omwenteling van die aard kan het populaire Londense bandje Bastille níet op zijn conto schrijven. Het maakt confectiepop die de werelden van Ed Sheeran en Coldplay met elkaar verbindt en grossiert in liedjes die bedacht lijken om in grote stadions massaal te worden meegebruld. Niet zelden zijn die voorzien van oh-oh-oh-refreintjes waar wij spontaan haaruitval van krijgen (het is geen gezicht!) en net genoeg verwijzen naar de modieuze productietechnieken van hiphop en r&b om aan een groot én jong publiek te appelleren.

Bastille stond al voor de derde keer op Rock Werchter, dus zanger Dan Smith kende het klappen van de zweep. 'Main Niederlands is kak', bekende hij. Bijgevolg was hij op een spiekbriefje aangewezen om u te vertellen hoezeer hij aan u verknocht is. Dit keer bracht de groep een blazerssectie en -het mocht wat kosten- een zeskoppig gospelkoortje mee. Nu ja, gospel. Even kregen we de kleffe smaak van Up With People in de mond. U weet niet waar we het over hebben? Houden zo.

Bent u niet vies van een beetje pathos of van gladgestreken, radiovriendelijke pop, dan zult u van Bastille gewis hebben genoten. Aan uw euforische glimlach en soepele kangoeroesprongetjes merkten we dat u spontaan gelukkig werd van hits als Quarter Past Midnight, Those Nights, Things We Lost in the Fire, Happier, Icarus, Joy of het door een Zuid- Afrikaanse vibe bestoven Pompeii, en dat was u van harte gegund. Tussendoor speelde de groep ook enkele nummers uit haar nieuwe plaat Doom Days, geïnspireerd door fenomenen als brexit en de orange man in het Witte Huis. Op die lp wordt een bandeloos feestje gebouwd, terwijl de wereld finaal naar de haaien gaat.

U zag Smith over de catwalk spurten, op een ladder klimmen, het publiek in duiken, een mash-up bewerkstelligen van Corona met Snap! en nog nét niet over het water lopen. Wij twijfelen er niet aan dat de zanger, net als die andere Heiland, een sympathieke peer is, maar of we hem vertrouwen als politiek commentator? Daarvoor wil hij teveel behagen. Bovendien houdt de cipier van Bastille van zijn gemak. De ene keer zong hij vanuit zijn luie sofa, de andere keer uitgestrekt op een ronddraaiende wijzerplaat. Maar u vond het allemaal te gek. Enkel het confettikanon ontbrak.

Bastille © Wouter Van Vaerenbergh

Elbow bezondigt zich aan overdadige volksmennerij (***)

'I can't believe this is my job', mompelde Guy Garvey, de voorman van Elbow, terwijl hij in The Barn omstreeks middernacht zijn troepen overschouwde. Die verbazing was niet eens geveinsd, want de man oogt veeleer als een volslanke teddybeer dan als een bonafide popster. Niet dat het succes hem zomaar uit de lucht is komen vallen: zijn groep maakte al twaalf jaar smaakvolle popmuziek voor een cultpubliek, toen de grote doorbraak er alsnog kwam met haar vierde langspeler The Seldom Seen Kid. Sindsdien volgen de kaskrakers elkaar op en wordt voor het gezelschap uit Manchester, ook op de grote festivals, de rode loper uitgerold.

In het verleden was Guy 'Sorry for Brexit and shit' Garvey niet meteen een vrolijke Frans, maar sinds zijn recente huwelijk met de actrice Rachael Sterling voelt hij zich als Bobbie bij Kuifje en dat merkte je ook duidelijk op het podium. Niet dat Elbow nu plots... elleboogstoten uitdeelde, wel baadden haar fraai gearrangeerde, romantische popsongs in een opvallend positieve vibe. Het gezelschap werd versterkt met twee violistes, die ook voor de koortjes instonden, en met The Bones of You, Magnificent (She Said) en het gloednieuwe Empires greep het ons moeiteloos bij het nekvel.

Jammer dus dat Garvey zich in de loop van de set almaar vaker bezondigde aan volksmennerij. Als een volleerde Von Karajan dirigeerde hij het publiek, dat favorieten als Lippy Kids, One Day Like This en het als work song vermomde Grounds for Divorce (met stevig slidegitaarwerk van Mark Potter en een tekst gewijzigd in 'I'm a European till the day that I die') in alle toonaarden diende mee te zingen. Op zich niks mis mee, als het spontaan of gedoseerd gebeurt (zie die àndere Guy op hetzelfde podium enkele uren eerder). Door zijn aanhoudende, soms ronduit infantiele publieksspelletjes en de ad nauseam herhaalde kreet 'Beauuuu-tiful! kreeg de zanger van ons echter de prijs van ergerlijkste figuur sinds David Brent in de tv-reeks The Office. Tja, soms moet een mens gewoon streng zijn.

In een eerdere versie van dit artikel stond dat de zanger van Bastille Chris Wood heet. Dat klopt niet: Wood is de drummer van de band, de zanger heet Dan Smith. Onze excuses.