Die anderhalve minuut durende introductie tot de historie van Latijns- en Midden-Amerikaanse drugskartels, voor velen het eerste teken van Amarantes bestaan, was nochtans maar een tussenstopje in een carrière die al veel eerder was aangevat. In zijn thuisland geldt Rodrigo Amarante als de hoog aangeschreven (mede)bezieler van Los Hermanos en Orquestra Imperial, gezelschappen die respectievelijk binnen een rock- en bigbandkader vrijelijk plukken uit samba, choro en bossanova. Later werkte hij m...

Die anderhalve minuut durende introductie tot de historie van Latijns- en Midden-Amerikaanse drugskartels, voor velen het eerste teken van Amarantes bestaan, was nochtans maar een tussenstopje in een carrière die al veel eerder was aangevat. In zijn thuisland geldt Rodrigo Amarante als de hoog aangeschreven (mede)bezieler van Los Hermanos en Orquestra Imperial, gezelschappen die respectievelijk binnen een rock- en bigbandkader vrijelijk plukken uit samba, choro en bossanova. Later werkte hij met Devendra Banhart en richtte met Strokes-drummer Fabrizio Moretti de groep Little Joy op. Zijn eerste soloplaat Cavalo (2014) blikte Rodrigo Amarante in na zijn verhuizing naar LA, waar hij nog steeds woont. Hoe superieur Drama ook is aan die voorganger, een spectaculaire gedaanteverwisseling heeft de man niet ondergaan. Ook in de songs die hij voor Los Hermanos schreef, bewogen zijn zanglijnen zich al ongehinderd tussen melancholie, begeerte en sereen welbevinden. Maar in de dromerige intuïtie waarmee hij zijn inspiratiebronnen hier laat samenklotsen, heeft hij zichzelf overtroffen. Nergens onderwerpt Amarante zich aan het korset van hetzij pop, folk, jazz of alle voornoemde Braziliaanse stijlen. Met de filmische strijkers in de intrigerende titelsong of de knusse, antieke jazzblazers in Tara roept Amarante vergeelde romantiek op, een verleden voorgoed vervlogen. Ongrijpbaarheid stimuleert nu eenmaal het verlangen. Dat Amarante meer in het Portugees dan het Engels zingt, dwingt je nog meer om op het gevoel te luisteren. In het opgewekte Maré (getij) aanvaardt hij met een hups danspasje de natuurlijke cyclus van geven en nemen, leven en dood. In Tango suggereert de luchtige vrouwelijke achtergrondzang hoe vergankelijk de liefde wel niet is. Nog meer dualiteit in het op fleurige percussie dobberende Sky Beneath. 'Can't fix my love, can't fix myself, can't fix the world', sombert Amarante, maar in zijn toon hangt meer berusting dan verdriet. Aan het begin van Tao lijkt zijn gemoed uiteindelijk toch vol te lopen met saudade, maar halverwege slaat het nummer ongemerkt aan het grooven. Zijn we het meest gezegend als onbezorgd kind of pas als volwassene, tot de rand gevuld met filosofie en ervaring? Amarante verenigt beide perspectieven in bedaarde maar fantasierijke liedjes. Het maakt zijn zicht troebel maar dat deert hem niet. Gelukzalig dwalen, dat is wat Amarante op Drama doet. Verrukkelijke plaat.