Normaal had hier een geinige aanloop moeten staan, iets over dat jarig zijn op Pukkelpop meestal een baldadige bedoening is en dat The National het dan toch wat beschaafder wist aan te pakken, maar laten we voor één keer met de deur in huis vallen: The National heeft ons omvergeblazen, van de eerste tot de laatste minuut, in wat met grote zekerheid het beste concert is dat deze band ooit in ons land heeft gegeven.

Een avond in het teken van I'm Easy To Find hadden Matt Berninger en de zijnen ons beloofd, maar daar kwam weinig van in huis. De band plukte amper zeven van de zestien nummers uit zijn nieuwe worp en steunde voor de rest op de drie platen ervoor. Het resultaat was een publieksvriendelijke setlist die netjes om de grootste clichés heen fietste. Wie voor pakweg Fake Empire, Bloodbuzz Ohio, About Today ofI Need My Girl kwam, zal - terecht - op z'n kin mogen kloppen tot zondag, wanneer The National de Marquee weer afsluit met een door het publiek samengestelde setlist, al kan dat concert alleen maar tegenvallen in vergelijking met de wonderlijke demonstratie van vrijdagavond.

Opener You Had Your Soul With You was de perfecte ouverture: een curieuze gitaarriff zoals die enkel maar uit de vingers van de broers Aaron en Bryce Dessner kan komen, een nerveuze drumgroove uit een doosje, het vertrouwde gebrom van Berninger en dan plots, in de bridge, gastzangeres Mina Timble die de hemelpoort openduwde om ze voor het uur dat volgde niet meer te sluiten. Met Don't Swallow The Cap en Sea of Love volgden twee nerveuze knipogen naar het postpunkverleden van de bandleden, Guilty Party liet de algemene bloeddruk weer zakken.

Om de complexe songs op I'm Easy To Find gestalte te geven, stonden in totaal dertien muzikanten op het podium. Die maakten zich uiteraard ook nuttig in de oudere nummers. Zo lieten ze Day I Die onverwacht verrijzen uit de assen van Oblivions en naaiden ze The System Only Dreams In Total Darkness een extra paar kloten aan. Berninger, die zijn eeuwige fles rode wijn inruilde voor pintjes en water, zag het allemaal graag gebeuren, en dan vooral de position switch tussen hem en Timble. Wanneer zij het vocale voortouw nam, kon hij zich amuseren met het publiek, wat dollen met drummer Bryan Devendorf of gewoon bewonderend naar Timble kijken. Nog meer frontman zijn, quoi.

Berninger voelde zich in zijn sas, zo met één voetje op de zijlijn, maar ook de rest van de groep speelde met een gretigheid die we in al onze uitstapjes naar het fake empire nog nooit hadden gezien bij The National. Zelfs Mr November, een nummer dat zo diep in onze ziel staat gebrand dat u het refrein binnen een jaar of zestig gerust op ons graf mag komen kalken, wist nog te verrassen in een versie die het gevoel van de avond beter vatte dan het glazen muiltje Assepoesters voet.

Een sprookje, dat is The National, een mirakelverhaal van een band die in de eerste helft van haar bestaan niks voorstelde, maar in de tweede helft alle cynici avond na avond na avond de mond snoerde met een geluid waarvan tien jaar geleden niemand kon vermoeden dat tienduizenden mensen ervoor zouden samenkomen in een Limburgse tent. Vergeet de pintjes van plastic, de veel te dure gin-tonics en alle andere vochten die Chokri ons dit weekend serveeert: vanaf nu drinken we enkel nog de pure, ongemengde klasse die Matt Berninger vrijdag voor ons tapte. Doe ze zondag maar goed vol, Matt, en neem er zelf ook eentje.