Raar maar waar: Albert Uderzo werd geboren met twaalf vingers en is bijna volledig kleurenblind. Zijn twee extra vingers werden verwijderd toen hij nog een kind was, maar zijn kleurenblindheid nam in de loop der jaren alleen maar toe. 'In het begin verzweeg ik het voor René, maar zulke dingen kan je natuurlijk niet verborgen houden. Hij kwam erachter toen ik op een keer een groen paard getekend had.' Albert Uderzo had een oudere broer met dezelfde naam, die dood geboren werd. Biografen suggereren graag dat hij besloot onsterfelijk te worden nadat hij diens grafsteen had gezien, maar zélf laat Uderzo liever uitschijnen dat zijn twaalf vingers hem voorbestemden tot het beroep van striptekenaar. 'Voor een kind lijkt het monsterachtig, twaalf vingers, maar ik vond troost in de strips van Walt Disney. Mickey Mouse had maar acht vingers...

Raar maar waar: Albert Uderzo werd geboren met twaalf vingers en is bijna volledig kleurenblind. Zijn twee extra vingers werden verwijderd toen hij nog een kind was, maar zijn kleurenblindheid nam in de loop der jaren alleen maar toe. 'In het begin verzweeg ik het voor René, maar zulke dingen kan je natuurlijk niet verborgen houden. Hij kwam erachter toen ik op een keer een groen paard getekend had.' Albert Uderzo had een oudere broer met dezelfde naam, die dood geboren werd. Biografen suggereren graag dat hij besloot onsterfelijk te worden nadat hij diens grafsteen had gezien, maar zélf laat Uderzo liever uitschijnen dat zijn twaalf vingers hem voorbestemden tot het beroep van striptekenaar. 'Voor een kind lijkt het monsterachtig, twaalf vingers, maar ik vond troost in de strips van Walt Disney. Mickey Mouse had maar acht vingers, dus mocht ik er best twaalf hebben.' René Goscinny, de Shakespeare van de strips, overleed kort nadat hij de laatste hand had gelegd aan het scenario voor Astérix chez les Belges - 'a project that would send anyone to his doom', zoals een cynische Britse journalist nadien schreef. Absurd genoeg stierf Goscinny aan een hartinfarct terwijl hij op een hometrainer tests aflegde voor een cardiologisch onderzoek. Zijn dokter was even een luchtje gaan scheppen en de reanimatie-apparatuur liet het afweten. Na zijn begrafenis schreef één Franse krant dat het voelde 'alsof de Eiffeltoren was ingestort'. Behalve Asterix bedacht René Goscinny nog meer dan 1200 (!) andere strippersonages, waaronder Le Petit Nicolas en de broertjes Dalton uit Lucky Luke. 'Mijn lievelingspersonages zijn stuk voor stuk randdebielen. Ik hou van hun naïviteit en van hun komisch potentieel, maar vooral van het feit dat ze ons zoveel over onszelf kunnen leren.' Goscinny leerde de stiel bij Harvey Kurtzman van het roemruchte stripmagazine Mad en solliciteerde ooit tevergeefs bij Walt Disney, maar kende vreemd genoeg geen woord Latijn. 'Alle Latijnse citaten voor Asterix haalde ik uit les pages roses van LePetit Larousse. Af en toe schreven geleerde professoren me dat ik fouten had gemaakt, en dan antwoordde ik altijd: 'Verschoning, maar het is niet mijn fout. Voor klachten moet je bij Meneer Larousse zijn.'' Exegeten hebben jarenlang gedacht dat het wereldberoemde dorp van Asterix en Obelix geïnspireerd was op het Bretoense gehucht Les Villages, waar Uderzo verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog. In werkelijkheid liet de tekenaar zich inspireren door het vissersdorpje Erquy in Bretagne, dat zich sinds een vijftal jaar officieel 'de geboorteplaats van Asterix mag noemen'. Op de tekening van het Gallische dorp, vooraan in elk album van Asterix, zijn vlak aan de kustlijn drie rotsen te zien. Een knipoog naar drie kleine eilandjes die te zien zijn vanop de Cap d'Erquy, aan de Côtes d'Armor. De onoverwinnelijke Galliërs uit Asterix waren oorspronkelijk... indianen. Voor het Belgische stripblad Kuifje maakten Uderzo en Goscinny een tijdlang een strip over de rebelse indianenchef Oumpah-Pah. De reeks flopte, terwijl ze nochtans alle ingrediënten van Asterix bevatte: een toverdrankje, grappen en grollen over nationale stereotiepen en verzet tegen een vreemde onderdrukker - in dit geval: de Europese kolonisten in Noord-Amerika. De namen Asterix en Obelix verwijzen allebei naar een typografisch teken. Asterix is zoals gekend een verbastering van astérisque oftewel '*', een teken dat gebruikt wordt om een voetnoot aan te geven (in dit geval: een voetnoot in De Bello Gallico van Julius Caesar). Obelix verwijst naar de obèle oftewel '=', dat in oude manuscripten werd gebruikt om aan te geven dat er twijfel was over een passage. Het is gekend dat Uderzo en Goscinny lang twijfelden om Obelix een rol te geven in de strip. Uiteindelijk maakten ze er een idiot savant van. Toen de eerste Franse satelliet op 26 november 1965 de ruimte werd ingeschoten, beging René Goscinny een blunder van formaat. De satelliet heette officieel 'A1', maar had van ruimtevaartdeskundigen het koosnaampje 'Astérix' gekregen. Goscinny bedankte minister van Ruimtevaart Alain Peyfritte voor het eerbetoon, maar die wist van niks en riep de ruimtevaartdeskundigen achteraf op het matje. 'De ruimte is een veel te serieuze plaats voor striphelden', schreef hij in een communiqué - later zouden de Verenigde Staten nochtans ook de satellieten Charlie Brown en Snoopy lanceren.