20.40 - één
...

20.40 - één Hardhorigen juicht: Annemie Struyf is terug. Acht weken lang zet ze in Ladies First bijzondere vrouwen uit alle hoeken van de wereld in de kijker. Ze brengt verhalen over de macht en de onmacht van vrouwen in hun specifieke situatie, en dat van paleis tot oorlogsgebied. Wat was de aanzet om dit programma te maken?Annemie Struyf: Ik ben enorm nieuwsgierig en geboeid door menselijke verhalen. De afgelopen jaren heb ik heel wat gereisd in ontwikkelingslanden en daar kwam ik in contact met de 'gewone' mensen en hun besognes. Met deze reeks wilde ik nu op zoek gaan naar vrouwen in functies, vrouwen met macht. Ik ging op zoek naar de achterkant van die macht, de vrouw achter de functie. Vooraf had ik een lijst opgesteld van 'machtige' vrouwen - koninginnen of presidentsvrouwen - die ik enkele dagen wilde volgen om zo een portret te krijgen van zowel hun persoonlijk als hun professioneel leven. Ik wilde doordringen tot de kern van wie die vrouwen zijn. Om die reden heb ik met pijn in het hart enkele interviews moeten weigeren. Ik wilde meer dan een interview. De reeks toont enerzijds een aantal presidentsvrouwen en anderzijds enkele minder machtige vrouwen. Hoe kwam je tot die mix?Struyf: Aanvankelijk was het de bedoeling om uitsluitend presidentsvrouwen of koninginnen te brengen, maar tijdens de opnames ontmoette ik Belgische vrouwen die me weer in andere interessante culturen konden binnenloodsen. Toen heb ik beslist om het thema open te trekken. Doorgaans associëren wij macht met maatschappelijke posities, maar eigenlijk is iedereen ermee bezig. Daarom heb ik beslist om de twee types naast elkaar te zetten. De 'gewone' vrouwen, die dan wel telkens een link hebben met België, staan naast bekendere namen als Imelda Marcos of de Belgische presidentsvrouw van Georgië. Blijven de mannen volledig buiten beeld in 'Ladies First'?Struyf: De reeks portretteert specifiek vrouwen, maar mannen worden niet moedwillig uit beeld gehouden. Het is gewoon zo dat het altijd al de mannen zijn die in beeld komen, vooral in de Arabische culturen. Als vrouw vraag ik me telkens af waar de vrouwen zijn als ik Palestijnse mannen zie demonstreren. Die krijg je in die culturen amper te zien. Gelukkig opende mijn vrouw-zijn nu ook makkelijker deuren om tot bij hen door te dringen. Een mannelijke journalist zou het veel moeilijker hebben gehad om een Palestijnse of een Afghaanse vrouw te portretteren. (A.C.)