'Hoe moeilijk kan het zijn? Het is een Chinees met een ketting aan zijn been.' Even heeft de openingsscène van Undercover iets van Breaking Bad. De camera zweeft over het groene land, de voice-over met duidelijk Antwerps accent roemt de schoonheid van Limburg, zijn appelen, peren, koeien maar vooral zijn allerbelangrijkste exportproduct: xtc. Van New York tot Manilla, overal wordt gefeest op de lovedrug uit Limburg. Het Colombia van de xtc, mijmert de voice-over verder, met als spin in het drugsweb Ferry Bouman en zijn vriendenbende van camping Zonnedauw.

Undercover maakt niet duidelijk of Tom Waes een slechte agent speelt of gewoon een slechte acteur is.

De Chinees met de ketting aan zijn been is een spijtig geval van collateral damage. In een hangar, niet eens verscholen in het bronsgroene eikenhout, buigen twee heren zich boven een borrelend vat vol chemisch spul, het voorbereidende werk op de volgende levering pillen. Als de ene naar rechts wil, sleurt hij de andere mee, want ze zijn aan elkaar vastgeketend. Maar hun verlangens en bewegingen zijn zelden gecoördineerd. Ze krijgen ruzie over de laatste frikandel die ze ter plaatse bakten in een kleine frietketel. De ene pakt een mes en steekt de andere neer, waarop hij met de ketting aan zijn been door de weide uit beeld verdwijnt.

Interessant, denk je dan, een serie met een licht aangebrand gevoel voor humor. Een serie ook met vaart, want die camera vliegt over dat Limburgse land met een snelheid waarvoor de streek rond de Maas meestal niet bekend staat.

De clou van deze politiereeks is dat het net rond de bende van Ferry gesloten moet worden, het liefst snel en efficiënt. Dus gaan de bevoegde diensten over tot een undercoveroperatie om informatie te winnen. Enter de hoofdpersonages: Bob Lemmens (Tom Waes) en Kim De Rooij (Anna Drijver), twee undercoveragenten die de caravan tegenover de tot een kleine villa omgebouwde woonwagen van Ferry en zijn vrouw Danielle zullen betrekken.

De communicatie tussen Bob en Kim zit even goed als die tussen de twee Chinese drugsbrouwers. Als Bob naar rechts wil, gaat Kim naar links en voorts praten ze vooral niet met elkaar. Wat niet echt helpt als je undercover naast een drugsbaron woont.

Ik weet niet hoe het normaal loopt bij undercoveroperaties, maar het is moeilijk te geloven dat alles zo knullig georganiseerd wordt als in Undercover getoond wordt. Dat zou grappig zijn mocht het de bedoeling zijn, maar Undercover wordt wel degelijk aan de man gebracht als een ernstig politiedrama. Bob ontmoet Kim luttele uren voor hij zich met haar in die krappe caravan moet wurmen en het overleg tussen beiden beperkt zich tot Bob die bij het eten van een croque monsieur Kim erop wijst dat zij vooral naar hem moet luisteren.

Je zou verwachten dat ze zich wat ingewerkt hebben in de mensen die ze moeten observeren, maar nee, Bob en Kim zijn blijkbaar aanhangers van het systeem van het grote toeval. Ze rijden naar de camping en hebben voor de rest niet echt een plan. Daarbij helpt het niet dat Waes speelt als de man die hij altijd en overal is: een beetje opgefokt en goed voorzien van testosteron. Als undercoveragent gaat hij roemloos de mist in, al is het niet duidelijk of hij een slechte undercoveragent speelt of gewoon een slechte acteur is.

Dat acteurs nochtans het verschil kunnen maken tussen een matige reeks met een matig scenario en een geweldige reeks met een matig scenario, bewijst Benny Claessens in de luttele vijf minuten die hij op zijn scootmobiel in beeld doorbrengt. Terwijl hij zijn bemoeizieke buurvrouw de huid volscheldt, toont hij met zalvende stem de hoeken en kanten van de caravan van wijlen zijn moeder. Bob en Kim staan erbij en kijken ernaar alsof niet zij de hoofdpersonages van deze politiereeks zijn. Alsof ze ook maar per toeval in deze serie beland zijn. Alsof ze undercover zijn in hun eigen verhaal.

** Zondag 24/2, 21.00, Eén