Wie vooraf zijn huiswerk niet heeft gemaakt, loopt verloren op Eurosonic. Het Groningse festival verzamelt elk jaar opkomende muzikanten uit heel Europa, wat maakt dat je van veel artiesten op de line-up nog nooit hebt gehoord. Bovendien gebeurt er zoveel tegelijkertijd dat er soms lastige knopen door te hakken zijn. Dat is uiteindelijk een luxeprobleem, want altijd valt er wel ergens iets te zien of te horen dat je verrast of bij de lurven grijpt. Dit waren alvast onze ontdekkingen van de openingsavond.
...

Wie vooraf zijn huiswerk niet heeft gemaakt, loopt verloren op Eurosonic. Het Groningse festival verzamelt elk jaar opkomende muzikanten uit heel Europa, wat maakt dat je van veel artiesten op de line-up nog nooit hebt gehoord. Bovendien gebeurt er zoveel tegelijkertijd dat er soms lastige knopen door te hakken zijn. Dat is uiteindelijk een luxeprobleem, want altijd valt er wel ergens iets te zien of te horen dat je verrast of bij de lurven grijpt. Dit waren alvast onze ontdekkingen van de openingsavond.Ze is pas achttien, woont in Parijs en gaf tijdens Eurosonic haar allereerste buitenlandse concert. Dat viel echter nergens uit af te leiden, want als dochter van de befaamde jazzsaxofonist David Murray en een Frans-Spaanse moeder bleek Crystal Murray over zoveel zelfvertrouwen te beschikken dat je meteen aanvoelde: dit meisje is geboren om op het podium te staan. Zoals ze eerder al bewees met de singles After Ten en Princess, straalt de zangeres zowel onschuld als verleidingskracht uit en is ze het type dat Arno gegarandeerd 'une allumeuse' zou noemen. Murray werd in het Grand Theatre geruggensteund door vier beslagen muzikanten, die zich tegelijk aan Marvin Gaye en John Coltrane laafden. Met een stem die herinnerde aan die van Macy Gray vond de artieste moeiteloos de middenweg tussen rokerige jazz en vingerknippende soul, al hoorden we in haar songs zeker ook echo's uit hiphop en house. In maart brengt Crystal Murray haar eerste ep uit. U mag er nu al gif op innemen dat ze daarmee een bloeiende carrière inluidt.Al net zo jeugdig is de Londense Arlo Parks: negentien, zwart, biseksueel en met wortels die zich uitstrekken van Nigeria tot Canada. Parks' liefde voor de literatuur van Sylvia Plath, Haruki Murakami en Allen Ginsberg komt haast vanzelf tot uiting in haar songs. Ze zitten volgestouwd met scherpe observaties uit het dagelijkse bestaan van jonge vrouwen die nog niet goed weten wat ze met hun leven aan moeten. Ze beschouwt zich dan ook als een onderdeel van de 'super sad generation', al wist ze, met haar zijde-achtige soulstem en sensuele nummers als Cola, Sophie of George het Eurosonicpubliek in een oogwenk te charmeren. La Parks vormt de verbindende schakel tussen Jorja Smith en Everything But the Girl. Haar liedjes verwijzen beurtelings naar r&b, pop, funk en bossanova, dobberen niet zelden op pittige breakbeats, zijn rijk aan details en hebben haast altijd een filmische inslag. Dat moet volstaan om u op 26 februari in dichte drommen naar de Brusselse Botanique te lokken.We hebben het de voorbije jaren steeds vaker moeten vaststellen: Eurosonic barst uit zijn voegen. Zelfs op woensdagavond vormden zich op de stoep van club Vera al lange wachtrijen, en ook zelf stonden we veertig minuten in de kou aan te schuiven, om uiteindelijk nog het laatste kwartier van Black Country, New Road mee te kunnen pikken. De groep bestaat uit geestesgenoten van Black Midi, vorig jaar een van dé sensaties op Eurosonic maar volgt wél haar eigen kompas. Zo kwam ze uit bij onverwachte tempowisselingen, kabbelende passages die met noisy uitbarstingen worden afgewisseld, arrangementen waarin de gitaren regelmatig het gezelschap krijgen van een viool of trompet en een frontman die maatschappijkritisch uit de hoek kwam en niet gespeend is van pathos en theatraliteit. De experimentele sound van Black Country, New Road - tussen jazz, metal en progrock hangend - wist live zeker te prikkelen, maar deed voorlopig nog iets te bedacht aan om ons meteen bij het nekvel te grijpen.Alan McGee was ooit de oprichter van het Creation-label en de ontdekker van bands als Oasis, The Jesus & Mary Chain en Teenage Fanclub. Als zo'n man beweert dat The Clockworks 'één van de beste groepen ter wereld' zijn, ben je op zijn minst geneigd even de oren te spitsen. Aan branie en energie had het kort aangebonden punkkwartet uit Galway alvast geen gebrek: we zagen een gitarist die de snaren met een scheermesje leek te bewerken, een bassist die zijn instrument zo hoog hield dat hij het met zijn kin kon aanraken en een zanger die zijn teksten over grauwe toekomstscenario's uitspuwde alsof het kersenpitten waren.In ons boekje noteerden we ijverig woorden als 'luid' en 'springerig', maar origineel klonken The Clockworks in geen lichtjaren. Voor wie om wegwijzers verlegen zat: Franz Ferdinand en The Kaiser Chiefs kwamen, zeker op hun hardste momenten, dicht in de buurt. Maar niemand kon ontkennen dat de Ieren voor reuring zorgden in Groningen. Vóór het podium werd gepogood alsof 1977 nog maar pas was aangebroken. Dit jaar zijn tijdens EuroSonic de schijnwerpers gericht op Zwitserland, dat In Groningen met 22 acts is vertegenwoordigd. Eén ervan is Camilla Sparksss, van oorsprong een Canadese die ook deel uitmaakt van de postpunkband Peter Kernel, maar het solo over een heel andere boeg gooit. Haar jongste plaat, BRUTAL, heeft haar titel niet gestolen. Live treedt Barbara Lehnoff, zoals ze eigenlijk heet, in haar eentje aan met twee draaitafels, een synth en een imposante batterij effectapparatuur. Zo maakt ze een vorm van elektronische dansmuziek, maar schrikt ze er niet voor terug op tijd en stond een stoorzender in stelling te brengen.Camilla Sparksss koppelt donkere, vervormde zangpartjen aan lofi-elektro en houdt het midden tussen DJ, chanteuse en collage-artieste. Een dame, kortom, die het publiek liefkoosde met bokshandschoenen aan. Haar show was hoe dan ook een fascinerend schouwspel dat van visie, durf en persoonlijkheid getuigde. Wat ons betreft staat niets de internationale doorbraak van la Sparksss meer in de weg.Hun bandnaam mag dan al als een verontschuldiging klinken, gereputeerde muziekmedia als Pitchfork, NME en Dazed and Confused hebben hen al op het schild gehesen als de nieuwe beloften van de Londense underground. Het vijftal, dat sinds kort onderdak kreeg bij het Domino-label, waar we ook Arctic Monkeys, Franz Ferdinand, Pavement en Anna Calvi aan te danken hebben, maakt gelaagde muziek die zich moeilijk laat definiëren. Zelf noemen ze het 'een mix van postpunk met non-lineaire bedroom grunge'.Zeker, er zitten verwijzingen in naar Wire, Stereolab en Yo La Tengo, maar ook naar de productietechnieken uit de hiphop. Het resultaat laat zich niet meteen vergelijken met iets wat u al kent. De nummers van Sorry zijn dwars maar toegankelijk, avontuurlijk maar huiselijk, poppy maar lichtjes atonaal en de zangpartijen van de gitaristen Asha Lorenz en Louis O'Bryen klinken niet altijd even toonvast. Mainstreamsucces zit er nog niet meteen in, maar in cultmiddens zal de komende maanden beslist meer dan eens Sorry worden gezegd.