1. We komen heel weinig te weten over de vrouw onder de tafel, zelfs haar naam niet.Waarom heb je haar zo schimmig gelaten?
...

1. We komen heel weinig te weten over de vrouw onder de tafel, zelfs haar naam niet.Waarom heb je haar zo schimmig gelaten? Eva Coolen: Zo wordt ze iemand met wie je je als lezer hopelijk kunt vereenzelvigen. Je wordt een beetje haar. Ik wilde een universeel verhaal maken, omdat ik denk dat mensen met heel verschillende achtergronden en om heel verschillende redenen kunnen doormaken wat zij onder die tafel doormaakt. 2. Iemand die vast zit onder een tafel en daar geconfronteerd wordt met de uitzichtloosheid van het bestaan, doet dat jou ook niet aan Samuel Beckett denken? Coolen: Of aan Kafka's De gedaanteverwisseling merkte iemand op. Het boek is mij net zo goed een beetje overkomen. Pas in een later proces begon ik door te krijgen wat ik aan het doen was en van hoe diep in mij dat kwam. Al schrijvende liet ik de vrouw 'voor even' onder de tafel kruipen en vervolgens dacht ik: en nu komt ze er niet meer onder vandaan. Je kunt de tafel zien als een denkbeeldige kooi waar je gewoon aan alle kanten uit kunt. Dat verlamde is iets wat ik ken. Maar er zit wel wat in je vergelijking, natuurlijk. Bij Beckett is het het wachten op Godot, die ook nooit komt. 3. Je roman had een toneelstuk kunnen zijn: alles speelt in één kamer met slechts een paar personages. Waarom heb je jezelf die beperking opgelegd? Coolen: Je hebt heel weinig omhanden in een kamer met een hoofdpersonage dat onder een tafel blijft liggen. In feite zat mijn hoofdpersonage niet alleen vast onder die tafel, maar ik net zo goed in het schrijven. Ik behoor tot een generatie die verhalen steeds eenzelfde stramien heeft zien aannemen, als een Hollywoodfilm waarin de held zich door problemen heen worstelt en alles uiteindelijk op zijn pootjes terechtkomt. Ik denk dat ik dat ergens zelfs van het leven ben gaan verwachten. Maar het leven is nu eenmaal geen film, zoals broer Noah zegt. Het leek me heel mooi om een heldin te hebben die niets meer doet, geen dapper gevecht of avontuur aangaat. En wat ik daarmee wilde laten zien, was voor mij zo belangrijk dat ik me door alle moeilijkheid van die opzet heen geworsteld heb. Wel grappig trouwens, jouw vraag. Ik denk dat als ik op mijn leven terugkijk, ik mezelf heel veel beperkingen heb opgelegd. Waarom, ja?