Er zit altijd rommel rond mijn hoofd. Ideeën, plannen, intenties. Dingen om snel te vergeten, dingen om niet te vergeten, dingen die ik nog moet doen. Vandaar To Do, een verzameling van tekeningen, schetsen en illustraties rond een alternatief te doen-lijstje: verloren lopen, de werkende klasse bestuderen of mysterieus dansen. Poëtisch vage intenties, zeg maar, waarbij je je wel iets kan voorstellen.
...

Er zit altijd rommel rond mijn hoofd. Ideeën, plannen, intenties. Dingen om snel te vergeten, dingen om niet te vergeten, dingen die ik nog moet doen. Vandaar To Do, een verzameling van tekeningen, schetsen en illustraties rond een alternatief te doen-lijstje: verloren lopen, de werkende klasse bestuderen of mysterieus dansen. Poëtisch vage intenties, zeg maar, waarbij je je wel iets kan voorstellen. Ik begeef me voortdurend in het onzekere, gesymboliseerd door het ventje in het rode hoofd links. De helft van de tijd dat ik iets maak, weet ik niet goed waarmee ik bezig ben. Ik ben gewoon aan het prutsen. Ik heb vaagweg wel een idee van waar ik heen wil, maar er is geen helder gestructureerd plan om me daarbij te helpen. Enerzijds is dat lastig, maar langs de andere kant hoort dat ook gewoon bij mijn baan: daar te gaan waar ik nog niet geweest ben. Als ik zou weten waarmee ik bezig was, zou ik het niet lang kunnen volhouden. Ik hoor vaak vervelende stemmetjes in mijn hoofd. Vandaar die salamanders linksboven. Vervelende beesten die in mijn oor kruipen en dingen fluisteren die me onzeker maken: 'Wat voor een prutser ben jij?' 'Wat heb je je nu weer in je hoofd gehaald?' Gedachten waarvan je niet weet hoe je ervan af geraakt. Ben ik een twijfelaar? Euhm... (Aarzelt lang) Dat klinkt zo negatief. Ik kan gewoon niet zo geweldig goed kiezen - ik ben graag met verschillende dingen tegelijk bezig. Ik denk dat ik veeleer een chaoot ben. Anderzijds: de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als alle knopen al op voorhand waren doorgehakt, zou er geen chaos zijn. Ik teken graag pijpjes. Het is zo'n archetypisch symbool van huiselijkheid. Ik heb het ooit een maand zelf geprobeerd, pijproken, maar het stinkt zo vreselijk hard dat het niet vol te houden was. Plus: ik teken heel graag wolkjes, dus een pijp is het perfecte excuus om me op dat vlak helemaal uit te leven. Ik ben wel een huiselijk iemand, ja. Als tekenaar zit ik bijzonder veel in mijn atelier - lees: mijn huis - het cliché van de eenzame tekenaar te vertegenwoordigen. Ik reis ook niet graag. Ik ben even gelukkig in mijn hokje hier als in een ver land. Ik moet niet per se naar het buitenland. Mijn huiselijke ideaalbeeld? Mezelf als bezadigde overgrootvader, die op zijn rieten zetel bekleed met een schapenvel vanuit het portaal voor zijn huis zijn nageslacht overziet. Verre toekomst, maar het beeld zit al vrij helder in mijn hoofd. Weet je, ik reken erop dat ik aan het eind van de rit tevreden zal kunnen terugkijken. Die bezadigdheid, voldaan te zijn: daar droom ik wel van. GEERT ZAGERS