Natuurlijk is het beeld dat je als bezoeker van Eurosonic krijgt per definitie fragmentarisch. Door het enorme aanbod van concerten stippelt ieder zijn eigen pad uit en maakt iedereen andere keuzes. Over wat je niet gezien hebt, kun je uiteraard niet oordelen. Maar het showcasefestival in Groningen had genoeg lekkers te bieden om je een kleine indigestie te luisteren. Deze vijf artiesten knabbelden tijdens de slotavond alvast zonder enige gêne aan ons oor.

Alice Boman waagde zich aan elegante slaapkamerconfidenies

Alice Boman, die komt overgewaaid uit de Zweedse stad Malmö, kan bezwaarlijk een groentje worden genoemd: twee jaar geleden mocht ze al een uitverkochte Europese tournee op haar palmares schrijven. Maar het zou ons niet verbazen mocht het grote publiek, dat eerder ook al Agnes Obel heeft omarmd, nu definitief voor de bijl gaan voor haar gloednieuwe langspeler Dream On.

Boman maakt intimistische indiepopliedjes, aangedreven door haar in nevel gehulde klavierspel en behoedzaam aangekleed door haar drie muzikale gezellen. Bomans elegante slaapkamerconfidenties baden in etherische Twin Peaks-sferen en getuigen steevast van kwetsbare eenvoud.

In Groningen wist de artieste de toeschouwers naar de keel te grijpen met songs als Everybody Hurts (niet te verwarren met de gelijknamige classic van R.E.M.), Heart on Fire of The More I Cry, waarin weemoed en verlangen met elkaar haasje-over speelden. De Britse krant The Guardian overstelpte Alice Boman al met superlatieven. En we zijn er vrij gerust op dat de Zweedse chanteuse ook bij u weldra een gevoelige snaar aan het trillen zal brengen.

Joy Crookes zette zich af tegen xenofobe Brexiteers

Ze komt uit Zuid-Londen, heeft wortels in Ierland en Bangladesh en noemt The Clash, Lauryn Hill en Amy Winehouse haar belangrijkste voorbeelden. Tegelijk injecteert Joy Crookes haar muziek met, r&b-, funk- en dancehallinvloeden en hecht ze veel belang aan eerlijkheid en sociaal engagement. Tijdens haar set op EuroSonic zette ze zich bijvoorbeeld af tegen de xenofobie van veel Brexit-aanhangers, loofde ze de Britse hoofdstad als multiculturele smeltkroes (zie London Mine) en bewees ze eer aan één van haar grote helden, Kendrick Lamar, met een medley van Element en Yah.

Tegelijk putte ze liedjes uit haar ep's Perception, Reminiscence en Influence, waaronder het catchy Hurts en het even sobere als pakkende break-up-epos Don't Let me Down, waarin ze zelf een gitaar beroerde. Joy Crookes beschikt niet alleen over een heldere, aangename stem, maar ook over een breed muzikaal referentiekader, waardoor we haar zonder schroom een Belofte durven te noemen. Bij de BBC zijn ze al helemaal overtuigd, want la Crookes prijkt op de vierde plaats in haar 'Sound of 2020'-lijst. De vooruitziende Engelse dichter John Keats wist al in 1818: 'A thing of beauty is a joy forever'. Maak daar maar gerust Joy Crookes van.

Bror Gunnar Jansson bracht een roedel uitgehongerde hellehonden mee

Americana uit Göteborg? Neen, we kid you not. Na de fantastische Daniel Norgren komt alweer een ander bijzonder rootsfenomeen uit Zweden aanzetten. Bror Gunnar Jansson is een onemanband die grossiert in rauwe, grofkorrelige garageblues, met de intensiteit van iemand die wordt nagezeten door een roedel uitgehongerde hellehonden. De man beroert niet alleen een elektrische gitaar die met roestige prikkeldraad bespannen lijkt, zijn voeten bedienen ook een snaredrum en een hi-hat, waarmee hij extra vaart in zijn nummers stopt.

Bij ons is Gunnar Jansson nog een illustere onbekende, maar in Frankrijk heeft hij al 25.000 platen verkocht en kan hij zich over zo'n vier miljoen streams verheugen. In Groningen putte de Zweed vooral uit zijn pas verschenen vierde langspeler, They Found My Body In A Bag, met songs die uitsluitend bevolkt zijn door seriemoordenaars en ander geteisem. Jansson, de zoon van een jazzbassist die ooit grootheden als Dexter Gordon, Chet Baker en Toots Thielemans bijstond, liet zijn verbeelding prikkelen door een aantal historische en actuele misdaadonderzoeken, wat resulteerde in huiveringwekende songs als There's A Killer On The Loose en Body In A Bag. Op andere momenten had hij het over Cubaanse boksers, diepte hij een ukulele op of riep hij de geesten van Jesse Fuller, Duster Bennett, Johnny Winter of Jeffrey Lee Pierce op. Zo wist Bror Gunnar Jansson begrippen als 'snijdend' en 'intens' een nieuwe betekenis te geven, al liet zijn gevoel voor humor hem gelukkig nooit in de steek. Een ontdekking.

Kimberose was een diesel die alsnog in een emotionele turbo veranderde

Kimberly Kitson Mills, een in Parijs residerende zangeres van Frans-Britse en Ghanese afkomst, wordt wel eens vergeleken met jazzdiva's als Billie Holiday en Nina Simone, maar daar bewijst men haar geen dienst mee. Het schept vooral verwachtingen die haast onmogelijk in te lossen vallen. Op de organische sound van haar band, Kimberose (vrij vertaald uit het Frans: Kimberly durft), viel weinig af te dingen. De gitarist herinnerde aan Steve Cropper en de organist aan Booker T Jones. Helaas neigde de 28-jarige frontvrouw maar tijdens het eerste kwartier naar overacting en klonk haar stem schril, op het irritante af.

Even vroeg je je dus af hoe Kimberose er ooit in was geslaagd een zaal als de Olympia vol te krijgen. Maar Kitson Mills had blijkbaar iets van een diesel. Zodra ze was opgewarmd, wist ze alsnog te overtuigen met doorvoelde songs uit haar vorig jaar verschenen lp Chapter One, zoals Wolf (over haar overleden vader), het zacht voorbij sluipende No More of het tussen jazz en soul balancerende I'm Sorry. Het nummer dat ons helemáál over de streep trok, was echter het bij Burt Bacharach betrokken Say A Little Prayer, een hommage aan Aretha Franklin die van zoveel vocale beheersing en emotionele nuance getuigde dat we er koude rillingen van kregen. Eurosonic 2020 was meer dan ooit een editie gedomineerd door jonge, getalenteerde vrouwen.

Gabriel Olafs mijmerde een eind weg op zijn klavier

Het neoklassieke landschap van IJsland heeft in de loop van de jongste twee decennia al wereldvermaarde componisten opgeleverd als Jóhann Jóhansson en Ólafur Arnalds, lieden die zich laafden aan elektronica en ook muziek schreven voor film, ballet en theater. Een nieuwe naam in het rijtje is negentienjarige Gabriel Olafs, die ontdekt werd door de manager van Björk en vorig jaar, via One Little Indian, al meteen internationaal mocht debuteren met de lp Absent Minded. Voor zijn eerste concert op Europese bodem, in de Lutherse kerk in Groningen, besloot Olafs zijn synths thuis te laten en zijn mijmerende stukken enkel ten gehore te brengen op een vleugelpiano, begeleid door een violiste. Dat was een geslaagde zet, want zo werd de emotionele diepgang van zijn nummers nog beter voelbaar.

De melodieuze thema's van Lóa (genoemd naar een vogel die in IJsland de zomer aankondigt), Cyclist Waltz (geïnspireerd door een Franse poster in zijn slaapkamer) en Staircase Sonata(over een overstroming die zijn studio blank zette) waren één voor één uit Olafs leven gegrepen. Zijn instrumentale miniatuurtjes prikkelden de verbeelding van de luisteraar en voerden hem mee naar een imaginair universum waarin dagdromen beslist niet verboden was. Een concert dat voor net voldoende balsem op de ziel zorgde, om gelouterd de nacht in te gaan.

Natuurlijk is het beeld dat je als bezoeker van Eurosonic krijgt per definitie fragmentarisch. Door het enorme aanbod van concerten stippelt ieder zijn eigen pad uit en maakt iedereen andere keuzes. Over wat je niet gezien hebt, kun je uiteraard niet oordelen. Maar het showcasefestival in Groningen had genoeg lekkers te bieden om je een kleine indigestie te luisteren. Deze vijf artiesten knabbelden tijdens de slotavond alvast zonder enige gêne aan ons oor. Alice Boman, die komt overgewaaid uit de Zweedse stad Malmö, kan bezwaarlijk een groentje worden genoemd: twee jaar geleden mocht ze al een uitverkochte Europese tournee op haar palmares schrijven. Maar het zou ons niet verbazen mocht het grote publiek, dat eerder ook al Agnes Obel heeft omarmd, nu definitief voor de bijl gaan voor haar gloednieuwe langspeler Dream On.Boman maakt intimistische indiepopliedjes, aangedreven door haar in nevel gehulde klavierspel en behoedzaam aangekleed door haar drie muzikale gezellen. Bomans elegante slaapkamerconfidenties baden in etherische Twin Peaks-sferen en getuigen steevast van kwetsbare eenvoud. In Groningen wist de artieste de toeschouwers naar de keel te grijpen met songs als Everybody Hurts (niet te verwarren met de gelijknamige classic van R.E.M.), Heart on Fire of The More I Cry, waarin weemoed en verlangen met elkaar haasje-over speelden. De Britse krant The Guardian overstelpte Alice Boman al met superlatieven. En we zijn er vrij gerust op dat de Zweedse chanteuse ook bij u weldra een gevoelige snaar aan het trillen zal brengen.Ze komt uit Zuid-Londen, heeft wortels in Ierland en Bangladesh en noemt The Clash, Lauryn Hill en Amy Winehouse haar belangrijkste voorbeelden. Tegelijk injecteert Joy Crookes haar muziek met, r&b-, funk- en dancehallinvloeden en hecht ze veel belang aan eerlijkheid en sociaal engagement. Tijdens haar set op EuroSonic zette ze zich bijvoorbeeld af tegen de xenofobie van veel Brexit-aanhangers, loofde ze de Britse hoofdstad als multiculturele smeltkroes (zie London Mine) en bewees ze eer aan één van haar grote helden, Kendrick Lamar, met een medley van Element en Yah. Tegelijk putte ze liedjes uit haar ep's Perception, Reminiscence en Influence, waaronder het catchy Hurts en het even sobere als pakkende break-up-epos Don't Let me Down, waarin ze zelf een gitaar beroerde. Joy Crookes beschikt niet alleen over een heldere, aangename stem, maar ook over een breed muzikaal referentiekader, waardoor we haar zonder schroom een Belofte durven te noemen. Bij de BBC zijn ze al helemaal overtuigd, want la Crookes prijkt op de vierde plaats in haar 'Sound of 2020'-lijst. De vooruitziende Engelse dichter John Keats wist al in 1818: 'A thing of beauty is a joy forever'. Maak daar maar gerust Joy Crookes van.Americana uit Göteborg? Neen, we kid you not. Na de fantastische Daniel Norgren komt alweer een ander bijzonder rootsfenomeen uit Zweden aanzetten. Bror Gunnar Jansson is een onemanband die grossiert in rauwe, grofkorrelige garageblues, met de intensiteit van iemand die wordt nagezeten door een roedel uitgehongerde hellehonden. De man beroert niet alleen een elektrische gitaar die met roestige prikkeldraad bespannen lijkt, zijn voeten bedienen ook een snaredrum en een hi-hat, waarmee hij extra vaart in zijn nummers stopt.Bij ons is Gunnar Jansson nog een illustere onbekende, maar in Frankrijk heeft hij al 25.000 platen verkocht en kan hij zich over zo'n vier miljoen streams verheugen. In Groningen putte de Zweed vooral uit zijn pas verschenen vierde langspeler, They Found My Body In A Bag, met songs die uitsluitend bevolkt zijn door seriemoordenaars en ander geteisem. Jansson, de zoon van een jazzbassist die ooit grootheden als Dexter Gordon, Chet Baker en Toots Thielemans bijstond, liet zijn verbeelding prikkelen door een aantal historische en actuele misdaadonderzoeken, wat resulteerde in huiveringwekende songs als There's A Killer On The Loose en Body In A Bag. Op andere momenten had hij het over Cubaanse boksers, diepte hij een ukulele op of riep hij de geesten van Jesse Fuller, Duster Bennett, Johnny Winter of Jeffrey Lee Pierce op. Zo wist Bror Gunnar Jansson begrippen als 'snijdend' en 'intens' een nieuwe betekenis te geven, al liet zijn gevoel voor humor hem gelukkig nooit in de steek. Een ontdekking.Kimberly Kitson Mills, een in Parijs residerende zangeres van Frans-Britse en Ghanese afkomst, wordt wel eens vergeleken met jazzdiva's als Billie Holiday en Nina Simone, maar daar bewijst men haar geen dienst mee. Het schept vooral verwachtingen die haast onmogelijk in te lossen vallen. Op de organische sound van haar band, Kimberose (vrij vertaald uit het Frans: Kimberly durft), viel weinig af te dingen. De gitarist herinnerde aan Steve Cropper en de organist aan Booker T Jones. Helaas neigde de 28-jarige frontvrouw maar tijdens het eerste kwartier naar overacting en klonk haar stem schril, op het irritante af.Even vroeg je je dus af hoe Kimberose er ooit in was geslaagd een zaal als de Olympia vol te krijgen. Maar Kitson Mills had blijkbaar iets van een diesel. Zodra ze was opgewarmd, wist ze alsnog te overtuigen met doorvoelde songs uit haar vorig jaar verschenen lp Chapter One, zoals Wolf (over haar overleden vader), het zacht voorbij sluipende No More of het tussen jazz en soul balancerende I'm Sorry. Het nummer dat ons helemáál over de streep trok, was echter het bij Burt Bacharach betrokken Say A Little Prayer, een hommage aan Aretha Franklin die van zoveel vocale beheersing en emotionele nuance getuigde dat we er koude rillingen van kregen. Eurosonic 2020 was meer dan ooit een editie gedomineerd door jonge, getalenteerde vrouwen.Het neoklassieke landschap van IJsland heeft in de loop van de jongste twee decennia al wereldvermaarde componisten opgeleverd als Jóhann Jóhansson en Ólafur Arnalds, lieden die zich laafden aan elektronica en ook muziek schreven voor film, ballet en theater. Een nieuwe naam in het rijtje is negentienjarige Gabriel Olafs, die ontdekt werd door de manager van Björk en vorig jaar, via One Little Indian, al meteen internationaal mocht debuteren met de lp Absent Minded. Voor zijn eerste concert op Europese bodem, in de Lutherse kerk in Groningen, besloot Olafs zijn synths thuis te laten en zijn mijmerende stukken enkel ten gehore te brengen op een vleugelpiano, begeleid door een violiste. Dat was een geslaagde zet, want zo werd de emotionele diepgang van zijn nummers nog beter voelbaar.De melodieuze thema's van Lóa (genoemd naar een vogel die in IJsland de zomer aankondigt), Cyclist Waltz (geïnspireerd door een Franse poster in zijn slaapkamer) en Staircase Sonata(over een overstroming die zijn studio blank zette) waren één voor één uit Olafs leven gegrepen. Zijn instrumentale miniatuurtjes prikkelden de verbeelding van de luisteraar en voerden hem mee naar een imaginair universum waarin dagdromen beslist niet verboden was. Een concert dat voor net voldoende balsem op de ziel zorgde, om gelouterd de nacht in te gaan.