De tussenstand

Rudy Trouvé: Ik was net met een stroboscoop de visuals van Die Anarchistische Abendunterhaltung aan het bewerken en zo van die dingen.
...

Rudy Trouvé: Ik was net met een stroboscoop de visuals van Die Anarchistische Abendunterhaltung aan het bewerken en zo van die dingen. Dat is dan een verlengstuk van hun nieuwe retrospectieve Hineininterpretierung, waarbij je als producer én muzikant nauw betrokken was? Trouvé: Eigenlijk heb ik op die plaat maar één noot gespeeld, maar inderdaad. Ze hadden mij gevraagd titels uit hun oeuvre van de voorbije vijfentwintig jaar te kiezen. Ik mocht ook knippen, plakken en nummers over elkaar heen zetten. Die muziek hebben we ingeoefend en als een liveset ingespeeld, met onder meer de Lenski-broeders, die vroeger in de groep zaten, als gasten. Ik heb ook alles gefilmd, en met die audiovisuele mix ben ik nu bezig. Wat ik het voorbije halfjaar nog meer heb gedaan? Gespeeld en opgenomen met The Mechanics, een soort freejazzgroep, en een plaat gemaakt met Mirco Gasparrini voor Luik Records. Dan ben ik nog aan het schilderen geweest, ik ben met een toneelstuk bezig... Enfin, druk. Maar toch: het lijkt fijn om Rudy Trouvé te zijn. Trouvé: Ik vind het zelf ook vrij aangenaam om mezelf te zijn, ja. (lacht) Ik ben mijn eigen baas, maar wel een strenge: ik moet altijd werken. Wat is je ondertussen daarbuiten opgevallen op het culturele plan? Trouvé: De tv-serie Mr. Robot vond ik wel tof. De plot is voorspelbaar, maar verder vond ik er alles goed aan: het acteren, de sfeer, de beelden, de klank. Je let bij een serie op de klánk? Trouvé: Natuurlijk. Ik word er gék van als de muziek te opdringerig is of het sounddesign niet klopt. Hier had ik dat nooit. O ja, het gaat over een licht autistische, paranoïde hacker die inbreekt bij een grote multinational. Er is een licht sciencefictiongevoel, maar het blijft toch relatief realistisch. Wat is jouw leestempo? Trouvé: Twee, drie boeken per week. Voor het slapengaan. Ik moet lezen tot de letters wazig worden, anders zit ik toch weer de hele nacht te werken. Het boek dat mij het meest is bijgebleven, is dat van Jennifer Egan, Bezoek van de knokploeg. Allemaal kortverhalen die als een soort mozaïek aan elkaar hangen, als etappes in het leven van de personages. Verder was er Life after Life van Kate Atkinson, een roman met een bijzonder originele insteek: iemand wordt geboren en sterft onmiddellijk. Maar ze wordt telkens opnieuw geboren, en raakt telkens weer wat verder in dat leven. Het is juist spannend omdat je weet wat er komt: je ziet hoe ze de eerdere gevaren vermijdt, om dan toch weer tegen een andere dood aan te lopen. Ik gok erop dat je wel eens een museum binnenwaait. Trouvé: Wel, het Museum Ludwig in Keulen is best een aanrader. Dat hangt vol moderne kunst, en zowat iedereen is er vertegenwoordigd: Pollock, Warhol, enzovoort. Mijn oudste twee kinderen krijg ik nog wel mee naar tentoonstellingen, maar mijn jongste is alleen geïnteresseerd in iets met haar favoriete kleur: geel. Heb jij ook een favoriete kleur, Rudy? Trouvé: Dave Robertson, met wie ik vroeger nog in Kiss My Jazz heb gezeten, heeft ooit gezegd: tot ze iets donkerders uitvinden dan zwart, blijft dát toch het mooist. Kurt Blondeel