Zijn vorige twee langspelers als Iron & Wine stonden vooral in het teken van zorgvuldig gearrangeerde, met blazers en glitchy elektronica verrijkte barokpop. Dezer dagen kiest de voormalige universiteitsprofessor in de cinematografie echter voor een back to basics-aanpak. Mogelijk is dat een gevolg van de vier jaar durende hiaat tussen Ghost on Ghost en zijn nieuwe werk, een periode waarin hij zich beperkte tot duoprojecten met Ben Bridwell (van Band of Horses) en Jesca Hoop. De warme akoestische instrumentatie op Beast Epic herinnert aan die op zijn zestien jaar oude debuut The Creek Drank the Cradle en zit de liedjes werkelijk als gegoten.
...

Zijn vorige twee langspelers als Iron & Wine stonden vooral in het teken van zorgvuldig gearrangeerde, met blazers en glitchy elektronica verrijkte barokpop. Dezer dagen kiest de voormalige universiteitsprofessor in de cinematografie echter voor een back to basics-aanpak. Mogelijk is dat een gevolg van de vier jaar durende hiaat tussen Ghost on Ghost en zijn nieuwe werk, een periode waarin hij zich beperkte tot duoprojecten met Ben Bridwell (van Band of Horses) en Jesca Hoop. De warme akoestische instrumentatie op Beast Epic herinnert aan die op zijn zestien jaar oude debuut The Creek Drank the Cradle en zit de liedjes werkelijk als gegoten. Door die herbronning ligt de nadruk bovendien weer op de teksten over het vervliegen van de tijd en het leven in de Bible Belt van de Verenigde Staten. De songs van Iron & Wine lijken vaak op fabels waarin dieren menselijke karaktertrekken worden toegedicht en ook de Jezusfiguur regelmatig opduikt. Op zijn zesde plaat van lange adem manifesteert de 43-jarige zanger uit North Carolina zich weer als een indie-folkromanticus pur sang. Sam Beam verpakt zijn filosofische mijmeringen in melodieën die op de luisteraar hetzelfde effect hebben als een troostend deken op het lijf van een dakloze.Buiten regende het en ook in de AB bleken de wolken laag boven het podium te hangen, al waren ze dan aan touwtjes vastgemaakt en veranderden ze, door de belichting, regelmatig van kleur: van wit tot blauw tot fluoroze. De overvloedig bebaarde Beam liet zich assisteren door een nagenoeg volledige akoestische band, waarin we de van Soul Coughing bekende (contra)bassist Sebastian Steinberg herkenden, en die voorts bestond uit een cellist, drumster en pianiste. Sam Beam bleek opvallend goed geluimd te zijn en zat niet om een gevatte oneliner verlegen. Soms kon hij tijdens het zingen zelfs zijn lach niet inhouden, alsof hij pas op het podium besefte hoe geestig sommige van zijn tekstregels waren. Ook had hij iemand in dienst die op gezette tijden zijn wijnglas bij kwam vullen en die hij later introduceerde als 'my sommelier'. U begrijpt: ondanks het hoge Duysterkarakter van de muziek, werd het in Brussel niet meteen een deprimerende avond.Uit het afgelopen zomer verschenen Beast Epic putte Iron & Wine slechts een zestal nummers. About A Bruise, dat naar het einde toe vocaal compleet derailleerde, rustte op een zwierige groove. The Truest Stars We Know werd versierd met subtiel fingerpickingwerk en in Last Night, waar de muziek met haar verwijzingen naar vaudeville en cabaret iets theatraals kreeg, wierp Sam Beam zich op als een soort dirigent. De muzikanten gaven de songs precies wat ze nodig hadden. In Flightless Bird, American Mouth (uit The Shepherd's Dog) waren dat een strompelend ritme en uitgekiende samenzang, in Glad Man Singing een afgedempte gitaar en allerlei belletjes. De band legde opvallend veel zelfbeheersing aan de dag, speelde ingehouden en behoedzaam (zie Passing Afternoon of het wonderlijk transparante, afgemeten Carousel) en bracht een tijdloos geluid voort dat voortdurend refereerde aan de sixties en de seventies.Het pleit voor Sam Beam dat zijn setlist op geen enkel moment voorspelbaar werd. Vooral doorgewinterde fans van Iron & Wine waren verguld met zijn verrassende songkeuzes. Zo putte hij regelmatig uit de dubbelaar Around the Well, een collectie met rarities die nogal wat juweeltjes huisvest. Het begon al met opener The Trapeze Swinger, waartoe de drumster een fraaie tweede stem aanleverde. Call Your Boys was het allereerste nummer dat Iron & Wine ooit aan het publiek prijsgaf en het van New Order geleende, solo gebrachte Love Vigilantes was dermate van gedaante veranderd, dat velen het wellicht niet eens hadden herkend. Net als het zacht wiegende Dearest Forsaken riep het vergelijkingen op aan de beste momenten van Nick Drake. En dat is geen gering compliment. Iron & Wine sneed in de AB al zijn platen aan, maar wie 's mans verrichtingen al jaren volgde, had toch een voetje voor. Het gracieus voorbijschuifelende Someday the Waves werd bijvoorbeeld uit zijn eerste ep The Sea and the Rhythm gelicht (het jaar was 2001), terwijl het bloedmooie Bird Stealing Bread amper een jaartje jonger was. Pas toen het concert zijn laatste minuten inging, werd het tempo voorzichtig opgedreven: in House By the Sea, dat uitmondde in een uitgesponnen jam, was zowaar zelfs sprake van polyritmiek, maar wie hoopte dat daarna nog een reeks zinderende toegiften zou volgen, werd teleurgesteld: na Claim Your Ghost draaide Sam Beam definitief de sleutel in het slot.Dat de toeschouwers, die anderhalf uur devoot hadden geluisterd, zonder morren de zaal verlieten, zegt alles. Want dit was misschien wel het beste concert dat Iron & Wine ooit op Belgische bodem had gegeven. En zoals Beam zelf al had gezegd: "I don't care what you think. It's MY show".