Het zal je maar overkomen: aardedonkere, uit vochtige kelders ontsnapte new wave maken en er om 13 uur mee op de main stage van Rock Werchter moeten opdraven, bij 27 graden dan nog. Whispering Sons, van al het jonge Belgische postpunkgrut wellicht het meest beloftevolle, bracht het er evenwel prima van af.
...

Het zal je maar overkomen: aardedonkere, uit vochtige kelders ontsnapte new wave maken en er om 13 uur mee op de main stage van Rock Werchter moeten opdraven, bij 27 graden dan nog. Whispering Sons, van al het jonge Belgische postpunkgrut wellicht het meest beloftevolle, bracht het er evenwel prima van af. De wei was aardig volgelopen voor de Limburgse Brusselaars, maar frontvrouw en fulltime enigma Fenne Kuppens liet er zich niet door afschrikken. Ja, haar geveinsd spastische stuiptrekkingen deden aan Ian Curtis denken, en haar zware, statische maar heel af en toe toch lekker uit de bocht vliegende bariton aan de jonge Nick Cave, maar de verhalen over Whispering Sons' gebrek aan eigenheid zijn broodjes aap. Whispering Sons heeft namelijk wél een eigen smoel. Het is die van Kuppens en hij keek u het hele concert lang héél vervaarlijk in de ogen. 'Bonkend baslijntje, dreunend drumpartijtje en een gitaartje met wat reverb op: na een nummer of vier zullen we het wel gehad hebben', zagen we u denken. Klopt niet, want ondanks de moedige keuze om prijsbeest Alone al als derde nummer vrij te geven, viel er met het ziedende White Noise en de slowburner Skin nog méér moois te rapen, en zorgde de magnetische podiumuitstraling van Kuppens ervoor dat u niet anders kon dan de volle 45 minuten bij de les te blijven. Al bij al beleefde Whispering Sons dus een meer dan geslaagde vuurdoop op het grote boze podium van Werchter. De vochtige kelders zijn nu definitief verleden tijd. Van de cloud naar de mainstreamfestivals, dat is de horde die Denzel Curry de jongste jaren nam. Ooit was hij een pionier van de soundcloudrap, nu tourt hij over de grote plas in het zog van tienersuperster Billie Eilish en staat hij op Rock Werchter. Met Zuu loste Curry, 24 en afkomstig uit Carol City, Miami, dit voorjaar zijn vierde langspeler, en daaruit putte hij in Klub C al meteen de heerlijk schreeuwerige titeltrack én de crowdpleaser Ricky. De toon was gezet voor een stomend rapfeestje, waarin diepe trapbassen en tegendraadse drops de maat sloegen. Switch it up werd op commando meegebruld, Sirens - met op tape vastgelegde backing vocals van Eilish - werd een armpjes-in-de-luchtmoment. En dan bleek het echte venijn nog in de staart te zitten. Clout Cobain was een trucje uit de oude doos dat nog steeds werkt, Look at me een op luid applaus onthaald eerbetoon aan XXXTentacion, de vorig jaar overleden ex-roomie van Denzel Curry. 'Racism is fucked up, classicism is fucked up', orakelde Curry nog, met de boodschap 'to keep on doing your own shit'. Hear, hear!Kurt Vile, het gezicht verborgen achter een zonnewerend haargordijn, deed in Werchter precies wat hij altijd doet. Samen met zijn Violators speelde hij een uitstekende maar weinig verrassende set, waarin afwisselend introspectieve (Waking on a Pretty Day) en verhalende (Girl Called Alex) songs centraal stonden. U bent wellicht al vertrouwd met zijn lijzige, aan Lou Reed verwante zangstijl en expressieve snarenspel. Welnu, op geen van beide viel iets af te dingen.Tijdens het epische Bassackwards verstrengelden de gitaren zich naar het voorbeeld van Television, in I'm An Outlaw haalde Vile een banjo boven en met het potige KV Crimes toonde hij impliciet zijn respect voor Neil Young & Crazy Horse.De band vulde de nummers creatief in en onderstreepte vooral de tijdloze klasse van de frontman, die de kunst verstaat, waar hij ook opduikt, onopvallend goed en goed onopvallend te zijn. Hij zal er nooit zo groot mee worden als zijn vriend Adam Granduciel van War on Drugs, maar zo te zien had Kurt Vile het in The Barn behoorlijk naar zijn zin. Ook bij de toeschouwers hoorden we geen klachten. Iedereen tevreden dus.Rock Werchter is geen evenement waar je naartoe gaat om nieuwe ontdekkingen te doen. Het is het festival van de bevestiging, van de headliners die grote volksmassa's aanspreken. Het was dus al sinds Broken Social Scene in 2004 geleden dat we op de Brabantse wei voor het laatst werden wegeblazen door een groep waar we voordien nog niet vertrouwd mee waren. Maar never say never: op de afgelegen Slope stage was het dit jaar eindelijk weer van dattum. Verrassing! Avontuur! Gezonde grilligheid! Dat en nog veel méér kregen we opgelepeld door Foxing, vijf nerdy kerels uit St. Louis, Missouri die het bloed in onze aderen sneller deden stromen en ons even het gevoel gaven dat we voet hadden gezet op een nieuwe planeet.Foxing, genoemd naar het chemische proces dat op oud papier bruine vlekken doet ontstaan, behoort tot dezelfde artistieke familie als Alt-J, Yeasayer, TV on the Radio, Radiohead en Flaming Lips. Allemaal bands voor wie ambitie geen scheldwoord is en die over zoveel ideeënrijkdom beschikken dat de fiscus er vroeg of laat wellicht een belasting op zal heffen. Foxing speelde hoofdzakelijk nummers uit zijn vorige jaar verschenen, derde langspeler Nearer My God, een onversneden meesterwerk dat door Chris Walla (ex-gitarist van Death Cab For Cutie) in productionele banen werd geleid. In de VS werd het, terecht, onder vijfsterrenrecensies bedolven. De plaat, maar ook hun set op Rock Werchter, gaven aan dat mathrock, emo, ambient of postpunk, zodra ze de filter van de vijf Amerikanen passeerden, nietszeggende termen waren geworden.Frontman Conor Murphy zong met een hoge falsetstem die van het ene moment op het andere kon omslaan in een primitieve oerschreeuw. Zijn gezellen waren dan weer vastbesloten hun muzikale rivier op gezette tijden bruusk van bedding te doen veranderen. Dat de groep al actief is sinds 2011, kon je afleiden uit haar podiumvastheid en haar honger om nieuwe territoria te veroveren. Naar het hysterische Grand Paradise of het van ingetogen naar jubelend evoluerende Slapstick te oordelen, verplaatst Foxing zich liever zigzaggend dan in een rechte lijn. Game Shark, was met zijn nihilistische insteek en apocalyptisch aandoende atmosfeer bijna een politieke song. Murphy haalde een trompet boven en de krassende postpunkgitaren vlogen uit de bocht als een formule 1-bolide: ze gingen enkele keren overkop om dan uiteindelijk toch weer op hun vier wielen te belanden. Tussendoor speelde het kwintet ook enkele oudere songs zoals het ingetogen Rory, waarin de instrumenten een tegensprekelijk debat voerden; The Magdalene, een feest van subtiel vervlochten postrockgitaren), of Medic. Allemaal complex en gelaagd, maar toch opvallend toegankelijk. Foxing had genoeg aan een korte set van 35 minuten om op Belgische bodem heel wat nieuwe zieltjes te winnen. Het onze hadden we de heren vooraf al middels een aangetekende zending toegestuurd.Te oordelen naar de propvolle Klub C wilde in Werchter zowat todo el mundo weten what the fuss nu eigenlijk all about was bij Khruangbin, dat rare, gepruikte psychedelische trio dat vorig jaar een plotse hype ontketende in hipsterland. De groep bestaat uit drie Texaanse wereldmuziekaficionado's wier sound even moeilijk te duiden valt als dat hun bandnaam - Thais voor 'vliegtuig' - uit te spreken is. Voor eens en voor altijd: het is 'kroengbin'. En wat dat geluid betreft: dat vergelijken ze zelf nog het liefst met rijst, 'een ingrediënt dat in bijna alle keukens voorkomt en waarvan verschillende soorten bestaan - basmatirijst, bruine rijst, gepelde rijst, geparfumeerde rijst.' Khruangbin is waar ze in het Engels de term 'otherworldly' voor hebben uitgevonden. Maar na de Botanique (in oktober 2018) en de AB (januari 2019) deden ze nu toch ook maar mooi Rock Werchter uit hun hand eten. Vooral de songs uit Con todo el mundo - hun tweede plaat uit 2018, binnenkort heruitgebracht in een dubversie - troffen raak. Met dank aan de virtuoze riedels van snarendrijver Mark Speer, de laid-back breakbeats van drummer-hiphopproducer Donald Ray Johnson en de funky baslijnen van Khruangbins queen of cool Laura Lee. Wie naar klassieke songs met strofes en refreinen speurde, was eraan voor de moeite. Enkel in Evan Finds The Third Room vielen zanglijntjes te herkennen, en dan nog waren die spaarzaam. Maar Khruangbin smoorde de lonkende eenvormigheid (of de korte aandachtspanne van het mainstreamfestivalpubliek, dat kan ook) in de kiem door de ene keer bier- en wijnflessen dienst te laten doen als percussie-instrumenten en de andere keer een old-schooltelefoon (zoiets met een draad, stel u voor!) als micro te gebruiken. En dan werden in Maria También, publiekslieveling pur sang, ook nog de iconische deuntjes van Pulp Fiction en The Shadows' Apache verstopt. Todo el mundo weer content! Rivers Cuomo, de spilfiguur van Weezer, is in zijn hoofd al zijn hele leven zestien en vastbesloten het te blijven. Voor hem is de adolescentie geen ontwikkelingsfase, maar een levensfilosofie. Is de Californische powerpopband, die halverwege de nineties even razend populair was, vandaag nog relevant? Het antwoord op die vraag zal u niet meteen een nieuwe koelkast of een reis naar het Zwarte Woud opleveren. Het feit dat Weezer op het hoofdpodium van Rock Werchter geen enkele song speelde uit zijn onlangs verschenen Black Album, spreekt vanzelf al boekdelen. De vier heren meldden zich niet aan met artistieke pretenties, maar met de bedoeling het publiek te entertainen. Hun lijfspreuk luidde: give the people what they want. Desnoods met een ironische knipoog. En na enkele liters bier.Cuomo -brilletje, potsierlijk vissershoedje- had alvast een excuus klaar: 'everybody wants to dance to my happy song'. Had hun klankman last van een zonneslag? Een feit is dat Weezer aanvankelijk nogal rommelig klonk. Maar zie: jong en oud zong, schreeuwde of lalde mee met oude hits als Buddy Holly, Undone - The Sweater Song, Pork and Beans, Hashpipe, The Good Life, Beverly Hills en het nog altijd heerlijke Island in the Sun, een oorwurm die voor de festivalgangers meer gezondheidsrisico's inhield dan de door de brandweer bekampte processierups. Weezer was in Werchter een soort jukebox waar je niet eens een muntje in hoefde te stoppen, en ging zo op in die rol dat hij zich met plezier wentelde in de rol van Foute Band.Rivers Cuomo en de zijnen kwamen voorts op de proppen met enkele covers, waar ze volstrekt niets eigens aan toevoegden ('Take on Me' van A-Ha, Happy Togethervan The Turtles en, godbetert, Africa van Toto), maar waar het publiek onder een loden middagzon wél blij van werd. Ook een verdienste, natuurlijk. Tijdens afsluiter Say It Ain't So, zong de toch al niet erg toonvaste frontman extra vals. Wij gokken: uit solidariteit met de toeschouwers, die daartoe geen enkele moeite moesten doen. Weezer is een groep met meer verleden dan toekomst en is er nog trots op ook. Zoveel zelfspot levert haar vanzelf onze waarderingsstempel op.Je show laten beginnen met Also Sprach Zarathustra en een Martin Luther King-speech. Een troon voor je laten neerpoten op een extra podium dat sowieso al zes trappen hoog was. Je in een 'vaginabroek' hijsen - wie de clip bij Pynk heeft gezien weet heus wel waar we het over hebben - en een potje rampetamp met je achtergronddanseressen faken. IJveren voor de rechten van immigranten, zwarte vrouwen, lgbtq+'ers, lagere klassen en mindervaliden, en er 'Impeach Donald Trump!' achteraan schreeuwen. Janelle Monáe deed het op Rock Werchter allemaal, als het had gekund zelfs tegelíjk. Toegegeven: Dirty Computer, de vorig jaar verschenen derde worp van miss Monáe, is verre van haar sterkste en dat leidde ook in The Barn tot zwakke momenten - het magere r&b-beestje Yoga op kop. Maar met het aan Beyoncé schatplichtige Django Jane, het met een synthmotiefje van Prince opgefunkte Make Me Feel en de 'ode aan meer licht in tijden van donkerte' PrimeTime maakten veel goed. En dan moesten Q.U.E.E.N., Electric Lady en Tightrope nog komen, de heilige drievuldigheid van de hedendaagse funk&b!Hoe een popconcert (vorm) te geven, moet je Janelle Monáe al helemaal niet meer leren. Als je dit een popconcert kón noemen, tenminste - 'popopera' of 'afrofuturistische Broadwaymusical' was allicht dichter in de buurt geweest. Monáe en haar muzikanten - vijf exemplaren, plus nog eens vier danseressen - leken een heel multimediacomplex te hebben ingehuurd voor de visuals. En afgaande op het aantal kostuumwissels - we zijn ergens onderweg de tel kwijtgeraakt; afgeleid door die vaginabroek, allicht - had haar kledingstylist het ook niet echt onder de markt, daar in de coulissen. Feit is wel dat het het entertainmentgehalte alleen maar ten goede kwam. En zo kreeg u tenminste waar voor uw monáe.'Is the party about to start? Yes? Good, 'cause I'm all dressed up and ready', zei Kylie Minogue - Rock Werchter mocht gewoon Kylie zeggen - toen ze Step back in time inzette, de titelsong van de best of-verzamelaar die ze uitgerekend gisteren loste. En inderdaad, ons terug in de tijd flitsen, back to the eighties, nineties en een stukje nillies, is wat Minogue vrijdag in The Barn deed. Vijf spiegelwanden vulden het podium, en uit elke daarvan kwam een danser tevoorschijn. Kylie zélf klauterde uit het laatste exemplaar, en de Australische - 51 maar nog altijd every inch a pop princess - liet meteen verstaan dat ze nog lang niet aan vervroegd pensioen denkt. Haar concert was er één in vier aktes, goed voor evenveel kostuumwissels én voor 18 hits, van Love at first sight en The One over Slow en een flard Where the wild roses grow tot Can't get you out of my head en Locomotion. 'Dit is het eerste nummer dat ik ooit uitgebracht heb', zei ze over dat laatste. 'Wist ik toen veel dat er in 2019 ooit een greatest hits zou komen - is this a trick?' Het concert van Kylie was van de eerste tot de laatste noot cheesy - een mimespeler en een live gesimuleerd trouwfeest, really? - en vaak zelfs ronduit stroperig - haar discopop is er niet altijd een zonder vervaldatum gebleken - maar als nostalgie-act die meer op de heupen dan op het hoofd mikt viel er geen Australische dollar op af te dingen. En dus heet de enige Kylie die naam waardig nog altijd niet Jenner, maar Minogue. Van 'gewone' pop wil de Zweedse Robyn niet meer weten: voor het vorig jaar verschenen Honey, de plaat waarop ze zowel het gemis van haar aan pancreaskanker gestorven vriend en gewezen productiemaatje Christian Falk als het verdriet van haar (inmiddels alweer gelijmde) relatiebreuk met regisseur Max Vitali van zich af zong, dompelde ze zich onder in tranceachtige, bijna hypnotiserende dance. Én in funk en r&b à la Prince en Michael Jackson. Dat was er ook op Rock Werchter aan te merken. Meer trippy dan tijdens het tweeluik Love is Free en Don't fucking tell me what to do hadden wij Robyn alleszins nog nooit bezig gehoord, meer funky dan in het met slap bass gepimpte Ever again of Be mine evenmin. Anno 2019 mag het voor Robyn wat méér zijn dan alleen hartzeer op een housebeat. Het decor zag er op het eerste gezicht eerder sober uit - een grote sculptuur in de vorm van een hand en wat witte doeken, dat was het zowat qua backdrop - maar ontspon naarmate het concert vorderde tot een meta-spel, waarbij projecties van wat er zich op het podium afspeelde als laagjes over elkaar werden gelegd tot ze een soort visuele tunnel vormden. En er was een balletdanser, zodat Robyn toch niet de héle tijd on her own hoefde te dancen. Was er dan helemaal geen ruimte voor de gulden elektropop waar Robyn nu al ruim twintig jaar een patent op heeft, vraagt u? Tuurlijk wel! Indestructable, Call your girlfriend en With every heartbeat waren ondanks de thematiek vlotjes verteerbaar, nieuweling Between the lines klonk als de soundtrack bij een hoogst ontspannende work-outsessie en het onsterfelijke Dancing on my own was de euforische discodreun die u ervan kon verwachten. Robyn die zichzelf knuffelde en het publiek dat het hele refrein a capella scandeerde: het was misschien wel hét moment van Rock Werchter, dag twee.