Eerste zin Een buurtsuper is vol geluid.

Regelmaat. Meer heeft de 36-jarige Keiko Furukura niet nodig. Elke dag trekt ze haar winkeluniform aan, elke dag oefent ze haar beste 'Goeiemorgen!' en elke dag bedient ze vol enthousiasme de klanten van de buurtsupermarkt, waar ze ondertussen al als een oudgediende geldt. Haar job is meestal voorbehouden aan studenten en vrijgezellen die even willen bijklussen voor het beroeps- en huwelijksleven, maar voor Furukura belichaamt rekken bijvullen haar levenslot. Ze begrijpt haar medemens niet zo goed - ze zijn zo warrig en dubbelzinnig - en de orde van een supermarkt past goed bij haar brave, starre geest. Die orde wordt overhoopgehaald door Shiraha, een leegloper die zich in Furukura's leven en flat binnenwurmt. Eindelijk heeft Furukura een man in haar leven, tot grote vreugde van haar zus, en eindelijk conformeert ze zich aan de Japanse norm. Om dat laatste is het schrijfster Murata te doen. Door op droogkomische wijze twee buitenbeentjes te portretteren toont ze hoe ridicuul en rigide de Japanse maatschappij in elkaar zit. Niet opvallen, gedwee de (onuitgesproken) regels volgen, niemand tot last zijn en netjes je levenstijd uitzitten, dat maakt je een goede Japanse burger. En nu ik erover nadenk: misschien mag je dat 'Japanse' in de vorige zin wel schrappen. Dan begrijp je meteen waarom Murata's roman zo universeel aanvoelt. Want mensen zijn toch net iets meer dan consumenten.

Buurtsupermens ***

Sakaya Murata, Nijgh & Van Ditmar (oorspronkelijke titel: Konbini ningen), 192 blz., ? 20,00.