Lees ook:
...

Eind juli, de laatste dag van de Gentse Feesten. Achter in café Kinky Star, pal op de Vlasmarkt, voltrekt zich iets na middernacht een bizarre ceremonie. Terwijl vijf jonge kerels een muur van synthesizers, beats en gitaren optrekken, deelt een langharige priester hosties uit aan de eerste rijen, een kluwen bezwete, halfnaakte lijven. Op het voorhoofd van de eerwaarde hippie staat 'Linkin Park' geschreven, een eerbetoon aan de enkele dagen eerder uit het leven gestapte zanger Chester Bennington. Intussen is de frontman van het kwintet begonnen met zijn hoofd, én dat van de toetsenist, kaal te scheren. Wanneer dat klusje half geklaard is, katapulteert hij zich al zingend, en ondersteboven, op het publiek. Hij wordt net niet platgedrukt tegen het plafond. De muziek klinkt als Kanye West, Jane's Addiction, Zombie Nation en Raketkanon die botsen op een kruispunt in Absurdistan. En dan moet hun cover van Bohemian Rhapsody van Queen nog komen. Een vrijdagavond begin november, omstreeks zeven uur. Een gure wind blaast de regen in ons gezicht op het marktplein van Lichtervelde. Een lokale fanfare wandelt in de schaduw van de Sint-Jacobuskerk het plein op. In de staart van de rij vijf enthousiaste muzikanten uit het Gentse, een journalist en een fotograaf. Wanneer trommelkorps De Zwaan strak in het gelid halt houdt, verbroederen de bezoekers met enkele licht aangeschoten trommelaars en jonge majorettes. Een drumbattle tussen beide kampen blijkt onafwendbaar. Iemand haalt er een gitaar bij, en een versleten voetbal. En ja, we staan nog steeds op de markt van Lichtervelde. In de regen. Welkom in de vreemde wereld van Shht, waar alles mogelijk lijkt. Shht werd pas twee jaar geleden in het leven geroepen door vijf vrienden, aan het KASK, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in hun thuisbasis Gent, waar ze vandaag talk of the town zijn. Ze kunnen geen duizelingwekkende cijfers op Instagram of Facebook voorleggen en hebben slechts twee, in eigen beheer uitgebrachte singles op Spotify. Toch zwelt hun aanhang aan door hun energieke, bevreemdende liveshows. Shht moet ook de enige band zonder platencontract zijn met een eigen huisfotograaf in de rangen, een zesde groepslid dat hun doen en laten op de voet volgt. Ze staan op de rand van de doorbraak. Maar hou het stil. Eerst: 'Heb je de foto's van vorige week al gezien?' 'Ja, ja. Is dat uw piemel, trouwens?' 'Ik dacht het uw piemel was'. 'Nee, van mijn piemel zijn die avond geen foto's genomen, geloof ik.' We zitten met drie van de vijf leden van Shht in een Volkswagen Polo ('geleend van de mama') op de snelweg richting West-Vlaanderen. Voor ons rijdt een witte Skoda met de rest van de groep en al hun materiaal. Drummer Wouter Van Asselbergh en James, geluidsman en klankbord, blikken terug op hun vorige optreden, een herdenkingsconcert in Kortrijk voor de bevriende, vorig jaar verongelukte drummer Jelle Tommeleyn. Volgens Van Asselbergh sloegen ze misschien de bal mis, toen ze op een bepaald moment vanaf het podium minutenlang de voornaam van de overledene scandeerden. 'Het was onze bedoeling om de hele zaal daarin mee te krijgen ', zegt zanger Michiel Renson vanachter het stuur. 'Als een soort catharsis. Maar er viel een oorverdovende, ongemakkelijke stilte in de zaal. Hopelijk dachten zijn vrienden en familie niet dat we er een grap van wilden maken.' Perceptie, het is een vloeibaar gegeven waar de jongens van Shht bewust de grenzen van aftasten, een gewoonte waarmee ze soms, zoals die avond in Kortrijk, verwarring oogsten. 'Die verwarring zoeken we bewust op, eigenlijk. We zijn niet bang van wat theatraliteit', aldus de frontman, terwijl hij de afslag Roeselare neemt. 'We onderzoeken graag de grens tussen kitsch en kunst, tussen farce en inhoud. Het is soms moeilijk daar een evenwicht in te vinden, maar we zijn er met de hele groep intens mee bezig.' Hij wordt bijgetreden door Van Asselbergh. 'We willen het typische patroon van een concert doorbreken. Daarmee komen we regelmatig in het vaarwater van het theatrale, maar we doen of maken nooit iets enkel "om te lachen". Humor neemt een belangrijke plaats in, maar we brengen geen cabaretshow.' De bio van Shht op vi.be, het Poppunt-platform voor Belgische muzikanten, leest: '"Het beste dat ik ooit gehoord heb" - Geert Hoste.' In het begeleidende filmpje, in de categorie 'repetitiekot', bakt bassist Fabio Brison een taart, geeft gitarist Nathan Ysebaert tekst en uitleg terwijl hij naakt in bad ligt met toetsenist Mathijs Steels, doet Van Asselbergh zijn liefde voor Metallicadrummer Lars Ulrich uit de doeken en speelt Renson een partijtje tennis, om zijn 'hoofd leeg te maken en helemaal te vullen met creativiteit'. 'Die cover van Bohemian Rhapsody die jullie spelen, hi-la-risch, vint!' Sander, cafébaas van De Piraat en organisator van Rock Piratos, steekt enthousiast de duim op. We hebben onze bestemming bereikt. Op de bescheiden line-up treedt Shht vanavond als tweede groep aan, afsluiten doet het Bergense noiseduo La Jungle, met wie de jongens eerder dit jaar de affiche deelden op Leffingeleuren. Ook Shht wordt vaak weggezet in de hoek van de noise en hardcore. Een tijdsfenomeen, volgens de groep. 'De noise- en punkscene leeft tegenwoordig keihard in België, dus krijgt al wie een beetje tegendraads en apart is al snel dat label opgeplakt', meent Ysebaert. 'Ik snap wel vanwaar het komt, hoor', treedt Van Asselbergh hem bij. 'Vooral in onze begindagen spiegelden we onszelf nogal aan Gruppo di Pawlowski, ons grote voorbeeld, maar tegenwoordig zit er veel minder kwaadheid of agressie in onze muziek. Neem nu een punkgroep als Cocaine Piss - die we overigens heel goed vinden. Die heeft een echte fuck-alles-en-iedereenattitude die bij ons ontbreekt. Meer zelfs, we leven allemaal oprecht graag. (lacht) Onze muziek komt voort uit gelukzaligheid, en we willen dat de mensen tijdens onze shows óók gelukkig worden.' En dat voor een groep die bij haar oprichting een heus manifest schreef waarin sprake was van 'antimuziek'. 'Oh, maar dat was niet zó serieus bedoeld', lacht Renson. 'Drie nummers heeft het geduurd, en toen we beseften we: lap, het is popmuziek.' 'We willen vooral vernieuwende dingen maken', aldus Van Asselbergh. 'Onze eigen, herkenbare sound', klinkt het uit de mond van Brison. 'Met humor en voldoende, bewuste ambiguïteit.' 'Maar toch ook oprecht.' 'Berekend, binnen een bepaalde structuur'. 'Zonder onszelf al te serieus te nemen.' 'Relativering, dat is heel belangrijk.' 'Wie wil er vrijkaarten voor Jan Fabre?' 'James, verdomme, leg die fokkin bugel weg!' Het is een chaotisch tafereel, in de backstage boven café De Piraat. Geluidsman James ligt languit in een zetel en speelt de jazzklassieker My Funny Valentine op een kapotte bugel die hij tussen een stapel dvd's gevonden heeft, terwijl Steels en Brison op een groot scherm Fifa 17 spelen. India versus Saudi-Arabië. Buiten horen we het trommelkorps naar een volgende staminee marcheren, Renson probeert in de keuken een elektrische oven aan de praat krijgen, portie spaghetti in een Tupperwaredoos binnen handbereik. Intussen is ook William Massy - huisfotograaf, maskerverzamelaar, multimediaal kunstenaar, 'papafiguur' en officieus zesde lid van de groep - aangekomen. 'Tof cafeetje, hè, hier beneden?' In café De Piraat heeft zich intussen een schare nieuwsgierigen verzameld. Jongens in Tommy Hilfiger en kaki's naast dames in Cora Kemperman, mannen met borstelsnorren naast meisjes met piercings en sneakers. We tellen één hanenkam en één donkerder medemens. Een podium is er niet. Het grootste deel van het materiaal - drums, een uitgebreide collectie synthesizers, tientallen pedalen en effectendoosjes, gitaar en bas - staat verspreid op de grond, twee lage platformpjes zijn omzwachteld in een stof die eruitziet als gordijnen van de bomma. 'Gevaarlijk om over uit te glijden', keurt gitarist Ysebaert. 'Ach, ik weet zeker dat The Beatles ook zo begonnen zijn', voegt hij er grijnzend aan toe. Lichtervelde, het Hamburg van de Vlaamse Westhoek. 'Eigenlijk horen we thuis op grote podia, maar dit zal ook wel lukken', klinkt het verder, schertsend. Het grootste podium dat Shht tot nu toe mocht inpalmen was dat van Boomtown, op de Kouter in Gent, op de nationale feestdag. Alle bandleden waren uitgedost in Rode Duivels- tenue. Met oprecht patriottische fierheid, zo blijkt. 'We zijn trots dat we Belg zijn, ja', aldus Van Asselbergh, die het PlayStationspelletje inruilt voor een bootleg-dvd van Eminem. 'We voelen ons vooral verbonden met het Belgische surrealisme en kunstenaars als Kamagurka.' Vanavond geen fiere driekleur om de basten van Shht, nergens een priester te bespeuren in Lichtervelde, en ook de tondeuse mocht thuis in de schuif blijven liggen. Maar ook zonder figuranten of attributen zetten de jongens hun liefde voor het surrealistische moeiteloos om in de praktijk. Niet alleen vormt de muziek - een klankencollage van ravesynths, snedige gitaarcapriolen, gefilterde vocalen en bombastische beats - een fel contrast met het parochiale decor, vooral frontman Michiel Renson ontpopt zich tot een ongeleid projectiel dat non-stop het publiek belaagt. Renson zingt met een plastic winkeltas over zijn hoofd. Renson keilt een tamboerijn in het volk. Iemand wordt gemolesteerd met een bitterbal van Mora. Renson en Van Asselbergh rollen samen over de grond. Renson vraagt: 'Iemand een verzoeknummertje?' Renson simuleert fellatio bij een trommeljongen. Renson en de jarige cafébaas zingen een abstracte raverockversie van Bohemian Rhapsody. En dan is het voorbij, en laat Shht de Lichterveldenaren verstomd achter, alsof ze net door een wervelwind, een soortement progpunktornado, getroffen zijn. De groep is tevreden. 'De verwarring was compleet', grijnst Steels. 'Die vreemde zone tussen herkenbaarheid en bevreemding, daar mikken we op. En ik weet zeker dat, mocht hij nog in leven zijn, Freddie Mercury onze versie van Bohemian Rhapsody zou appreciëren.'