'When I say 'West', you say 'Coast'' - 'West!'
...

Ambiance in de tent tijdens Miles Mosley, contrabassist uit Los Angeles en vooraanstaand lid van The West Coast Get Down; de muzikantenkliek, 'born and raised in LA', die ook Kamasi Washington en Stephen 'Thundercat' Bruner tot alumni mag rekenen. 'De Wu-Tang Clan van de jazz', worden ze soms genoemd, dankzij de reikwijdte van hun invloed door de vele hand- en spandiensten die ze op andermans, en elkanders platen leveren. Met pianovirtuoos Cameron Graves en drummer Tony Austin bracht Mosley nog twee medeoprichters van het gevierde collectief mee naar Gent, ter promotie van zijn recent verschenen album Uprising. Daarop profileert Mosley zich als een adept van Jimi Hendrix en Prince, en dat was in de Bijloke niet anders. Blitse, potige funkrock, gebracht met meesterschap en gevoel voor show, helaas zónder memorabele songs. Twee blazers, een saxofoon en een trompet nestelden zich in een dienende rol, vooral Austin - ooit aan de slag bij onder meer Santana, Solomon Burke en Erykah Badu - toonde zich een haantje de voorste, naast Mosley zelf, een veel betere bassist dan zanger. 'Ik koos ooit voor de contrabas omdat je die niet mee naar huis hoefde te zeulen na school', bekende hij. Tegenwoordig dwingt hij met effectpedalen en strijkstok zijn instrument tot het uiterste. Tijdens de (nogal overbodige) Hendrixcover If 6 Was 9 vloog het gevaarte net niet in de fik.Muzikale klasbakken zijn het, The West - 'West!' - Coast - 'Coast!' - Get Down, die de hand niet omdraaien om een fragment Also Sprach Zarathustra van Strauss in de set te smokkelen. Deze passage op Gent Jazz was echter nét ietsje te gelikt en gericht op goedkope thrills om hun passage in de rug van Kamasi Washington vorig jaar (en volgende week?) te doen vergeten. Ook klasse, maar dan van de lokale variëteit: Compro Oro, het instrumentale combo met wie het tussen de concerten op het hoofdpodium aangenaam toeven was aan de Garden Stage. Met hun tropische melange van afrojazz, psychedelica, surf en dub verbouwden ze hun tijdelijke residentie in een zweethut, waar vooral Wim Segers (met zijn marimba en vibrafoon) en percussionist Robbie Kieckens voor de exotische noot zorgden. Komende zomer en in het najaar trekken de Gentenaren met hun aanstekelijke composities, waarin echo's van Bobby Hutcherson, The Specials en Les Baxter weerklinken, nog door het ganse land. Ga zeker eens proeven!Terwijl een stormbui over de Bijloke trekt weerklinken de eerste 'echte' jazzklanken op deze editie van Gent Jazz: GoGo Penguin, een trio uit Manchester, stond enkele jaren geleden in de voorhoede van de jonge, Britse jazzgarde en mag u gerust thuisbrengen in hetzelfde vakje waar ook Acoustic Ladyland, The Comet is Coming, BadBadNotGood en Yussef Kamaal buiten de lijntjes kleuren.'Avontuur! Eindelijk!' noteerden we vorige zomer, tijdens de doortocht van GGP op Pukkelpop. Toen schoten Chris Illingworth (piano), Nick Blacka (contrabas) en Rob Turner (drums) wervelend en imponerend uit de startblokken, in Gent duurde het wat langer vooraleer de heren op stoom kwamen. Met hun duidelijke invloeden uit de elektronica en rock is GGP een lust voor het oor van wie virtuositeit en veelzijdigheid hoog op het prioriteitenlijstje staat, aan het eind van hun set was de bui voorbij en de tent opgewarmd - en toen begon het wachten op de hoofdvogel.De androgyne discodiva, het 69-jarige enfant terrible, de zwarte panter uit Jamaica, de zelfverklaarde art groupie en de muze der muzen: Miss Grace Jones!Op de donderende, dreigende bastonen van Nightclubbing glijdt, met slechts 15 minuten vertraging (!), het gordijn open en verschijnt ze ten tonele, hoog op een pedestal boven haar band uittorent, slechts uitgedost in de bodypaint waarmee Keith Haring haar ooit transformeerde tot levend kunstwerk.Wanneer ze halverwege neerwaarts de trapjes betreedt, houdt het publiek een eerste keer collectief de adem in. De verhalen van een dronken diva die enkele jaren geleden tijdens het Cactusfestival de drumkit intuimelde hebben ook Gent bereikt. Maar Jones blijft in evenwicht, én blijkt behoorlijk goed bij stem.Haar meest recente album, Hurricane, waaruit meteen This Is wordt geplukt, is bijna tien jaar oud, maar Grace Jones blijft een publiekstrekker. Deels door haar uitstekende singlesdiscografie, deels door een wispelturig karakter en een al even wispelturige reputatie. Een liveshow van Grace Jones loopt nooit van een leien dakje, een deel van het publiek lijkt dan ook voornamelijk aanwezig om zich te verkneukelen in een mogelijk rampscenario.Dat komt er alvast niet met My Jamaican Guy, waar Jones' begeleidingsband, zes man sterk, samen met de twee achtergrondzangeressen zich een geoliede dubmachine toont. De bizarre, onhandige stretchoefening van La Jones - een poging om haar beroemde platenhoes van Island Life te recreëren? - verloopt iets minder vlot. Kwart préséance, kwart muziek, kwart provocatie en een kwart hoofdtooi: de optelsom van haar huidige podiumshow. Tijdens een onuitgegeven nummer kronkelt een mannelijke spierbundel zich rond een danspaal. 'Suck it, suck it', klinkt het vanuit de coulissen. Tijdens Private Life schudt de 69-jarige stoeipoes suggestief met het pelvis. En is dat nu écht 'I need some coke' dat ze even later tijdens nog maar eens een hoedwissel in de microfoon brabbelt? Tijdens La Vie En Rose gaan de meeste smartphones de lucht in. Facebook en Instagram staan dus vol met filmpjes van Jones die een glas rode wijn soldaat maakt. Ad fundum. Rood, ja. Jammer, anders had hier een andere kop boven het artikel gestaan. De hoogste noten tijdens die discohit uit 1977 haalt ze de ene keer niet, de andere keer wel. Net. En zo is het met Grace Jones. Het ene moment zit ze er pal op, even later waggelt en brabbelt ze er op los en wil je gegeneerd weg kijken. Ramptoeristen én fans, iedereen wordt bediend. Wanneer Jones op geheel eigen wijze de gospelklassieker Amazing Grace improviseert, zal die eerste publiekscategorie met de ogen rollen, maat wij vonden het best een ontroerend moment. Haar streng religieuze vader, een dominee, ontvluchtte ze in de modewereld, waar Grace Jones haar eigen kerk stichtte. Het podium is haar altaar, ook meer dan vijftig jaar na het verschijnen van haar debuutplaat. Twerkende oma's aan de top? Neen, daarvoor slaat ze nét iets te veel de bal mis, zoals met een rockende versie van Love Is The Drug, bij momenten iets te veel Kiss, en te weinig Studio 54. Anderzijds: wij willen wel eens zien of Lady Gaga er binnen een jaar of veertig nog in slaagt om tien minuten lang een hoelahoep rond het middenrif hoog te houden, zoals de nog steeds ranke Jones doet tijdens Slave To The Rhythm. En geef ons maar Pull Up To The Bumper boven Paparazzi, anytime! Geen bisnummers, en dus geen Libertango of Warm Leatherette. Jammer, maar Grace Jones is als een oude vriend(in): haar defaults bedek je met de mantel der liefde. Zotte doos.