HET CONCERT: Stef Kamil Carlens en Catbug in AB, Brussel op 23/10.
...

Het siert Carlens dat hij via zijn voorprogramma graag veelbelovende jonge artiesten in de spotlights zet. Tijdens zijn huidige tournee koos hij voor Catbug, een zangeres die op een boerderij in Westmalle woont en eind vorig jaar met Universe een sober maar prachtig debuut afleverde. Paulien Rondou, zoals de boerin-songsmid in werkelijkheid heet, bedenkt intimistische, fragiele folkliedjes waarin de natuur haar gemoedsgesteldheid weerspiegelt en allerlei dieren figureren. Met haar akoestische gitaar en elastische stembanden herinnert ze nog het meest aan de jonge Joni Mitchell, maar zo te horen maken ook Judee Sill en Jessica Pratt deel uit van haar referentiekader.Met songs als How Then, Kingfisher, Cat Prince ('hierbij mogen jullie wegdromen over een onderwerp naar keuze') en Burrow, 'over dassen in een dassenburcht', wist ze de aanwezigen moeiteloos te charmeren, al wisten die niet altijd raad met vragen en mededelingen als: 'Voel jij je soms ook een beetje dasachtig? Nou ik wel, ik ben dol op woelen en graven'. Hoe dan ook: Catbug riep in de AB een eigen universum op en voor wie zich door haar op sleeptouw liet nemen, was het er aangenaam toeven.Stef Kamil Carlens hoeven we uiteraard niet meer voor te stellen. Met projecten als dEUS, A Beatband, Moondog Jr en Zita Swoon wist hij zich de jongste 25 jaar voortdurend van uw aandacht te verzekeren. Op zijn nieuwe langspeler, Making Sense of ∞ (waarbij ∞ dient te worden uitgespoken als infinity), bespeelt hij méér instrumenten dan ooit en manifesteert hij zich andermaal als een muzikale alleskunner. In het voorbije decennium exploreerde hij West-Afrikaanse tradities, filmische instrumentals en dadaïstisch muziektheater, maar sinds zijn twee jaar oude solodebuut Stuck in the Status Quo kwam hij toch weer bij de Song uit. Wél raakte zijn idioom almaar verder uitgepuurd en liet hij zijn liedjes steeds langer rijpen. Het resultaat is een meticuleus gearrangeerde groeiplaat waarop ieder detail op zijn juiste plek staat en ieder nummer, in al zijn gelaagdheid, van een verbluffende helderheid getuigt.De band waarmee Carlens in de AB aantrad is nog altijd min of meer dezelfde als tijdens zijn vorige tournee. (Contra)bassist Nicolas Rombouts (ex-Dez Mona) stond, samen met nieuwkomer Maarten Moesen, in voor de groove. Drummer-percussionist Moesen, bekend van Buurman en BRZZVLL, gebruikte veel kleine, exotische trommeltjes en zat nooit om inventieve ritmen verlegen. De Belgisch-Hongaarse harpiste Alma Auer zorgde voor verrassende klankkleuren, terwijl ook toetsenspeelster Nel Ponsaers ( The Golden Glows) regelmatig met fijne motiefjes op de proppen kwam. Beide dames deden ook in vocaal opzicht meer dan één duit in het zakje. Hun soulvolle stemmen kronkelden sierlijk rond die van de frontman en stuurden een extra warmtefront de zaal in.Stef Kamil Carlens bleef trouw aan zichzelf, zonder te stagneren. Zoals hij enkele maanden geleden nog overtuigend bewees in het VTM-programma Liefde voor muziek, krijgt alles wat hij aanraakt zijn unieke stempel opgedrukt. Vrijheid, gedrevenheid en stilistische rijkdom zijn sleutelbegrippen in zijn oeuvre, al putte hij in Brussel vooral uit funk en blues en deed hij je, met zijn grofkorrelige (slide)gitaarspel, meermaals naar adem happen. Met een pittige opener als Thinking About You All the Time gaf hij meteen aan dat er in de set, naast nieuw werk, volop ruimte zou worden gemaakt voor oude publieksfavorieten. Empty World, geschreven na de tragische dood van Yasmine, klonk nog vrij donker, maar met het ongedurige Back on the Road gaf de artiest aan wat dezer dagen zijn hart sneller doet kloppen.Nog nooit eerder mat Carlens zich zo expliciet de rol van protestzanger aan als op zijn jongste plaat. Ook in de AB fileerde hij het huidige politieke klimaat. Tijdens The Government Is No Game had hij het over corrupte leiders die veeleer hun eigen belangen dan die van hun kiezers vertegenwoordigen. In het filosofische Painted Glass had hij het over hoe de media ons beeld van de werkelijkheid voortdurend vervormen. In het prachtige Lament on General Smedley D. Butler, waarin we een vage Air-vibe herkenden en Nathan Daems van Black Flower op sierlijke wijze zijn baritonsax in stelling bracht, had hij het dan weer over de meest gedecoreerde Amerikaanse oorlogsheld die eindigde als een verstokte pacifist. De skeletten met feesthoedjes die op de hoes van Infinity staan afgebeeld, waarden ook over het podium, want ondanks de zwaarwichtige bespiegelingen uit de songs gaf de groep blijk van opvallend veel joie de vivre en speelplezier. Met geestdriftig ontvangen classics als Hot Hotter Hottest, Our Daily Reminders, TV Song en het zacht swingende Hey You, Whatshadoing? leek Stef Kamil Carlens zijn territorium af te bakenen en schilderde hij een soort zelfportret. Dat deed hij bijvoorbeeld in Making Butter, Baking Bread, een ode aan zijn tienerzoon, maar ook aan de gewone handelingen die het dagelijks leven de moeite waard maken. Meteen werd duidelijk dat Carlens in de keuken niet voor Jeroen Meus hoefde onder te doen.De op zich al intense set bereikte een climax met het energiek rockende People Are Like Slamming Doors. In I'm Going Away huisde de geest van John Lee Hooker en Melinda's Blues moest de herinnering aan een jeugdliefde levend houden. De laatste bis, het even zinnenprikkelende als broeierige My Soul is in The Desert (geschreven na een bezoek aan Melanie de Biasio in Charleroi), was meteen een hoogtepunt: uitdagende songstructuur, intrigerende klankkleur. Stef Kamil Carlens, die volgend jaar vijftig wordt, werd door het publiek als een volksheld ontvangen en reageerde met dankbare verwondering. Maar neem het van ons aan: zonder de avondklok in de AB had hij wellicht nóg op het podium gestaan.