1 Ben je je vader beter gaan begrijpen door over hem te schrijven?
...

1 Ben je je vader beter gaan begrijpen door over hem te schrijven? Meuleman: Niet echt. Toen hij 73 was, kreeg ik als eerste zijn familieverhaal te horen. In zijn fotoalbum zaten wel foto's van zijn biologische vader en van zijn grootvader, net als de foto waarop hij staat met de engeltjesmaakster waarbij hij na zijn geboorte werd ondergebracht - en die nu de cover van het boek is -, maar hij vertelde daar nooit over. Tot hij bejaard was dus, wat aantoont hoe gevoelig die materie voor hem was. Wie ik wel beter ben gaan begrijpen, is mijn grootmoeder. Als kind voelde ik dat er iets niet klopte. Zo kwam ze zelden bij ons op bezoek. Door over haar te schrijven besefte ik in wat voor omstandigheden zij mijn vader ter wereld heeft moeten brengen en hoe vreselijk die periode in Brugge is geweest. Dat doet iets met een mens, natuurlijk. 2 Vind je het niet jammer dat je vader het boek nooit gelezen heeft? Meuleman: Natuurlijk, maar ik had het ook niet kunnen schrijven toen hij nog leefde. Wat het extra jammer maakt, is dat hij zo enthousiast was toen ik begon te schrijven en regisseren. Mijn vader is maar tot zijn veertiende naar school geweest. Doorschrijven kon hij niet, hij gebruikte altijd blokletters. Tezelfdertijd had hij een mateloze bewondering voor mensen die met kunst, muziek of tekst bezig waren. Vandaar dat ik mijn boek zo heb geschreven dat hij het ook had kunnen lezen, dat hij in staat geweest zou zijn om de taal en de gedachtengang te begrijpen. 3 Je boek gaat net zo goed over de Kempen als over jouw vader. Wat is dat toch met die streek dat ze schrijvers zo lijkt te inspireren? Meuleman: Zoals Koen Peeters onlangs zei: 'You can take the boy out of de Kempen, but you can't take de Kempen out of the boy.' Ik denk dat schrijvers uit de Kempen, maar dat zou net zo goed West-Vlaanderen kunnen zijn, zo gevoelig blijven voor hun afkomst omdat ze vaak ergens anders naartoe trekken. De herinnering aan de omgeving die wat trager vooruitgaat en ergens achter onze door stedelijke drukte en vlotheid gedomineerde wereld aanhobbelt, verdwijnt echter nooit. Ik woon al dertig jaar in Antwerpen, maar ik voel me daar nog steeds niet thuis. Het is mijn stad niet. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn thuis ergens anders is, die is gewoon verdwenen.