1 Waarom keer je in je nieuwe roman terug naar de wereld uit Een stoel, Holle haven en Ga niet weg, je Arnhemtrilogie?
...

1 Waarom keer je in je nieuwe roman terug naar de wereld uit Een stoel, Holle haven en Ga niet weg, je Arnhemtrilogie? Willem van Zadelhoff: Ik was bezig met een boek over een zoon die lijdt onder het oorlogstrauma van zijn vader en kreeg het gevoel dat er iets niet klopte. Al snel begreep ik dat ik eerst het verhaal van de vader zelf zou moeten vertellen. Dat is dus deze roman, Een graf in de wolken, geworden. Hoe zoiets precies komt, weet ik ook niet, zulke dingen gebeuren gewoon, vermoed ik, maar het kon alleen in deze Arnhemse setting spelen. Dit is gewoon een van die verhalen die er ook nog over verteld moeten worden, realiseerde ik me, en het voelde als een soort thuiskomen. 2 Of ben je zoals Dora uit je roman, die wanneer ze na de oorlog in Amsterdam terechtkomt Arnhem soms een beetje mist? Van Zadelhoff: Ik woon al heel lang in Antwerpen en een grotere kwelling dan verplicht worden weer in Arnhem te gaan wonen lijkt me onmogelijk. (lacht) Ik mis eerder het Arnhem dat niet meer bestaat, denk ik, of dat nooit echt bestaan heeft, behalve in mijn boeken. Dat is een Arnhem waarin modernistische architectuur een grote rol speelt. Die architectuur toont immers hoe er op een bepaald moment gedacht werd, die voortkwam uit het vooruitgangsdenken van het einde van de negentiende eeuw en soms ook in extreemrechtse kringen op handen werd gedragen. Voor mij is de dubbelzinnigheid van die architectuur een spiegel die ik de lezer wil voorhouden. 3 Je schrijft zo strak en precies dat het lijkt alsof je aan ieder zinnetje urenlang zit te schaven. Is dat zo? Van Zadelhoff: Dat is wel zo, ja, en dat heb ik allemaal aan de vergeten dichter Jan Elemans te danken. Op de middelbare school kreeg ik Nederlands van hem. Ik was een jaar of twaalf en wilde schrijver worden, al had ik geen enkel idee waarover ik dan wel zou moeten schrijven. Mijn eerste opstel kreeg ik terug met een grote 3 erop. 'Dit komt niet in je rapport', zei hij, waarop hij me Bint van Bordewijk gaf. 'Lees dit, herschrijf je opstel daarna en maak dat geen enkel zin langer is dan een regel', voegde hij eraan toe. Dat deed ik en Elemans trok mijn cijfer op tot een 9.