LABtrio: met wat hulp van Bach ****

Het lijkt pas een jaar geleden dat de buzz ontstond rond LABtrio, maar de groep staat al een decennium lang op de planken. Dat wordt gevierd met een nieuwe cd (Nature City) en een reeks internationale concerten, want ook buitenlandse organisators weten LABtrio ondertussen naar waarde te schatten.
...

Het lijkt pas een jaar geleden dat de buzz ontstond rond LABtrio, maar de groep staat al een decennium lang op de planken. Dat wordt gevierd met een nieuwe cd (Nature City) en een reeks internationale concerten, want ook buitenlandse organisators weten LABtrio ondertussen naar waarde te schatten.In Gent begonnen ze op bezielde wijze hun zoektocht naar originele structuren en verrassende invalshoeken. De drie zetten onverstoord bakens uit, alsof ze in hun repetitielokaal zaten. Bram De Looze moet zowat de coolste pianist uit ons land zijn. Met gestrekte rug strooit hij subtiel spaarzame noten rond. Drummer Lander Gyselinck sprokkelt dat materiaal bij elkaar, roffelt wat rustig rond en komt meteen op de proppen met nieuwe ideeën. Bassist Anneleen Boehme laat de jongens stoeien, maar zorgt ervoor dat de puzzelstukjes steeds op de juiste plaats terechtkomen. Als intro kon het tellen.Het verhaal nam grootsere proporties aan toen ze er Bach bijhaalden. Eerst transponeerden ze een stukje fuga naar hun eigen idioom, nadien grepen ze met eenzelfde aanpak terug naar de Goldberg Variations. Ondertussen vertrouwd terrein voor De Looze, die furore maakt met zijn concerten en cd Piano e Forte.Zo groeiden verschillende reeksen van snippets uit tot het scenario voor een langspeelfilm boordevol onderhuidse spanning, plotwendingen en af en toe een perfect getimede flou artistique. Met een ontluisterende bassolo van Boehme als kers op de verjaardagstaart. Respect vooral voor de manier waarop de drie elkaar voortdurend aansturen en voeden. Kamerjazz op internationaal festivalniveau. Een crossover van wereldmuziek en jazz, zo werd zijn muziek omschreven in de programmabrochure van het festival. Een halve waarheid, want deze Israëlische bassist heeft duidelijk nog andere passies. Omer Avital is wel degelijk een muzikale globetrotter. Zijn Suite Of The East (2012) kunnen we sterk aanraden, mede door het expliciet dedain voor de clichés van het genre. Dat trompettist Avishai Cohen op zijn diensten beroep doet, zegt natuurlijk ook al genoeg.Hier begon de tournee in Afrika. Even later trakteerde hij ons op een Turkse koffie (Turkish Coffee Blue). Hij koos dit moment om het venster wagenwijd open te zetten en de karavaan verder te laten trekken naar andere exotische oorden, dit alles op de klanken van zijn contrabas. Het valt op dit festival trouwens op hoezeer bassisten de sound bepaalden van de groepen waarmee ze optraden. Ook te noteren was de zuivere en volumineuze klank van het instrument. Technisch vakmanschap van muzikanten en geluidstechnicus. Halverwege het concert ontspoorde alles en belandden we in een heuse postbop wervelwind. De heren stelden zich op als een bende jonge wolven met een heuse rock-'n-rollattitude, inclusief drumsolo, om even later ongestoord door te trekken naar Ethiopië en daar wat te graaien in de lokale tradities. En telkens met die onvermoeibare drive. Noteer deze Omer Avital maar op je bucketlist.Accordeonist Vincent Peirani en saxofonist Emile Parisien kozen niet meteen voor de makkelijkste instrumentencombinatie. Hun cd Belle Epoque valt echter overal goed in de smaak. Ook in Gent ging het publiek voor de bijl. Meer dan een uur hielden ze de aanwezigen in de ban en ze mochten zelfs een bisnummer brengen.'Het lied en de dans staan centraal', verwittigde presentator van dienst Mark Lefever. En gelijk had hij. Alles draaide hier rond lyrisme en beweging. Dat laatste letterlijk zelfs want Parisien outte zich al spelend als volleerd beoefenaar van tai chi en yoga .Hun succesformule: een pittige symbiose van melodie en ritme. Het concert was een aan elkaar rijgen van muzikale polaroidkiekjes, afwisselend in vale vintagekleuren en meer felle tinten. Sidney Bechet bleek een dankbare inspiratiebron maar ook Schubert en Michel Portal staan in het notitieboekje van beide heren. De rollen werden over heel de lijn netjes verdeeld. Om beurten waren ze begeleider of solist. De bevreemdende en hybride mix van speedmusette, (kermis)walsjes en lichte experimenteerdrift werd toegankelijk gemaakt door er wat humor aan toe te voegen. Een concert als een luxueus ingebonden koffietafelboek.Met de opbrengsten die de miljoenenverkoop van haar debuutplaat genereerden, redde Norah Jones in zekere zin het befaamde Blue Note label en lokte ze massa's popliefhebbers naar het jazzkamp. Jazz die eigenlijk verdoken americana bleek te zijn.Feit is wel dat op haar laatste cd Brian Blade, John Patitucci, Dr. Lonnie Smith en zelfs Wayne Shorter meewerken. Als dat geen reden is om uitgenodigd te worden op een jazzfestival! Alleen, deze heren waren er niet bij. Wel andere vakmuzikanten die eveneens op de cd te horen zijn en wiens professionaliteit buiten kijf staat. En daarmee is de omschrijving van het concert gevallen. We hoorden een geroutineerde set waarbij niemand buiten de vertrouwde comfortzone trad. Het verwachtingspatroon werd consistent ingevuld.Het hele optreden draaide hoofdzakelijk rond de nieuwe cd Day Breaks. Van bij de eerste noten klopte het plaatje helemaal. De sensuele stem, het fladderende pianospel, de brushes op de drums en de discrete bas. Geleidelijk aan werd de groep vervolledigd. Eenmaal voltallig was dit het sein om met Out On The Road het americana-format helemaal uit te plooien. De combinatie van Hammond en pedal steel doet het natuurlijk altijd in deze context. Voeg daar nog een cover van een Neil Young-nummer aan toe (Don't Be Denied) en je credibility stijgt meteen. Jones toonde ook aan dat ze naast piano eveneens verschillende gitaren kan bespelen (elektrisch en akoestisch) en ging zelfs achter een Fender Rhodes staan. La Jones laste ook de overbekende hits vakkundig in. Come Away With Me werd daarbij heel berekend tot bisnummer bewaard. De fans droomden er duidelijk van dit letterlijk te kunnen nemen. Bij de meer objectieve luisteraars zorgde de opvallend gladde Nashville-touch eerder voor een zeemzoete nasmaak.