Het is goed toeven op Eurosonic, het jaarlijkse showcasefestival voor opkomende Europese bands in Groningen. De stad beschikt over massa's clubs, cafés, theaters en zaaltjes om al dat talent te ontvangen, alleen zijn die vaak te klein om alle belangstellenden voor een bepaalde artiest te herbergen. En dat is frustrerend.
...

Het is goed toeven op Eurosonic, het jaarlijkse showcasefestival voor opkomende Europese bands in Groningen. De stad beschikt over massa's clubs, cafés, theaters en zaaltjes om al dat talent te ontvangen, alleen zijn die vaak te klein om alle belangstellenden voor een bepaalde artiest te herbergen. En dat is frustrerend. Overal zijn er drie wachtrijen, elk met een eigen hiërarchie. Maar zelfs een polsbandje dat je in theorie prioritaire toegang verleent, garandeert nog niet dat je de artiesten waar je voor komt ook écht te zien krijgt.U raadt hoe het ons verging in de rij voor Celeste. De soulzangeres is met Strange verantwoordelijk voor één van de beste singles van het afgelopen jaar en werd pas nog door de BBC verkozen werd tot Sound of 2020. Een halfuur voor de start van haar concert stond er al meer volk voor de deur van de Stadsschouwburg dan er in die zaal binnen kunnen. Velen, waaronder ondergetekende, bleven dus knarsetandend in de kou staan, want ook in Nederland geldt de regel 'vol is vol'. Al bij al prezen we ons gelukkig dat we de artieste uit Brighton onlangs nog hadden gezien in het voorprogramma van Michael Kiwanuka. Voor alle zekerheid herhalen we nog eens onze conclusie: Celeste wordt een Grote Dame.Wat onthielden we verder van dag twee? U leest het hieronder.Doorgaans behandelt het Eurosonic-publiek artiesten met het nodige respect. Ironisch dus dat uitgerekend op een speciale showcase, georganiseerd door platenmaatschappij Sony, het geroezemoes de brave lieden op het podium vele keren overstemde. Niet leuk voor Marie-Pierra Kakoma, een Congolese die op haar achttiende naar België vluchtte, tegen de wil van haar ouders in, om er haar artistieke droom na te jagen. Ze leefde een poosje op straat in Brussel, maar het leed is intussen geleden. Binnenkort verschijnt, onder de naam Lous and the Yakuza, haar debuutplaat Gore, in Barcelona ingeblikt met de van Rosalía bekende producer El Guincho. In Groningen speelden Kakoma en haar gitarist echter een gestripte, akoestische set, die niet helemaal representatief was voor haar eigentijdse elektronische sound. Wél duidelijk was dat de 23-jarige zangeres over een aantrekkelijke stem beschikt. Reken daarbij eerlijke, catchy, in het Frans gezongen popliedjes als Dilemme en je weet meteen dat Lous and the Yakuza liefhebbers van, pakweg, Angèle als euh... muziek in de oren zal klinken.De kans dat u, voor de vuist weg, één artiest uit het Zwitsere Lausanne kunt opnoemen, is behoorlijk klein. Geen nood echter: Eurosonic bombardeerde Zwitserland tot focusland en vult uw lacune dus graag. Met wie Emilie Zoé, bijvoorbeeld. Wie haar in Vera aan het werk zag, zal haar naam alleszins niet licht meer vergeten. Met een beetje goede wil zou u Zoé als een geestesgenote van Polly Jean Harvey of Kim Gordon kunnen bestempelen, al is ze 'very much her own woman'. Haar twee platen, Dead End Tape en The Very Start, verdienen het om tot ver buiten Zwitserland gehoord te worden en ook live wist Emilie Zoè, enkel bijgestaan door haar drummer, indruk te maken.In Groningen werden intimistische, in melancholie badende songs als Six O'Clock en het flamboyantere Tiger Song afgewisseld met rauwe nummers, gebouwd op potige riffs à la Stooges. Zoé stond als een sjamane op het podium, bewerkte haar elektrische gitaar alsof ze nog snel enkele demonen diende uit te drijven en brak tijdens haar set de ene snaar na de andere. Het ene moment omarmde ze de chaos, het andere was ze diep in zichzelf gekeerd. Maar steeds was intensiteit het sleutelwoord.Op de vraag 'wat wilt u op uw hotdog?' antwoordden vijf Ieren ooit 'Just Mustard'. Door een wonderlijke speling van het lot zijn ze nu gedoemd ook zo als band door het leven te gaan. Niet meteen de meest zonnige band, overigens. Het kwintet uit Dundalk maakt donkere, slepende muziek waarin de ijle gitaren uit de eightiesplaten op het legendarische label 4AD, de soundtracks bij de films van David Lynch en flarden shoegaze en noise tot een sfeerrijk geheel worden gekneed.Zangeres Katie Ball beschikt over een dromerige kindstem, terwijl haar mannelijke gezellen een mistgordijn ophangen tussen Warpaint en The Cure. Behalve in grandeur baden hun songs in een kathedraal van galm en nog eens galm. Niettemin ontving NME hun in 2018 verschenen langspeeldebuut Wednesday (u gelooft het nooit: verschenen bij Pizza Records!) op luid gejuich en voorspelt ook Q-magazine de gothrockers, die dezelfde pubs frequenteren als The Murder Capital en Fontaines D.C., een glorieuze toekomst toe. Wie zijn wij dan om dat tegen te spreken? Alleen mag er, wat ons betreft, zeker nog een beetje zuurkool bij.Mocht Amy Winehouse als Braziliaanse zijn geboren, dan heette ze Amalia da Casa da Caipirinha en klonk ze wellicht als Charlotte Dos Santos. De zangeres groeide op in Noorwegen, maar heeft ook Braziliaanse roots en dat hoor je. Haar even verleidelijke als wendbare stem is doordrongen van jazz, samba, hiphop en neosoul en Big Boi van Outkast alvast tot enige superlatieven wist te inspireren. Dos Santos liet zich in de Stadsschouwburg assisteren door een subtiel en genuanceerd spelend jazztrio. Daarbij verstond ze de kunst om binnen de grenzen van één song te fluisteren en te smachten. Vooral Take It Slow en Adam's Garden deden onze verbeelding daarbij op hol slaan. Wanneer het tempo even werd opgedreven, hoorden we tropische jazzfunk die op een weldadige manier de heupen masseerde. In de loop van dit jaar brengt Charlotte Dos Santos haar eerste langspeler uit. En voor wie vrijdag 6 maart nog nuttig wil invullen: die avond concerteert de Latijns-Amerikaanse schone in de Brusselse AB.Eigenlijk was het onze bedoeling ons pak af te geven bij het Londense Dry Cleaning, maar blijkbaar waren nog veel andere festivalgangers op hetzelfde idee gekomen. Club Vera was een half uur voor de aanvang van het concert al overvol, zodat we het Londense postpunktrio noodgedwongen inruilden voor de show van Bad Nerves, zo'n vijftig meter verderop. Vonden we dat erg? Eigenlijk niet, want het in zwarte leren jekkers gehulde vijftal uit Essex speelde zo hard, luid en snel dat we er een beetje beduusd naar stonden te kijken. Gebalde, energieke garagepunksongs zoals Baby Drummer, Can't Be Mine of Radio Punk landden als boksijzers tegen je kin, maar waren tegelijk voorzien van hooks die sterk genoeg waren om er een walvis mee op te takelen. 'Onze muziek moet klinken alsof iemand in een zakje chips knijpt', verklaarden de heren in een interview. U moet het thuis maar eens proberen.Bad Nerves spanden een touwtje van de Ramones naar The Strokes, maar nog belangrijker: hun groepsnaam is een ode aan de onderschatte Amerikaanse powerpopband The Nerves, een driespan dat tijdens de seventies verantwoordelijk was voor classics als Come Back and Stay en Hanging on the Telephone. Dat levert een handvol bonuspunten op in ons boekje, dat begrijpt u. Wat veel groepen vergeten, is dat er tijdens een rock-'n-rollconcert ook écht iets dient te gebeuren op het podium. De nummers van Bad Nerves daarentegen scheurden vervaarlijker uit de bocht dan een bolide op het asfalt in Francorchamps. Bovendien stond de zanger -een kruising tussen Julian Casablancas en de jonge Mick Jagger - geen seconde stil: hij klom op het drumstel, dook het publiek in, deed onwelvoeglijke dingen met zijn microfoonstandaard... U begrijpt: tijdens Eurosonic waren we getuige van een klein neurologisch wonder. Snapt u meteen waarom bij de uitgang van de Hooghoudt Barn gratis rilatinetabletten werden uitgedeeld.