Jack Finney 'The Body Snatchers' (1954)

Je valt in slaap en de dag erop blijk je een gevoelloze, vegetatieve kopie van jezelf die willoos in de massa opgaat. Dat is de creepy, psychoseksuele premisse waarop Jack Finney in 1954 zijn roman The Body Snatchers baseerde, oorspronkelijk gepubliceerd als serial in het tijdschrift Collier's. Ab initio ging het dan ook meer om een oefening in psychohorror dan om politiek gelardeerde, H.G. Wells-achtige sciencefiction, hoewel het concept van buitenaardse wezens die als peulen op aarde landen, mensen kopiëren tijdens hun slaap en aldus een stille invasie plegen, zich natuurlijk perfect leende voor een politieke allegorie. Toch zou Finney, wiens verhaal tot nu toe al vier keer werd verfilmd, die politieke interpretaties altijd afdoen als 'kostelijk amusement'. Met een dreigende sovjetinvasie of de communistenjacht van senator McCarthy - de populairste theorieën over de metaforische betekenis van zijn verhaal - had zijn fiftiesroman niets te maken, zo beweerde hij, maar wel met primaire angsten zoals beschreven bij het syndroom van Capgras, een waanbeeld waarbij de patiënt gelooft dat al zijn vrienden en familieleden door sinistere dubbelgangers zijn vervangen. Toch klinkt Finneys uitleg weinig geloofwaardig. Geen Amerikaan immers die anno 1954 - in volle Koude Oorlog, toen de media werden beheerst door verhalen over geheime sovjetnetwerken en brainwashing door communisten - niet aan die rode koorts zou hebben gedacht. En wanneer Finney, die zijn eerste versie laat eindigen met een happy end en een overwinning van het FBI, zelfs Winston Churchill citeert ( 'we shall fight them in the streets') lijkt hij wel degelijk politiek kleur te bekennen. Bovendien laten Finneys collectivistische peulmensen het oer-Amerikaanse slaapdorpje Sant...

Je valt in slaap en de dag erop blijk je een gevoelloze, vegetatieve kopie van jezelf die willoos in de massa opgaat. Dat is de creepy, psychoseksuele premisse waarop Jack Finney in 1954 zijn roman The Body Snatchers baseerde, oorspronkelijk gepubliceerd als serial in het tijdschrift Collier's. Ab initio ging het dan ook meer om een oefening in psychohorror dan om politiek gelardeerde, H.G. Wells-achtige sciencefiction, hoewel het concept van buitenaardse wezens die als peulen op aarde landen, mensen kopiëren tijdens hun slaap en aldus een stille invasie plegen, zich natuurlijk perfect leende voor een politieke allegorie. Toch zou Finney, wiens verhaal tot nu toe al vier keer werd verfilmd, die politieke interpretaties altijd afdoen als 'kostelijk amusement'. Met een dreigende sovjetinvasie of de communistenjacht van senator McCarthy - de populairste theorieën over de metaforische betekenis van zijn verhaal - had zijn fiftiesroman niets te maken, zo beweerde hij, maar wel met primaire angsten zoals beschreven bij het syndroom van Capgras, een waanbeeld waarbij de patiënt gelooft dat al zijn vrienden en familieleden door sinistere dubbelgangers zijn vervangen. Toch klinkt Finneys uitleg weinig geloofwaardig. Geen Amerikaan immers die anno 1954 - in volle Koude Oorlog, toen de media werden beheerst door verhalen over geheime sovjetnetwerken en brainwashing door communisten - niet aan die rode koorts zou hebben gedacht. En wanneer Finney, die zijn eerste versie laat eindigen met een happy end en een overwinning van het FBI, zelfs Winston Churchill citeert ( 'we shall fight them in the streets') lijkt hij wel degelijk politiek kleur te bekennen. Bovendien laten Finneys collectivistische peulmensen het oer-Amerikaanse slaapdorpje Santa Mira, Californië, achter als een doodse, kleurloze woonkazerne, waarin geen plaats meer is voor 'kapitalistische' symbolen als Coca-Cola. 'And lately', zo voegt een mistevreden personage eraan toe, 'this place has been out of coffee altogether'. Hoezo niet politiek? Bijna meteen na de publicatie van Finneys roman werd het rijke cinematografische potentieel - je had geen dure special effects nodig om toch een grootse, apocalyptische invasie te evoceren - opgemerkt door producer Walter Wanger, een 'Hollywood liberal', die er onmiddellijk noir-schrijver Daniel Mainwaring en regisseur Don Siegel ( Dirty Harry) bijhaalde. Het resultaat - een ijzersterke B-film, gesitueerd in een afgezonderd woestijnstadje - staat nog altijd te boek als een van de beste en engste sciencefictionfilms ooit, al blijft de paranoïde communistenfabel die ze ervan gemaakt hebben tot op de dag van vandaag achtervolgd door een hardnekkig misverstand. Veel critici lezen de invasie van de peulmensen hier immers als een rechts geïnspireerde Hollywoodwaarschuwing voor de Sovjets en als een openlijke metafoor voor communistische brainwashing, hoewel Mainwaring overtuigd links was en talloze vrienden 'geblacklist' zag. Bovendien konden ook Don Siegel en Sam Peckinpah, die als ghostwriter het scenario grotendeels naar zijn hand zou hebben gezet, bezwaarlijk volgzame conformisten worden genoemd. De eindoverwinning van het Amerikaanse gezag is in Siegels invloedrijke en vaak gekloonde scifi-drama over een 'epidemie van massahysterie' dan ook lang niet zo evident als bij Finney. Daardoor heeft de film zelfs meer weg van serieuze, existentieel beladen film noir dan van propagandistische sciencefictionpulp, met een benepen stadje dat wel een miniatuurpolitiestaat lijkt, flikken die zich als fascisten gedragen, telefoons die als afluisterapparatuur dienen en tal van andere indicaties dat Heartland America hier door de peulachtige powers that be - FBI-chef J. Edgar Hoover en communistenjager McCarthy met hun motto 'better dead than red' - door een kwaadaardige kopie werd vervangen, waarin elke vorm van individualisme als verdacht en subversief wordt aangezien. In wat filmorakel Pauline Kael terecht een moderne klassieker noemde, voegt regisseur Philip Kaufman ( The Right Stuff, The Unbearable Lightness of Being) een nieuw ingrediënt toe aan de beproefde mix van peulenparanoïa, suggestieve suspense, sciencefiction en politiek: ironie! Niet alleen brengt Kaufman een letterlijke invulling van het remake-concept - de film is een kopie zoals de peulen from outer space mensen kopiëren - hij voegt er ook een flinke scheut contemporaine satire aan toe, waarin vooral de newagehype en 'psycho babbel' ( 'don't be trapped by old concepts. You're evolving into a new life form') van de hippiegeneratie eraan moeten geloven. Niet toevallig transponeren Kaufman en scenarist W.D. Richter het verhaal hier dan ook naar de grootstedelijke jungle van San Francisco, van oudsher de bakermat voor beatniks, peaceniks en al wat naar non-conformisme neigt. De peulen hier zijn emotieloze newagediscipelen, met Leonard 'Mister Spock' Nimoy als psychiater en goeroe, die in het geheim samenkomen op akelig lege pleinen en daarbij lange, dreigende schaduwen werpen zoals in de schilderijen van De Chirico. Ondanks zijn beklemmende sfeer en ijzingwekkende twist op het einde lijkt de film op een perverse manier toch ook te sympathiseren met de 'buitenaardse' vijanden en hun 'hallucinogene koorts'. De Churchill-citerende, oer-Amerikaanse helden uit de Siegel-versie blijken immers bruusk vervangen door zelfbewuste, goed verdienende ex-hippies en middenklassers - met Donald Sutherland als de rokkenjagende voedselinspecteur. Ze hebben de vernederingen van Vietnam en Watergate weliswaar nog peulvers in het geheugen liggen, maar trachten die onder een verdovende dosis egocentrisme, cynisme en materialisme weg te moffelen. De invasie wordt een spiegel voor 'the Age of Aquarius' en die van Richard Nixon. De derde remake is deze onderschatte, door duurdere special effects opgepimpte genre-oefening, waarin sleaze-auteur Abel Ferrara (vooral bekend van grootstedelijke parabels als King of New York en Bad Lieutenant) naast zijn politieke ook zijn persoonlijke besognes reflecteert. Zo wordt de buitenaardse invasie hier met een Amerikaanse legerbasis in Alabama als plek van besmetting niet alleen gesitueerd tegen de militaire achtergrond van de eerste Golfoorlog, maar voegt Ferrara er ook zijn seksuele obsessies, katholieke schuldcomplexen en onuitroeibare macho-ethos aan toe. Geen wonder dat het peulenvirus hier veel wegheeft van de aidsepidemie - 'Aids is vandaag honderd keer gevaarlijker dan communisme in de jaren vijftig', zo liet Ferrara optekenen - al wordt zijn allegorie nooit concreet en kan deze geflopte studiofilm evengoed gelezen worden als een waarschuwing tegen conformisme, chemische wapens en de ontwrichting van het traditionele gezin. Zo laat Ferrara de ontmenselijking door het militaire apparaat - door hun uniformen en driloefeningen vallen échte soldaten sowieso moeilijk van gekloonde te onderscheiden - alvast doelbewust botsen op de conflicten binnen een ontrafelend gezin, met een vader die als onderzoeker in de geïnfecteerde kazerne belandt, een moeder die letterlijk zichzelf niet meer is én een angstig tienermeisje door wier ogen de paranoïde gebeurtenissen worden gevolgd. De groezelige special effects - met de realistische transformatie van peul tot menselijke replica - krijg je er gratis bovenop. Wisten de vorige films telkens de angsten, obsessies en malaises van hun tijd op allegorische en beklemmende manier te verpakken, dan is deze in Amerika alvast spectaculair geflopte re-re-re-remake zonder twijfel de tamste en domste versie ooit. Verder dan een transpositie naar Washington D.C. - met het Witte Huis van überpeulmens George Dubya loerend op de achtergrond - en wat simplistisch gewauwel over Irak en de oorlogszuchtige natuur van de mens, durven de makers deze keer niet te gaan. En dat terwijl de échte invasies en paranoïde topics (neo-cons, terreur, de Patriot Act) anno 2007 zomaar peulgewijs voor het assimileren liggen. Dat machomogul Joel Silver - grootleverancier van conservatief vermaak - in de producentenstoel zit, is dan ook niet toevallig. En met dure A-Listers als Nicole Kidman en Daniel Craig als het bevriende duo wetenschappers dat de peulenplaag moet stoppen, waren de ogen duidelijk meer gericht op de boxoffice dan op de hemel, vanwaaruit weer eens buitenaardse sporen blijken neer te dwarrelen. Bovendien ging deze emotieloze kloon - waarin de peulen zich niet langer op vegetatieve manier verspreiden, maar plots ( wekid you not) aan projectielbraken doen! - nog voor de release ten onder. Het scenario werd te elfder ure door de broertjes Wachovski herschreven, en studiohuurling Oliver Hirschbiegel (die met Der Untergang nochtans bewezen had met historisch beladen paranoia overweg te kunnen) werd na enkele desastreuze testscreenings vervangen door V for Vendetta-regisseur James McTeague, die naar verluidt alle actiescènes, en dat zijn er dit keer nogal wat, nog eens dunnetjes overdeed. Een ongewilde travestie dus, waarin, net als in de gemiddelde peulmens, geen spoortje emotie of persoonlijkheid te lezen valt. Dave Mestdach