Mark Guiliana Jazz Quartet: de naschok van Bowie (***)
...

Door zijn medewerking aan Bowies 'Blackstar' stond drummer Mark Guiliana plots in de kijker bij een breed publiek. De man had echter al jaren voordien bewezen dat hij een en ander in zijn mars heeft. Aan de zijde van Brad Mehldau en Dhafer Youssef bijvoorbeeld. Maar ook de releases op zijn eigen label Beat Music getuigen van goede en moderne smaak ('The Los Angeles Improvisations'!). In Middelheim mag hij drie dagen na elkaar komen bewijzen wat hij echt kan.Het eerste hoofdstuk stond in het teken van zijn recent jazzproject 'Family First'. Net als op de plaat kon hij rekenen op de steun van saxofonist Jason Rigby, pianist Fabian Almazan en bassist Chris Morrissey. Guiliana speelde met elk van hen in het verleden in andere groepen. Nu bracht hij ze dus samen rond zijn drumstel, als een familie met sterke banden. Hij greep de gelegenheid te baat om heel wat materiaal uit de komende cd 'Jersey' voor te stellen. Opvallende track was 'September' waarbij het trio het zonder drummer moest stellen. Bowies 'Warszawa' klonk plots dichtbij. Die link werd wat later helemaal doorgetrokken via 'Where Are We Now'. Een concert met diverse hoogtepunten. We noteerden vooral een opwindend duet tussen saxofoon en drums en de solopassages van Almazan die een zeer breed palet hanteerden. Hij stak duidelijk veel op aan de zijde van Christian Scott en Terence Blanchard. Het doet uitkijken naar wat Guiliana vandaag zal brengen met zijn Beat Music.Voor wie de naam Antoine Pierre nog niet vertrouwd in de oren mocht klinken, hij is de drummer van zowel TaxiWars als Philip Catherine. Een wereld van verschil, en toch slaagt de vierentwintigjarige snaak er steeds in elk publiek tevreden naar huis te sturen.Vorig jaar trad hij naar voor met zijn eigen project, 'Urbex'. De naam komt van "urban exploring" en duidt op de interesse die Pierre heeft voor stedelijk erfgoed. Hij koos zijn metgezellen hoofdzakelijk uit de jonge lichting van de Belgische scene: Jean-Paul Estiévenart (trompet), Steven Delannoye (tenorsaxofoon), Bert Cools (elektrische gitaar), Bram De Looze (piano) en Félix Zurstrassen (elektrische bas). Saxofonist Toine Thys en percussionist Frédéric Malempre vormen de oudere garde. Na een berekende intro werden de kaarten meteen door elkaar geschud. Geen twijfels, elkeen ging er voor zonder aarzelen. Cools klonk als een jonge Metheny. Expressiever en assertiever dan in zijn eigen groepen. De band met fusion werd af en toe strakker aangetrokken zonder helemaal over te hellen. De manier waarop Delannoye en Thys elkaar aanvulden, was soms adembenemend. Een heel sterk moment was de uitwisseling tussen pianist en drummer. Pure hoogspanning, mede door de solo van Estiévenart die hier meteen op volgde. In elk nummer viel er zo telkens wat te beleven. Opvallend was ook de gelaagde opbouw van Antoine Pierres composities. En het duel tussen percussionist en drummer zorgde voor vuurwerk. De eerste staande ovatie van de dag was een feit. Deze groep heeft het allemaal. Afspraak in het voorjaar van 2018, wanneer de volgende cd van Urbex uitkomt. En die zou weleens voor de internationale doorbraak kunnen zorgen.Still Dreaming is de naam van het recente kwartet waarmee Redman tegenwoordig toert om zijn gelijknamig project te promoten. Aan zijn zijde: trompettist Ron Miles, bassist Scott Colley en drummer Brian Blade. Het is niet zomaar een idee, maar een directe ode aan het Old and New Dreams Quartet dat in de jaren zeventig en tachtig op zijn beurt hulde bracht aan Ornette Coleman. Pittige connectie: Dewey Redman, vader van Joshua, behoorde tot die vier apostelen samen met Charlie Haden, Ed Blackwell en Don Cherry.Na een wat chaotisch begin - Redman wist zelfs niet in welke stad hij optrad - werden alle plooien gladgestreken en kon de pret beginnen. De solo's werden aan elkaar geregen, maar dan wel op een compacte manier, gestroomlijnd ingekapseld in een geheel. Dit was techniche virtuositeit over de hele lijn. Al was het natuurlijk bovenal de show van Redman. Zijn ontegensprekelijk rijke en gevarieerde klank wordt er met de jaren niet minder indrukwekkend op. Ron Miles op bugel wist perfect te counteren, terwijl de ritmesectie voor de juiste ondersteuning en verademing zorgde. "It's the first time here, but not the last time," nodigde hij zichzelf uit aan het einde van het concert, alvorens Colemans 'Turnaround' in te zetten. Het publiek was unaniem akkoord, en trakteerde hem op een (tweede) staande ovatie. San Francisco, vijftig jaar geleden: hippies en de flowerpower beweging zorgden voor kleurrijke nieuwsbeelden en psychedelische muziekjes. Saxofonist Charles Lloyd maakte van dit alles een eigen jazzversie waarmee hij meteen ook in rockkringen succes oogstte, nog voor Miles en diens 'Bitches Brew'. Hoogtepunten waren de lp's 'Dreamweaver' en 'Forest Flower'. Lloyd dook op in de kringen van The Doors en The Beach Boys, maar ging ook meer en meer zweven. Hij trok zich gelukkig tijdig terug, werd vegetariër en landde later bij ECM waar hij een nieuwe carrière begon.Ondertussen verhuisde hij van label, en trekt hij rond met The Marvels. Dat zijn niemand minder dan Bill Frisell (gitaar), Greg Leisz (steelgitaar), Reuben Rogers (bas) en Eric Harland (drums). Kortom, een persoonlijk dreamteam waar elke muzikant wel mee wil optrekken.Een tapijt is steevast een vast element van het livedecor. De man zelf straalt nog steeds klasse uit met zijn grijze haren en ronde brilletje. Wat meer patina op zijn speelstijl, maar zeker geen ademnood. Middelheim werd eventjes de Fillmore van een halve eeuw geleden. Het publiek genoot van anderhalf uur bruggetjes bouwen tussen jazz, pop en soul. Met een Frisell die meer en meer de Ry Cooder van de jazz wordt.Als uitsmijter liet Leisz zijn lapsteel klinken als een sitar, waarmee de cirkel rond was en we terug in het hippietijdperk belandden. Lloyd ging zelfs aan het dansen, kleurrijke sambaballen in de hand. Vier sterke concerten na elkaar op de openingsdag, er zijn slechtere manieren om een festival te beginnen.Toetsenist Jozef Dumoulin mocht vier maal zijn ding doen op het zijpodium. Dr Jekyll & Mr Hyde in het kwadraat.Met Benoît Delbecq bracht hij recent de overal bejubelde cd 'Plug And Pray' uit. Live werden alle succeselementen hiervan net wat meer uitvergroot. Losse pianonoten, electronevels en beats vulden elkaar naadloos aan. Geen hermetisch gewriemel voor ingewijden, maar verrassend toegankelijk door een zekere vorm van melodie, ondanks de vette knipoog naar Autechre.Met een ommezwaai van 180 graden liet hij ons nadien kennismaken met de poëtische percussieriedels van Eric Thielemans, gekoppeld aan de trancezang van de Palestijnse Kamilya Jubran. Dumoulin zelf zat achter de piano, en vertelde een muzikale novelle boordevol exotisme en passie.De grote verrassing kwam er met Trojan Panda, bestaande uit drie gitaristen (onder wie Dumoulin!), een bassist en een drummer. Ze dreven het repetitief experiment tot het uiterste, met Dumoulin die zelfs ging "zingen" - een curiosum waar het bordje "under construction" bij past. We raden hen aan eens te luisteren naar de recente trio-cd van Elliott Sharp, Mary Halvorson en Marc Ribot ('Err Guitar').Een schot in de roos was het laatste luik met zijn Red Hill Orchestra, featuring saxofonist Ellery Eskelin en drummer Dan Weiss. Ze speelden bijwijlen lyrisch, maar vooral ook hyperkinetisch, met Eskelin en Weiss die zich letterlijk in alle bochten wrongen. Afsluiten deden ze met heuse drum'n'bass. Guiliana kwam de tent nog binnengewandeld en ging zelfs helemaal vooraan zitten. Kwam hij wat inspiratie opdoen voor zijn concert van vrijdag met Beat Music ?