Net als in zijn magisch-realistische parels El abrazo de la serpiente (2015) en Pájaros de Verano (2018) gaat de Colombiaanse regisseur Ciro Guerra in zijn eerste Engelstalige film op zoek naar koloniale geesten in de schemerzone tussen feit en fa...

Net als in zijn magisch-realistische parels El abrazo de la serpiente (2015) en Pájaros de Verano (2018) gaat de Colombiaanse regisseur Ciro Guerra in zijn eerste Engelstalige film op zoek naar koloniale geesten in de schemerzone tussen feit en fabel. Dat doet hij met J.M. Coetzees bestseller uit 1980 als gids en in het zog van Johnny Depp als een kwaadaardige politiekapitein die ergens in een onbestemde tijd (begin twintigste eeuw?) en een onbestemde uithoek van het Britse rijk (Tangiers?) de plak komt zwaaien over een fort en zijn onderworpen inwoners. Mark Rylance is de minzame magistraat en het morele kompas van dienst, Robert Pattinson en Greta Scacchi verhogen het Hollywoodgehalte en cameraveteraan Chris Menges schiet broeierig mooie plaatjes van woestijnen, nomaden en al dan niet ingebeelde barbaren, maar ondanks al dat fraais komt Guerra's mix van parabel en politiek nooit echt tot leven. Het is alsof de elementen wringen en Guerra nooit de juiste toon en het juiste tempo vindt. Daardoor blijf je een buitenstaander die van een afstand kijkt naar een exotisch, in zonlicht en zonde gedrenkt sprookje.