[DE KLASSIEKE SCENE]

Onsterfelijkheid vormt met Het boek van de lach en de vergetelheid (1978) en De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (1984) het drieluik waarmee Milan Kundera in 1990 zijn Tsjechische moedertaal als schrijver achter zich liet. Het is een complexe roman over hoe we na onze dood herinnerd willen worden, waarin niet alleen fictieve en historische personages, maar ook historische personen uit verschillende tijden in discussie gaan. Goethe en Hemmingway, bijvoorbeeld, onversneden Kundera debitere...

Onsterfelijkheid vormt met Het boek van de lach en de vergetelheid (1978) en De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (1984) het drieluik waarmee Milan Kundera in 1990 zijn Tsjechische moedertaal als schrijver achter zich liet. Het is een complexe roman over hoe we na onze dood herinnerd willen worden, waarin niet alleen fictieve en historische personages, maar ook historische personen uit verschillende tijden in discussie gaan. Goethe en Hemmingway, bijvoorbeeld, onversneden Kundera debiterend. Op een gegeven moment ontwikkelt Paul, de man onder de drie echte - dus fictieve - protagonisten, het volgende staaltje van logica: 'Ik ga liever ten onder bij het horen van kinderlijk gekwebbel dan bij het horen van Chopins Marche funèbre. En ik zal je nog iets vertellen: in deze Marche funèbre, die de verheerlijking is van de dood, zit al het kwaad. Als er minder treurmarsen waren, zouden we misschien wel minder sterven. Begrijp me goed: respect voor tragedie is veel gevaarlijker dan onbezorgd kinderlijk gekwebbel. Want wat is de eeuwige voorwaarde voor een tragedie? Het bestaan van idealen waaraan meer waarde wordt toegekend dan aan een menselijk leven. En wat is de voorwaarde voor oorlogen? Hetzelfde. (...) Het tijdperk van de tragedie kan slechts worden beëindigd door een revolte van frivoliteit.' Arme Chopin. Je kunt hem er niet van verdenken, een lapzwans of een feestneus te zijn geweest, maar hem een overdreven fascinatie voor de dood en oorlogszucht toedichten, of hem anderszins in rood en zwart proberen te steken, kunnen we gerust hysterisch noemen. Hij geldt als een van de meest geniale klaviercomponisten uit de romantiek - op wat liederen, enkele kamermuziekwerken en de orkestpartijen van zijn twee pianoconcerto's na schreef hij overigens alleen voor piano solo. Zijn Tweede Sonate was eigenlijk zijn eerste volwassen poging in het genre - de nooit gespeelde Eerste Sonate was een jeugdwerk, de Derde Sonate, zijn laatste, een van de meest volkomen sonates van de hoogromantiek. De Tweede Sonate is op te vatten als een eerbetoon aan Beethoven. Niet alleen refereert Chopin in het onrustige openingsdeel aan diens laatste sonate, ook is het basismateriaal van de volgende drie delen ontleend aan de Sonate nr. 12 van de Weense meester, met de eveneens beroemde treurmars getiteld Bij de dood van een held. Maar de beroemdste treurmars aller tijden is toch zeker het derde deel van Chopins Tweede Sonate. Vaste prik bij staatsbegrafenissen van al dan niet zelfverklaarde helden en derhalve ook het onderwerp van olijke pastiches - 'die zal voor ons moe geen kommiskes nie meer doen...'. In die zin heeft Kundera het werk zeer goed gekozen. Maar had u anders verwacht? Arturo Benedetti Michelangeli (Music & Arts) RUDY TAMBUYSER