Voor ons passeerde de Malinese nachtegaal Nahawa Doumbia (61) pas de grens tussen van horen zeggen en van horen zingen nadat Bert Dockx een veertiental maand geleden haar La g...

Voor ons passeerde de Malinese nachtegaal Nahawa Doumbia (61) pas de grens tussen van horen zeggen en van horen zingen nadat Bert Dockx een veertiental maand geleden haar La grande cantatrice Malinienne, Vol 3 (1982) als zijn favoriete plaat aller tijden markeerde. Er bleek veel te ontdekken in het dartele, dansbare en vaak hypnotiserende oeuvre van deze populaire, geëngageerde zangeres. Die verrijking zet zich door op een nieuwe plaat, waarvoor Doumbia een band samenfloot die zowel met traditionele instrumenten zoals ngoni en karignan uit de voeten kan als met gitaren en elektrische bas. Zo wervelt het gezelschap langsheen het opzwepende Didadi, in sierlijke gitaarkrullen gerolde Kanawa en weemoedige Adjorobena. Verkwikkende muziek, voor een dubbel effect te nuttigen bij een sterke bouillon.