1 Mogen we in Leduc en Fitou de schrijvers Henri-Floris Jespers en Luc Boudens zien?
...

1 Mogen we in Leduc en Fitou de schrijvers Henri-Floris Jespers en Luc Boudens zien? Luc Boudens: Ik ontmoette Henri in de jaren tachtig. We waren twee handen op een buik en trokken vaak samen op, waarbij ik Fitou was, genoemd naar de wijn, en hij Leduc, mijn zogezegde chauffeur. Tijdens een mindere periode in mijn leven ben ik gaan inwonen bij Henri, in het huis waar zijn grootvader, de schilder Floris Jespers, lang had gewerkt en gewoond. Het was een fantastische tijd. Alles wat we deden, was doordrongen van literatuur en beeldende kunst. We beleefden avonturen in Knokke en Parijs, precies zoals ik ze in het boek beschrijf. Ik vind inspiratie iets raars en schrijf alleen over mijn eigen leven. Geen verhaaltjes dus, maar wel hét verhaal, want dat van Jantje en Mieke vind ik niet relevant. Het nadeel is dat je moet wachten tot er iets gebeurt, maar in de tijd met Henri gebeurde er om de haverklap wel iets. 2 Is je boek een ode aan Henri-Floris Jespers, en aan een levensstijl vol onthechting en je-m'en-foutisme? Boudens: En een afscheid van de geliefde aan wie Fitou een brief schrijft. Ik hoop dat de roman een elegant adieu is, want zo ben ik. Ik sluit dingen graag op een elegante manier af, beschaafd dus, en niet met slaande deuren en een hoop flauwekul. Le bonheur d'être triste. Dat heb ik van actrice Dora van der Groen geleerd. 'Laat het los, ' zei ze wanneer ik weer eens met iets worstelde, 'probeer het elegant af te sluiten.' De melancholie is mijn wapen tegen de oppervlakkigheid, de verveling en het infantilisme van de moderne wereld. In Parijs heeft Leduc het over mei '68. Dandy Fitou steekt zijn vuist de hoogte in en oreert over wat revolutie voeren werkelijk is, waarbij de mouw van zijn jasje wat naar beneden glijdt en je zijn prachtige manchetknopen te zien krijgt. Dat gebaar is verloren gegaan. 3 Wat volgt er na deze ode aan je gestorven compagnon de route? Boudens: Ik heb nog heel veel te doen. In gedachten zit ik nog maar aan het aperitief van mijn carrière. Het is een beetje uitgelopen, zou je kunnen zeggen, zoals dat ook bij Fitou gebeurt wanneer hij in Parijs in bad zit en een aperitief neemt, en een tweede, en een derde. Zo nam ik er duizenden.