Postapocalyptische film

Neen, postapocalyptische films zijn geen sequels op Apocalypse Now of bedrijfsvideo's van de Fortisgroep. Het gaat wel om sciencefictionfilms die zich afspelen in een wereld die door een plaag, atoombom of andere grote ramp werd vernietigd. Het genre werd populair kort na de Tweede Wereldoorlog - toen de Koude Oorlog-koorts en de angst voor een nucleaire holocaust hun piek kenden - en is sinds de millenniumwende aan een revival toe, zij het dan geënt op eigentijdse angsten en problemen zoals de terreurpsychose sinds 9/11, de dreigende teloorgang van het leefmilieu of de vrees voor nieuwe pandemieën.

Anders gezegd: de flippende robotten, fascis-toïde marsmannetjes en andere hoogtechnologische toekomstvisioenen van weleer ruimen in de dystopische cinema van vandaag alsmaar vaker plaats voor doemscenario's in het hier en nu. Vergeet voorlopig de futuristische architectuur uit Metropolis, de elegisch in beeld gezette ruimteschepen uit Alien of de gestileerde cybermagie van Akira. Vandaag jagen cineasten hun publiek de stuipen op het lijf met 'realistische' horror die op de actualiteit inspeelt en met de huidige handbewogen digitale media wordt geregistreerd, zoals in de virale zombiethriller 28 Days Later, de pandemische parabel Children of Men of de schokkerige terreurtrip Cloverfield.

Zijn die titels te bekend, recent en evident om door Off screen op de affiche te worden gezet, dan komen liefhebbers van doemfilms ruimschoots aan hun trekken met een uitgekiende mix van cultklassiekers en guilty pleasures. De bekendste, in gloednieuwe 35 mm-print gepresenteerde prent is Mad Max (George Miller, 1979), een woeste roadmovie door de Australische outback met Mel Gibson als de wraakzuchtige politieman op het spoor van een bende wegpiraten. Een andere aanrader uit min of meer dezelfde pre-glasnostperiode is de nog altijd beangstigende, zij het enigszins gedateerde tv-film Threads, een BBC-docudrama van Mick Jackson over een nucleaire holocaust door de ogen van enkele workingclassfamilies uit Sheffield.

Ondanks de sfeer van latente dreiging en fatalisme waarin de meeste postapocalyptische films zich welwillig wentelen, hoeft de uitkomst echter niet altijd kommer en kwel te zijn. Zo kunt u in The New Barbarians (Enzo G. Castellari, 1982) - een uitzinnige Italiaanse Z-variant op Mad Max - lekker meerazen met de moordzuchtige en idioot gecoiffeerde motorbende De Tempeliers, terwijl in de survivalfabel A Boy and His Dog (L.Q. Jones, 1975) wordt ingezoomd op post-nucleair Amerika, een telepathische hond en zijn naar seks en voedsel speurende baasje dat verdacht veel van de jonge Don Johnson wegheeft. Come Armageddon, Come!

William Castle hommage

U bent die gloednieuwe digitale 3D-effecten - met hun gladde look en charmeloze perfectie - nu alweer hartsgrondig beu? Laat u dan opnieuw uit uw stoel blazen door de heerlijke oldschooltrukendoos van gimmickkoning William Castle (1914-1977), aan wie Off screen en Cinematek een hommage met alles erop en eraan brengen. Schrik dus niet - of juist wel - als er tijdens de voorstelling plots een skelet boven uw hoofd komt zweven, uw bioscoopzetel aan het sidderen slaat, of u zowaar échte spoken begint te zien.

De cultkoning liet in 1958 - nadat hij als studiohuurling een reeks B-films had geregisseerd - voor het eerst écht van zich spreken met Macabre. Niet om zijn briljante regie, wel om zijn uitgekiende promocampagne. Om publiek te lokken, had Castle bij het Londense verzekeringskantoor Lloyd's een polis afgesloten die elke toeschouwer een premie van 1000 dollar beloofde mocht hij het tijdens de voorstelling - waarbij ook verschillende 'verpleegsters' aanwezig waren - letterlijk van de angst besterven.

'Betreden op eigen risico', luidde het devies van de als William Schloss geboren schlockmeister die zich vooral in het slijten van zijn onafhankelijk geproduceerde sensatiespektakels een meester toonde. U kunt dat op 6 maart tijdens de InterActive Night in Cinema Nova, waar The Tingler (1959) staat geprogrammeerd, een huiverfestijn over een worm die zich in ruggengraten bevindt en waarbij verschillende stoelen u gegarandeerd een schokeffect zullen geven.

Het lukt ook vanaf 13 maart in Cinematek. Hoewel zijn doorbraak Macabre ontbreekt, worden daar zes van zijn bekendste films vertoond. Er is House on Haunted Hill (1958), een spookhuisthriller met Vincent Price in ' emergo', een term die blijkbaar sloeg op een opblaasbaar geraamte dat door de zaal zweefde. En er is 13 Ghosts (1960), een parodie op het spookhuisgenre waarin je dankzij de ' illusion-O'-brilletjes met rode en blauwe cellofaan ofwel écht spoken zag, ofwel die compleet negeerde door je ene oog dicht te knijpen als de suspense je te veel werd.

Angsthazen kregen tijdens de voorstelling van de huiverfilm Homocidal (1960) - ook op het Cinematekmenu - van Castle zelfs de kans om gebruik te maken van een 45-seconden durende ' fright break' of angstpauze. Op die manier konden ze nog voor de climax de zaal verlaten en hun geld terugvragen, al dienden ze daarna in deCoward's Corner wel een bloeddrukcontrole te ondergaan en een certificaat te ondertekenen waarop zegetuigden 'bonafide lafaards' te zijn.

Giallo

Naar aanleiding van het concert van Calibro 35, een Milanees kwartet dat exploitation-soundtracks brengt, biedt Offscreen een bonte selectie aan Italiaanse genrefilms uit de jaren 60 en 70. De focus ligt daarbij op de zogeheten ' giallo', een koosnaampje voor een typisch Italiaans subgenre van vaak gewelddadige, bovennatuurlijke en barokke thrillers waarmee regisseurs als Mario Bava, Lucio Fulci en Dario Argento stevig het mes wisten te zetten in de toen heersende normen van fatsoen en goede smaak.

De naam - die letterlijk 'geel' betekent - verwijst naar de gele kaften van de nochtans vrij conventionele pulp-misdaadromannetjes waarop de giallo's aanvankelijk waren gebaseerd, al voegden de meeste genre-maestro's daar vanaf de late jaren 60 een eigen mix van hitchcockiaanse psychohorror, gratuite seks, weelderige bloedballetten en modernistische filmtechnieken aan toe. Denk bij de archetypische giallo aan een ingewikkelde misdaadthriller waarin de mysterieuze plot amper ter zake doet en een gemaskerde killer met zwarte leren handschoenen aan zijn mes wellustig in wulps naakt vrouwenvlees plant én aan een hypergestileerde cameravoering vol uitgekiende beeldcomposities.

Zijn de bekendste titels Blood and Black Lace (1964) van Mario Bava, The Cat o' Nine Tails (1971) en Tenebrae (1982) van Dario Argento of The New York Ripper (1985) van Lucio Fulci, dan opteert Offscreen voor een eigenzinnigere keuze met enkele zelden vertoonde schatten uit de kerkers van de giallo.

Op het menu staat onder meer The Strange Vice of Mrs. Wardh (Sergio Martino, 1971) waarin de diplomatenvrouw Edwige Fenech - de allesbehalve naaktschuwe giallo-muze bij uitstek - wordt achtervolgd door een seks-maniak die zijn scheermes liefst op oneigenlijke wijze gebruikt. Nog meer bloedig bloot vind je in Autopsy (Armando Crispino, 1975) waarin Mimsy Farmer als pathologe met nare visioenen vol levende doden af te rekenen krijgt, terwijl Rome ondertussen in de ban blijkt van een occulte plaag van gruwelijke zelfmoorden.

Wie liever de surreële giallo-toer opgaat, komt aan zijn morbide trekken met het bizarre, van een sciencefiction subplot voorziene Footprints on the Moon (Luigi Bazzoni, 1975), al kunnen meer melomane zielen zich ook tevredenstellen met het bovenvermelde liveconcert op vrijdag 13 maart - wanneer anders? - van het cultcombo Calibro 35. Wees echter gewaarschuwd: ook hun funky mix van klassieke en obscure exploitation-thema's zal worden opgefleurd met in namaakbloed gedrenkte en door blote madammen bevolkte visuals en fragmenten.

Interactieve cinema

Staat cinema voor u synoniem met in een knusse fauteuil lekker lui achteroverzakken? Dan is de InterActive Night op vrijdag 6 maart geen optie, aangezien bij dat programma een actieve publieksparticipatie wordt verwacht. Het interactieve cultfestijn begint met Mr. Sardonicus (1960) van voornoemde gimmickmeester William Castle, een hommage aan de gothic horror uit de jaren 30, waarbij het publiek via een poll zelf mag bepalen of het titelpersonage levend de aftiteling haalt.

Daarna is er de Movie Gimmicks-selectie die werd bijeengescharreld uit de persoonlijke collectie van B-filmconnoisseur Jack Stevenson. Die brengt onder meer het demonstratiefilmpje Psychorama uit 1959 over subliminale manipulatietechnieken mee, alsook enkele William Castle-trailers en het veelbelovend klinkende Orgy, een draaiboek voor seksbioscopen. Verder kunt u de experimentele performance Cause and Effect bekijken - of ondergaan: een show met korte films die nieuwe manieren onderzoekt om door middel van interactieve modaliteiten filmische inhoud door te geven. De avond wordt om middernacht met Castles cultklassieker The Tingler afgesloten, waarvoor dus verschillende zetels met de zinnenprikkelende perfecto-gimmick uitgerust zullen zijn.

Belooft die InterActive Night vooral een jolige bedoening te worden, dan offreert Offscreen u daarnaast ook een ernstiger en historisch omkaderde reflectie op het fenomeen 'interactieve cinema', onder meer via een symposium met lezingen en debatten. Tenslotte was film een van de eerste media om met publieksparticipatie te experimenteren, terwijl sinds de digitale revolutie van de voorbije jaren verschillende films exclusief voor interactief gebruik op dvd, pc of internet werden ontworpen. Bovendien bieden Offscreen en Bozar Cinema u ook een unieke gelegenheid om kennis te maken met Kinoautomat, 's werelds allereerste interactieve filmervaring uit het voormalige Tsjecho-Slowakije die op de wereldtentoonstelling van 1967 in Montréal in première ging en sinds 1974 niet meer publiekelijk werd vertoond. Door middel van stemknopjes geeft de recent gerestaureerde en toegankelijk gemaakte Kino-automat het publiek de kans om het verloop van de zwart-witkomedie One Man and His House zelf te bepalen. Hopelijk brengt het Michael Bay op ideeën en zijn we na een kwartier alweer van Transformers 2 verlost.

Offscreen Filmfestival

5-22/3, Bozar - Cinematek - Nova, Brussel

Info: offscreen.be

Door Dave Mestdach