IL LEONE D'ORO

Met comebackverhalen scoor je niet alleen op het witte doek: ook in het festivalcircuit staan ze altijd garant voor trillende onderlippen en vochtige ogen. Dat laatste heeft ongetwijfeld meegespeeld toen juryvoorzitter Michael Mann de Gouden Leeuw verrassend overhandigde aan Kim Ki-duk voor diens wraakparabel Pieta, die zeker niet bij iedereen hoog in de pronostiek stond. Drie jaar geleden zat de Zuid-Koreaanse regisseur, scenarist, producent, monteur en manusje-van-alles nog weg te kwijnen in een psychiatrische instelling - na privéproblemen en enkele flops was het hem te veel geworden. Met zijn zwijgzame outsiders, louterend geweld en religieuze symboliek sluit Pieta alvast naadloos aan bij Kims vroegere werk, zonder evenwel in de buurt te komen van The Isle, Samaritan Girl en Bin-jip - poëtische parels die hem tien jaar terug even tot Aziës regerende arthousepaus kroonden. Het door schuld en boete getekende verhaal gaat over een cynische eenzaat die beroepshalve wanbetalers verminkt, in opdracht van een maffioze kredietverlener, tot hij op zekere dag een vrouw over de vloer krijgt die beweert zijn moeder te zijn. Of haar bewering klopt of niet, laat Kim (die als gerateerde priesterstudent altijd al een religieuze obsessie heeft gehad) plagerig in het midden. Daardoor word je ook nu weer getrakteerd op een moreel dubbelzinnige trip door de marge van de Koreaanse maatschappij die in Kims grimmige maar nooit nihilistische wereldvisie een grote, door hebzucht en materialisme verziekte schroothoop is geworden. Nu maar hopen dat Comeback Kim niet weer een depressie kweekt wanneer hij te horen krijgt dat zijn bekroonde film in België -voorlopig - geen verdeler heeft.
...

Met comebackverhalen scoor je niet alleen op het witte doek: ook in het festivalcircuit staan ze altijd garant voor trillende onderlippen en vochtige ogen. Dat laatste heeft ongetwijfeld meegespeeld toen juryvoorzitter Michael Mann de Gouden Leeuw verrassend overhandigde aan Kim Ki-duk voor diens wraakparabel Pieta, die zeker niet bij iedereen hoog in de pronostiek stond. Drie jaar geleden zat de Zuid-Koreaanse regisseur, scenarist, producent, monteur en manusje-van-alles nog weg te kwijnen in een psychiatrische instelling - na privéproblemen en enkele flops was het hem te veel geworden. Met zijn zwijgzame outsiders, louterend geweld en religieuze symboliek sluit Pieta alvast naadloos aan bij Kims vroegere werk, zonder evenwel in de buurt te komen van The Isle, Samaritan Girl en Bin-jip - poëtische parels die hem tien jaar terug even tot Aziës regerende arthousepaus kroonden. Het door schuld en boete getekende verhaal gaat over een cynische eenzaat die beroepshalve wanbetalers verminkt, in opdracht van een maffioze kredietverlener, tot hij op zekere dag een vrouw over de vloer krijgt die beweert zijn moeder te zijn. Of haar bewering klopt of niet, laat Kim (die als gerateerde priesterstudent altijd al een religieuze obsessie heeft gehad) plagerig in het midden. Daardoor word je ook nu weer getrakteerd op een moreel dubbelzinnige trip door de marge van de Koreaanse maatschappij die in Kims grimmige maar nooit nihilistische wereldvisie een grote, door hebzucht en materialisme verziekte schroothoop is geworden. Nu maar hopen dat Comeback Kim niet weer een depressie kweekt wanneer hij te horen krijgt dat zijn bekroonde film in België -voorlopig - geen verdeler heeft. Als we The Hollywood Reporter mogen geloven, wilde de jury oorspronkelijk de Gouden Leeuw zowel aan Pieta als aan Paul Thomas Andersons The Master geven. Tot de organisatie haar alsnog dwong een keuze te maken. Het werd dus Pieta. De gedoodverfde favoriet en critics' darling moest zich tevredenstellen met de Zilveren Leeuw voor beste regie én de prijs voor de beste mannelijke vertolking, die blijkbaar wel gedeeld mocht worden - door Joaquin Phoenix en Philip Seymour Hoffman. Die laatste speelt in The Master, los gebaseerd op het leven van Scientologystichter L. Ron Hubbard, een charismatische goeroe die zich anno 1950 over een seks- en drankverslaafde oorlogsveteraan ontfermt, met al evenveel overgave gespeeld door Phoenix. Net als in Andersons There Will Be Blood geven manipulatie, obsessie, waanzin en begeerte aanleiding tot een vlammend psychologisch (acteer)duel, met Hoffmann als de bizarre sekteleider die Darwin, Freud en bij uitbreiding het gezond verstand uitdaagt, en Phoenix als de labiele junk die afwisselend als slaaf, experiment en verloren zoon wordt behandeld. 'Tuurlijk is het gebaseerd op Scientology', vertelde Anderson ons achteraf, hoewel de nukkige Hoffman net het tegenovergestelde beweerde - wellicht uit vrees voor de in Hollywood machtige Scientologylobby. 'Maar het is geen film over Scientology. Het gaat over geloof, liefde, lust en familie, thema's waar ook mijn films Boogie Nights, Magnolia en There Will Be Blood over gingen.' Wie wil zien, horen en voelen wat Anderson precies bedoelt, moet wachten tot 9 januari, wanneer het bedwelmende, intens geacteerde en meesterlijk geregisseerde The Master bij ons in de zalen komt. Geen geslaagd festival zonder de nodige schandaaltjes, iets waarvoor men altijd kan aankloppen bij de excentrieke Oostenrijker Ulrich Seidl. In Paradise: Faith (het tweede deel van zijn Paradise-trilogie) laat de maker van uppercuts als Hundstage en Import Export zijn licht schijnen over het thema 'geloof', met dit duister grappige docudrama over een streng gelovige vrouw die de Here Jezus dusdanig liefheeft dat ze met een kruisbeeld masturbeert. Tijdens de première werden deze en andere kinky scènes - zoals die waarin haar moslimechtgenoot een portret van de paus van de muur mikt - vooral op gegniffel en zelfs applaus onthaald, behalve dan bij de conservatieve Italiaanse media en een streng katholieke organisatie, die Seidl zowaar een proces wegens blasfemie aansmeerde. 'Uitstekend nieuws', grijnsde Seidl achteraf. 'Ik maak geen films om te choqueren, maar om waarheden te tonen en reacties uit te lokken, en met taboethema's als seks en religie zul je altijd wel een gevoelige snaar raken. De hevige reacties bewijzen dat er nood is aan openheid en dat de katholieke kerk een perverse relatie heeft met alles wat met seksualiteit te maken heeft, door een universele menselijke behoefte te beknotten, te bestraffen en zelfs te ontkennen. Hoewel ik er persoonlijk geen snars van begrijp heb ik respect voor gelovigen, tenminste, zolang ze ook respect hebben voor anderen.' Geen idee of het ooit nog peis en vree wordt tussen Seidl en Il Papa, al weerhield de controverse Michael Mann en co er niet van om Paradise: Faith alvast te bekronen met de Speciale Prijs van de Jury. Er kan tegenwoordig geen A-filmfestival meer worden georganiseerd of er doen Belgen mee, wat we uiteraard geenszins betreuren. Met La Cinquième Saison van Peter Brosens en Jessica Woodworth zat er deze keer zelfs een Vlaamse productie in de hoofdcompetitie; wat al geleden was van Harry Kümels Monsieur Hawarden, uit 1968. Gingen hun vorige langspelers Khadak en Altiplano nog over de mens die de natuur bedreigt, dan is het in La Cinquième Saison de natuur die wraak neemt op de mens. Wat begint als een poëtisch portret van een dorpsgemeenschap in de Waalse Condroz muteert gaandeweg tot een ecologische doemfabel, wanneer bomen plots omvallen, bijen sterven en de lente uitblijft. Brosens en Woodworth - die zich moesten tevredenstellen met twee nevenprijzen - waren trouwens niet de enige Belgen die zich op het Lido lieten opmerken. Frédéric Fonteyne won een prijs in de nevensectie Orrizonti voor zijn dartele gevangenisromcom Tango libre, terwijl Tom Heene positieve kritieken kreeg voor zijn regiedebuut Welcome Home, een non-lineaire blik op de kantelmomenten uit het leven van een jonge vrouw. Sire, er zijn geen kleine Belgen meer. Robert Redford, Kate Hudson, Zac Efron, Winona Ryder, James Franco, Pierce Brosnan... Ook dit jaar liep er nogal wat vleesgeworden Hollywoodglamour rond op het Lido. Toch moesten die sterren qua spontane volkshysterie allemaal de duimen leggen voor Selena Gomez, godbetert het Amerikaanse tienersterretje dat zich straks mevrouw Justin Bieber mag noemen en tijdens de Mostra de competitiefilm Spring Breakers kwam presenteren, geregisseerd door slackerprofeet Harmony 'Gummo' Korine. Honderden huilende lolita's troepten samen voor het exclusieve Excelsiorhotel en schreeuwden urenlang hun piepstemmetjes schor, in de hoop toch maar een glimp op te vangen van hun idool. Een van de slachtoffers van die oestrogeenaanval was good ole Ken Loach, de Britse veteraan die in Venetië een carrièreprijs kwam oppikken, uiteraard door geen krolse kat werd herkend en zowaar bijna vertrappeld werd toen hij toevallig naast Gomez het hotel wilde binnenstappen. Hoewel Gomez eruitziet als een onschuldig barbiepoppetje - in latinaversie weliswaar - is Spring Breakers een smeuïge portie thrashcinema vol schuddende konten, blote tieten en vette joints, al houdt Gomez wel zedig haar fluokleurige bikini aan. Bovendien bevat de film, waarin Korine gretig inzoomt op de leegte van de Amerikaanse party- en gangstacultuur, de meest uitzinnige scene van het festival. Of zou u een grijns kunnen onderdrukken wanneer u posterboy James Franco als blanke gangster met gevlochten haar, tattoos en tandenbeugel een Britney Spearsballade hoort brengen, met twee tot de tanden gewapende bikinibabes aan zijn piano. Spring Break Forever! Doorgaans zit Terrence Malick jarenlang op een film te broeden, maar amper een jaar na zijn triomftocht in Cannes met The Tree of Life kwam hij in Venetië alweer aankloppen met een nieuwe langspeler. Achteraf bekeken bleek dat geen slimme zet want To the Wonder - zo heet Malicks meditatie over de liefde - viel niet alleen buiten de prijzen, de film werd zelfs ronduit weggehoond, wat overigens niet volledig ten onrechte was. Niet dat To The Wonder - over een fout lopende relatie tussen een Amerikaanse ingenieur (Ben Affleck) en een Franse vrouw die al een kind heeft uit een eerder huwelijk (Olga Kurylenko) - geen mooie beelden bevat. Alleen lijkt het bij vlagen wel een zelfparodie, met schimmen van personages die op de voice-over hun emootsies fluisteren, dik aangezette klassieke muziek en vanuit de losse pols geschoten natuurbeelden en close-ups die hardnekkig weigeren om samen te klitten tot een dramatisch doorvoed geheel. Tijdens de persvoorstelling werd dan ook smakelijk gelachen toen Javier Bardem halverwege de film plots verscheen als priester met een geloofscrisis, al heeft de immer mediaschuwe Malick - stilaan de Big Foot van het filmwereldje - het ongetwijfeld allemaal pijnlijk ernstig bedoeld. Geen kwaad woord over 's mans seventiesmeesterwerken Badlands en Days of Heaven, maar dit liefdesgedicht zweeft helaas ergens in het niemandsland tussen kunst en kitsch, tussen een doorleefd, autobiografisch geïnspireerd mea culpa en pretentieuze, newage-achtige bullshit. Met het vertrek van festivaldirecteur Marco Müller, die na tien dienstjaren richting de concurrenten van Rome trok, vreesden velen dat het oudste filmfestival ter wereld een deel van zijn grandeur en adressenbestand zou verliezen. Niets bleek minder waar. Met meer dan zestig wereldpremières, waaronder nieuw werk van Terrence Malick, Paul Thomas Anderson, Brian De Palma, Marco Bellocchio, Robert Redford en tal van andere maestro's, was van het gevreesde 'overgangsjaar' alvast geen sprake. Dat mag op het conto geschreven worden van Alberto Barbera, de nieuwe direttore, die de functie ook al voor het Müller-tijdperk bekleedde, van 1998 tot 2002. Wel benieuwd of Barbera volgend jaar evenveel fraai volk op de been krijgt, nu het Excelsiorhotel - het enige vijfsterrenoord dat het Lido nog rijk is - voor onbepaalde tijd zijn deuren sluit en het deels overlappende A-festival van Toronto voor een alsmaar sterkere, trans-Atlantische tegenwind zorgt. DOOR DAVE MESTDACH